Bloodline S03: trage doch fijne televisie

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Met de laatste reeks Bloodline krijgen de Rayburns alsnog een eervol afscheid.

Deze recensie bevat spoilers!

Veel Bloodline-fans van het eerste uur haakten vorig seizoen al af, zo kon je concluderen uit reacties op sociale media. De familiekroniek over de Rayburns is voor de trouwere kijker nu ook definitief ten einde. Het geesteskindje van de broers Glenn en Todd Kessler en Daniel Zelman was niettemin altijd al bedoeld als een slow burn: het eerste seizoen was in hun optiek slechts bedoeld als een opmaat naar een omvangrijk en langdurig project. Dit soort televisie, met uitgesponnen verhaallijnen, viel evenwel ook bij veel critici niet in de smaak. Ondanks het puike acteerwerk kwalificeerden ze de perikelen rondom het strandhotel in Islamorada als bijkans geestdodend. Netflix constateerde tegelijkertijd dat de afleveringen, die naar verluidt 7,5 miljoen dollar per stuk kosten, door een te klein publiek werden bekeken.

https://www.youtube.com/watch?v=GXf9gNmgMSY

Wie echter wil begrijpen waarom de Rayburns doen wat ze doen, kan niet om dit derde seizoen heen. Hoewel de laatste afleveringen aanvoelen als een haastklus, is deze eervolle afsluiting van het Rayburn-era overduidelijk met liefde gemaakt. Zo belanden we na een familiemysterie (eerste seizoen) en een misdaaddrama (tweede seizoen) nu in de rechtbank. Daar wordt een zaak aangespannen tegen Eric O’Bannon (Jamie McShane), de kruimeldief die we kennen als beste vriend van Danny Rayburn (Ben Mendelsohn).

O’Bannon zou rechercheur Marco Diaz (Enrique Murciano) hebben vermoord en Kevin Rayburn (Nortbert Leo Butz) hebben neergeschoten. We weten desondanks dat O’Bannon, een paria, moet opdraaien voor de slordigheden van de werkelijke dader: Kevin. In dit stadium zijn de Rayburns zo vergroeid met de misdaad – mensenhandel, corruptie, drugs – dat deze gebeurtenis nog nauwelijks indrukwekkend oogt. Dat John (Kyle Chandler) voor de zoveelste keer voorkomt dat de reputatie van zijn familie wordt bezoedeld, voelt aan als routine.

John, Kevin en Meg hebben zich bekwaamd in doofpotaffaires. Dat is ze met de paplepel ingegoten door hun ouders; die beweren dat ze het goedlopende strandhotel van de grond af hebben opgebouwd. Dit blijkt een verzinsel: de megalomane rijkaard Roy Gilbert (Beau Bridges) beloonde vijftig jaar geleden Sally (Sissy Spacek) en Robert (Sam Shepherd) voor het verzwijgen van zijn wandaad tegen de politie. Daarop gebeurden, zoals we weten, nog meer zaken die het daglicht niet konden verdragen. Waaronder de verdrinking van dochter Sarah, waar zoonlief Danny de schuld van kreeg.

Die ongelukkige samenkomst van omstandigheden resulteerde in de mishandeling van Danny door zijn eigen vader, en vormt de katalysator voor de plot in het eerste seizoen. Daarin wordt Danny neergezet als een monster dat zichtbaar geniet van andermans misère. Eigenlijk legt hij zorgvuldig de hypocrisie van zijn familieleden bloot, maar daar komen we pas later achter. In het derde seizoen blijkt Danny in zijn jeugd ook een oprechte steun in de rug te zijn geweest voor John; hij voorzag zijn broertje van broodnodig levensadvies. Onze perceptie van Robert verandert daarentegen van een liefdevolle vader in een genadeloze patriarch.

Roberts dood in het eerste seizoen leidt er gaandeweg toe dat Gilbert, in ieder geval voor John en Kevin, in zekere zin de vaderrol overneemt. Waarmee wordt bewezen dat het kwaad niet per definitie uitsluitend genetisch overdraagbaar is. De kwaadaardige vastgoedmagnaat ontpopt zich als een prima surrogaatvader: een rationele zakenman met adagia als ‘de geschiedenis wordt geschreven door de winnaars’. Wie succesvol moet zijn moet dus net als hem onverschrokken en gewetenloos handelen. Dat kunnen de Rayburns natuurlijk probleemloos, met vijftig jaar ervaring.

Het zijn de mannen die zich dan laten verleiden tot het gebruiken van geweld. De alfamannen, Meg (Linda Cardellini) vormt de uitzondering, razen terwijl hun (huis)vrouwen thuis het einde van de storm afwachten. Wanneer de vrouwen vervolgens hun echtgenoten vragen naar de reden van hun zonden, dan antwoorden ze steevast met ‘ik dacht niet na’ en ‘daar stond ik niet bij stil’. Bovenal ligt de schuld altijd bij een ander. Zelfreflectie is in deze narcistische en nihilistische verhaalwereld een zeldzaamheid.

Deze bovengenoemde gedachte roept herinneringen op aan The Sopranos. Het schrijverstrio van Bloodline is vast schatplichtig aan dit televisiemeesterwerk van David Chase. Met eveneens zo’n bijzondere dynamiek tussen man en vrouw. En natuurlijk de krampachtige verhouding tot religie, de katholieke kerk, zoals die ook in Bloodline geleidelijk boven komt drijven. Het personage van John Leguizamo, de engerd Ozzy Delvecchio, schept in Bloodline meer duidelijkheid over het bovennatuurlijke. Hij wordt na zijn misstappen in het tweede seizoen nu geïntroduceerd als de getroebleerde (valse) profeet die de bui al ziet hangen – hoe de familie uiteen wordt gereten – en verlaat het podium weer vluchtig.

Religie fungeert hier als de deux ex machina: god wordt erbij geroepen om de immorele praktijken van de Rayburns te duiden. Nu zal een bui alle oneffenheden wegspoelen, of toch niet? Eerst volgt nog een koortsdroom, nadat John gewond raakt bij een duikongeluk. Deze stilte voor de storm biedt ons, de kijker, de mogelijkheid om te reflecteren op ons eigen bestaan. Dat doet dit soort trage doch fijne televisie ook met je. Het maakt aantoonbaar hoe traumatische herinneringen onvergankelijk zijn. Ook als je geboortegrond, je eerste plek van herinnering, binnen afzienbare tijd onder water komt te staan.

Bloodline S3, vanaf 26 mei op Netflix

Lees ook