The Walking Dead

Column: de doodzonde van The Walking Dead

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Veel series zijn als relaties. Soms ebt de liefde langzaam weg. Alleen met The Walking Dead heb ik destijds echt definitief gebroken.

Het is inmiddels vaste prik. Bij het aantreden van ieder nieuw seizoen van The Walking Dead krijg ik de vraag of ik deze wil recenseren. Elke keer moet ik 'nee, sorry' verkopen. Het is ook verwarrend: zombies zijn in horrorfilms veruit mijn favoriete monsters (mijn adagio: een goede zombiefilm of -serie zegt meer over de levenden dan over de doden). Uit de steeds verder uitdijende franchise volg ik ook nog steeds Fear the Walking Dead (zij het halfslachtig) en The Walking Dead: World Beyond. Toch ben ik bij The Walking Dead alweer zes jaar – en bijna vijf seizoenen – geleden afgehaakt.

The Walking Dead valt een bedenkelijke eer ten deel: het is de enige serie waarvan ik ooit actief heb besloten er compleet mee te breken. Het komt wel vaker voor dat de liefde voor een serie langzaam wegebt. Bij mij gebeurde dat naar het einde van het tweede seizoen van The Handmaid’s Tale, toen steeds duidelijker werd dat June (Elisabeth Moss) eigenlijk onverwoestbaar is. Ook zijn er series die je toch blijft kijken, niet om wat het nu is, maar om wat het ooit was. Je hebt er immers al al die tijd en energie ingestoken.

Voor The Walking Dead had ik er ook al ruim vijf seizoenen opzitten. De kwaliteit was al wel een tijdje erg wisselend, met Carl die steeds irritanter werd, Andrea die domme beslissingen maakte en Shane die zich ontpopte tot eendimensionale schurk. Maar in aflevering drie van seizoen zes pleegde The Walking Dead – wat mij betreft - een doodzonde: lui en manipulatief schrijfwerk. Aan het einde van die aflevering zijn Nicholas (Michael Traynor) en Glenn (Steven Yeun) omsingeld door hordes zombies. Nicholas ziet het niet meer zitten, schiet zichzelf door het hoofd en valt, samen met Glenn, van een container naar beneden tussen de zombies. De aflevering eindigt met een shot waarin het lijkt alsof zombies op Glenns ingewanden aan het dineren zijn. Hoe meer ze bleven roepen: Glenn is echt dood! Echt waar! Kijk maar, hij staat niet eens meer in de credits! Hoe zekerder ik wist dat het manipulatie was.

Een beetje manipulatie in fictie is niet erg, zolang de kijker niet wordt onderschat. Die dodelijke combinatie is ook de reden waarom ik vaak maar weinig geduld heb voor films van Christopher Nolan, en vooral voor The Prestige ('Are you watching closely?'), maar dat is iets voor een andere keer.

Het frustrerende is: het had niet gehoeven. We hadden Glenn kunnen zien verdwijnen in een zee van zombies. Ze hadden zelfs een shot kunnen laten zien van Glenn die klemzit onder het lichaam van Nicholas, terwijl zombies naar Nicholas’ ingewanden zitten te graaien. Dan hadden we ook willen weten wat er met Glenn is gebeurd. De weg die ze uiteindelijk bewandelden is makkelijk scoren bij de koffieautomaat, maar geeft ook blijk van weinig vertrouwen in de kijker. Alsof dit de enige reden is waarom we zouden blijven kijken.

Ik heb gewacht tot Glenns eerste – onvermijdelijke – teken van leven. Daarna had de serie voor me afgedaan.

Deze week heb ik voor het eerst in vijf seizoenen weer een aflevering opgezocht, toen ik online las over een cliffhanger aan het einde van de eerste aflevering van seizoen elf: Maggie (Lauren Cohan) – ooit het vriendinnetje van Glenn – valt van een trein en wordt overspoeld door zombies. Het beeld gaat op zwart. Eindelijk, een cliffhanger zoals die hoort te zijn. Too little, too late.

Onze nieuwsbrief ontvangen? Iedere vrijdag de nieuwste series en films in je inbox! Meld je hier aan.

Lees ook