Copenhagen Cowboy

Column: Netflix en zijn soms arbitraire keuzes

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Terwijl 1899 na een seizoen werd geannuleerd presenteerde de streamingdienst een eigenzinnige titel (Copenhagen Cowboy) waar waarschijnlijk geen legioen aan kijkers aandacht voor zal hebben.

Foto credits: Netflix

Kijkcijfers zijn niet altijd heilig bij streamingdienst Netflix. Zo verscheen afgelopen week Copenhagen Cowboy van Deen Nicolas Winding Refn: een eigenzinnige, vrijwel plotloze thrillerreeks die lak heeft aan de ongeschreven televisieregels. Kortom: televisie voor fijnproevers. Kijkers die bekend zijn met Refn zijn vast gewend aan het lijzige tempo, de fluorescente kleuren en het genadeloze geweld uit zijn werk. Maar voor de gemiddelde Netflix-abonnee zal Copenhagen Cowboy iets te veel van het goede zijn. Twee vragen rijzen: wie gaat er dan wel naar kijken? En: waarom mocht Refn wel iets excentrieks maken, terwijl veel series bij Netflix ‘middle of the road zijn’?

Als mensen me vragen wat ze bij Netflix moeten zien, dan zeg ik al járen: Bloodline. Een slow burner die eigenlijk pas na vier à vijf afleveringen echt onder je huid gaat zitten. Atypisch voor de streamingdienst. Naar verluidt is bij Netflix de formule dat de kijker binnen twee afleveringen verslaafd moet zijn aan een televisiereeks. Dus vallen een hoop verhaalstructuren pertinent af. Hoewel er af en toe dus, zie Copenhagen Cowboy, eentje tussendoor weet te kruipen. Misschien wel zodat Netflix kan zeggen: kijk, wij omarmen eigenwijze, artistieke kunst. Net zoals het videoplatform de nieuwste, weinig toegankelijke maar overweldigende film van Mexicaan Alejandro G. Iñárritu kocht (Bardo, False Chronicle of a Handful of Truths).

Het zou dus goed kunnen dat Netflix Copenhagen Cowboy heeft gekocht om ermee te kunnen koketteren. Misschien dus wel een goede investering.

Afgelopen week werd eveneens bekend dat 1899 na een seizoen al ten einde komt. Spijtig. Omdat de makers, bekend van Dark, nog minstens twee seizoenen wilden maken. Ik heb het al eens eerder gesteld: niet alle series hoeven een miniserie te zijn. Ik juich uitgesponnen televisieseries die gaandeweg evolueren juist toe. Zie bijvoorbeeld Lost. Dat wordt niettemin steeds moeilijker voor televisiemakers. Na twee à drie seizoenen willen scenaristen, regisseurs meer geld. Logisch: als er dan nog vraag is naar hun serie, dan is deze een succes. Maar bij veel streamingdiensten stopt het op dat moment.

Dat is tragisch voor de kijker. Die trekt aan het kortste eind. Sommige verhaalpremissen lenen zich nu juist voor een vertelling uitgesmeerd over 100+ afleveringen. 1899 schijnt echter te duur te zijn. Of: waarschijnlijk is de serie te duur ten opzichte van het aantal kijkers. Dat zal bij Copenhagen Cowboy overigens hetzelfde geval zijn. Refn is niet goedkoop en ik kan me niet voorstellen dat tientallen miljoenen mensen hun televisie afstemmen op zijn nieuwste titel.

Bij 1899 daarentegen waarschijnlijk wel, op basis van het feit dat Dark het internationaal erg goed deed als ‘kloon’ van Stranger Things. Het beleid bij Netflix oogt in die zin tamelijk arbitrair op sommige vlakken. Het enige wat ze niet maken zijn televisieseries die een heel seizoen, 24 afleveringen, bestrijken. Alles moet sneller, korter, puntiger, beknopter, lijkt het wel. Voor langere televisieseries word je verwezen naar lineaire televisie. Dat is spijtig; korter is logischerwijs niet beter. En voor sommige kijkers zullen de zes uur van Copenhagen Cowboy aanvoelen als zes bittere jaren.

Onze nieuwsbrief ontvangen? Iedere vrijdag de nieuwste series en films in je inbox! Meld je hier aan.

Lees ook