Love, Death + Robots

Love, Death + Robots: 18 keer de toekomst

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Jonge filmmakers wagen zich in 18 esthetisch prikkelende korte films aan het sciencefictiongenre.

De liefde, de dood én robots: het is een treffende omschrijving van het sciencefictiongenre; de menselijke tragiek – die door Shakespeare zo mooi werd omschreven – gecombineerd met een modern fenomeen: de (soms zelfdenkende) machine.

Filmmaker Tim Miller (Deadpool) en duizendpoot David Fincher (Gone Girl, Fight Club) slaan onder de noemer Love, Death + Robots de handen ineen, en presenteren 18 wisselend claustrofobische, geestige en ontroerende korte animatiefilms. Gemaakt door een keur aan ambitieuze jongelingen, die hun liefde voor de verbeelding van de toekomst tentoonspreiden aan de hand van uiteenlopende animatietechnieken, zoals 'rotoscope' (een fototechniek waarbij live-action beelden worden getransformeerd tot animatie). Gezamenlijk vormen de uiteenlopende verhalen een intrigerend en bij vlagen akelig toekomstperspectief.

We lichten er vier uit.....

(1) Sonnie’s Edge (regie: Dan Wilson, 17 min)

Sonnie (Helen Sadler) is een vrouw met een ongekend talent: ze vecht met haar ‘beastie’ – een soort op afstand bestuurbaar monster – in grote arena’s. Voorafgaand aan het gladiatorengevecht in de film tiert en schreeuwt de spreekstalmeester: ‘Gore galore!’ Oftewel: stukken vlees worden door de lucht gekatapulteerd, wanneer Sonnie en haar zogenoemde Khanivore het onder luid gejuich opnemen tegen een groteske bruut. Het geheel laat zich omschrijven als steampunk met de esthetiek van videogames als Tekken en Mortal Kombat.

Deze bloederige choreografie zou zomaar eens de opmaat kunnen zijn naar een groter spektakel; een speelfilm waarin heldhaftige types als Sonnie nog slechts bestaan uit een ‘paar bioware-processoren’. Dat is trouwens een conventie die wel vaker terugkeert in scifi: individuen worden gereduceerd tot technologie – en zijn het dan nog wel mensen van vlees en bloed? Het door scenarist Philip Gelatt bewerkte verhaal van de bekende scifi-schrijver Peter F. Hamilton smaakt naar meer.

(2) Three Robots (regie: Victor Maldonado en Alfredo Torres, 11 min)

Dit verhaal gaat over drie robots, niet meer en niet minder. In de openingsscène zien we een terminator-achtige androïde een mensenschedel vertrappen in een postapocalyptisch landschap: wie komt hij wreken? Maar dan begint hij te praten. Evenals zijn twee reisgenoten. ‘Ach, het zag er in de reisbrochures mooier uit.’ En: ‘Als je één verwoeste stad hebt gezien, dan heb je ze allemaal wel gezien.’ Een robot in de vorm van een metronoom maakt een foto van het skelet van een vrouw, terwijl een aaibaar robotje, de kleinste van de drie, zich manifesteert als een bijdehand bengeltje.

De mens is uitgestorven, en de drie niet-menselijke wezens weten wel waarom: ze hebben er een puinhoop van gemaakt. De terminator-robot probeert een basketbal op te pakken en deze te laten stuiteren. Het sorteert weinig effect. Een ander personage merkt op: 'Dát is nog eens een anticlimax, net als de mens.' Philip Gelatt bewerkte dit verhaal van scifi-auteur John Scalzi, waarin de crux is: we zijn maar nietig. Je kan het je best indenken dat de volgende generatie aardbewoners de mensheid op een dergelijke wijze zal beschimpen. Of zoals in de film gezegd wordt: 'Zeg, weet jij waar de mens vandaan kwam?' 'Geloofden ze niet in een oppermachtige verschijning?' 'Nee, ze kwamen uit een warme soep.'

Dit is onvervalste Disney voor volwassenen. Mét aandoenlijke personages, en zónder happy end.

(3) The Witness (regie: Alberto Mielgo, 12 min)

Ze is getuige van een moord, maar het hoe en wat is onduidelijk. Voor de spiegel probeert ze lipstick op te doen, ze schiet uit. Paars loopt langs haar mondhoek over haar wang. Tussendoor zien we flarden van een trauma: is het een verkrachting? Of een andersoortige misdaad? Dan begint ze in een nachtclub aan een sensuele, bezwerende dans. De danseres (Emily O’Brien) ziet de moordenaar in het publiek zitten en zet het op een rennen. Het scherm kleurt alle tinten paars.

Zijn we in Hong Kong? Of in een andere tijdloze stad waar airconditioners 'en masse' aan de wanden zijn geschroefd? De danseres rent grotendeels ontkleed door de kille straten. Achternagezeten door de vermeende killer. Regisseur Alberto Mielgo (die werkte aan Spider-Man: Into the Spider-Verse) bedacht een Kafkaëske, surrealistische nachtmerrie die er adembenemend mooi uitziet: hij gebruikte voor de opnames een speciale fototechniek waardoor de cast levensecht oogt. Met benauwende camerahoeken en hier en daar een stripboekkreet.

(4) Helping Hand (regie: Jon Yeo, 10 min)

Opnieuw bewerkte Philip Gelatt een verhaal van een bekende scifi-schrijver, ditmaal van nestor Claudine Griggs. Over een astronaute (Elly Condron) die in haar eentje een schip in de ruimte bestiert. Er moeten natuurlijk werkzaamheden worden verricht, maar een verdwaalde schroef gooit roet in het eten. Condrons personage wordt erdoor geraakt en ze heeft nog 58 minuten voordat ze kan worden gered. Maar haar zuurstofmeter geeft nog een klein kwartiertje aan: zo begint een gevecht tegen de tijd dat zich laat omschrijven als 127 Hours meets Gravity.

Heel oorspronkelijk is dit verhaal niet, maar het ziet er – net als de andere titels – wel weer opzienbarend uit. We zien de stilte van het heelal, de isolatie, en dan de acceptatie van de naderende dood – die natuurlijk wordt gepareerd met de nodige levensdrang. Het is spannend, het duurt maar even, en is mede daarom een fijn esthetisch experiment.

Love, Death + Robots S01, vanaf 15 maart 2019 op Netflix

Lees ook