Superstore

Column: gelukkig hebben we Superstore nog

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Waar sommige komedieseries leven in een veilig coconnetje, zegt Superstore ook iets over het Amerika van nu.

Ik geef het toe: ik keek uit naar het moment dat het zesde seizoen van Brooklyn Nine-Nine ein-de-lijk ook op Netflix beschikbaar zou komen en ik me weer 18 afleveringen lang kon onderdompelen in de dagelijkse dwaasheden van het zootje ongeregeld op het politiebureau van het 99ste district.

Maar na Omar Larabi’s column van vorige week – 'politiedrama’s versus de bittere realiteit’ – en andere soortgelijke artikelen zoals deze en deze, voelt Brooklyn Nine-Nine plots toch minder als comfort food dan voorheen (en dat was nog voordat Terry Crews, Terry in de serie, zich er op Twitter mee ging bemoeien).

Het beeld van de heldhaftige agenten die koste wat kost de dader willen pakken en de buurt een beetje veiliger willen maken, strookt inderdaad niet met de huidige dagelijkse werkelijkheid. En zelfs al zijn er corrupte agenten in tv-series, zoals in The Shield, The Wire, en Brooklyn Nine-Nine, dan is er eigenlijk altijd sprake van kleurenblinde corruptie (in andersoortige drama’s wordt systematisch racisme binnen de politie overigens wel aangekaart, zoals heel sterk in de serie Dear White People).

Ook in het zesde seizoen van Brooklyn Nine-Nine is het onderscheid tussen goed (iedereen bij District 99) en slecht (commissaris John Kelly) heel makkelijk te maken. De boze wereld is daarbuiten, de hoofdrolspelers zelf zitten in een veilig coconnetje. Schrijver Aisha Harris wist het vijf jaar geleden in dit artikel al sterk te verwoorden: Brooklyn Nine-Nine is een ‘kundig gemaakt sprookje, met nauwelijks enig waarneembare connectie met de huidige culturele opvattingen over ordehandhaving’.

In de seizoenen daarna zijn er wel af en toe opzichzelfstaande afleveringen over maatschappelijk beladen onderwerpen geweest. Zoals Moo Moo in seizoen vier, waarin Terry (Terry Crews) door een collega (Desmond Harrington) wordt aangehouden omdat hij het waagt zonder politiepenning door een wijk te lopen terwijl hij zwart is. Maar dat wordt meer gebracht als één rotte appel dan als schering en inslag (de agent in kwestie was ook alleen op patrouille). Nog belangrijker: de agent kwam niet uit hun team. Bij hun eigen collega’s is iedereen, inclusief Hitchcock en Scully, zo ‘woke’ als wat. (Dat in diezelfde aflevering twee blanke agenten aan Terry’s dochters uitleggen wat racisme is – en daar daarna van Terry een complimentje over krijgen – voelt wel erg ongemakkelijk.)

Het kan ook anders. Zo bewijst bijvoorbeeld Superstore, een van de vele series die de afgelopen maanden stilletjes op Amazon Prime Video zijn verschenen (net als Battlestar Galactica). Toegegeven, het is geen politiedrama, maar wel een werkplaatskomedie, zoals Brooklyn Nine-Nine dat in feite ook is.

Beide series hebben wel meer overeenkomsten. Ook Superstore bevat een uitgebreide en diverse cast, die door de seizoenen heen ook steeds verder wordt uitgediept. Er is een geweldige chemie tussen assistent-manager Amy (America Ferrera, Ugly Betty) en kersverse vakkenvuller Jonah (Ben Feldman, Mad Men, Drop Dead Diva) – denk Pam en Jim in The Office (de bedenker van Superstore, Justin Spitzer, werkte ook jaren mee aan de Amerikaanse versie) – en de serie is gewoon ook heel erg grappig.

Toch vertelt Superstore ook echt iets over het Amerika van nu. Geloof het of niet: werken in een supermarkt is niet waar de personages, behalve misschien winkelmanager Glenn (Mark McKinney) en zijn rechterhand Dina (Lauren Ash), al van kinds af aan van droomden. De dagen zijn lang, de lonen laag en de arbeidsvoorwaarden slecht. Wee diegene die over vakbonden begint! En toch kunnen de meesten het zich niet veroorloven weg te gaan bij een bedrijf dat uiteindelijk altijd meer geïnteresseerd is in het geïnteresseerd lijken in het welzijn van zijn werknemers, dan in het daadwerkelijk geïnteresseerd zijn.

Zo krijgt een werkneemster in het vierde seizoen drie uur nadat ze samen met haar pasgeboren baby uit het ziekenhuis is ontslagen, doodleuk te horen dat ze nog diezelfde dag weer op het werk moet zijn. Ondanks haar lange staat van dienst heeft ze toch, door de kleine lettertjes in haar contract, geen recht op zwangerschapsverlof. In hetzelfde seizoen komt iedereen vast te zitten vanwege een aangekondigde sneeuwstorm, omdat de winkel van hogerhand geen toestemming kreeg om eerder dicht te gaan.

Superstore biedt ook geen makkelijke oplossingen. Een staking aan het einde van het eerste seizoen sterft aan het begin van seizoen twee een zachte dood, omdat uiteindelijk niemand het zich kan permitteren zijn of haar baan echt te verliezen. De zuurverdiende promotie van Amy in seizoen vier krijgt een bittere bijsmaak wanneer zij er alles aan moet doen om te voorkomen dat haar oud-collega’s gaan eisen waar ze zo duidelijk recht op hebben. Zelfs al handelt Amy uit begrijpelijke motieven – het bestuur wil een winkel sluiten, en met ‘moeilijk’ doen speel je jezelf in de kijker – voor haar collega’s is zij de slechterik. En je kan ze geen ongelijk geven.

Lees ook