Wild Wild Country: betoverd door wanstaltige sekte

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Documentairereeks voelt aan als een onterechte liefdesverklaring aan een wanstaltige sekte, waar je niettemin gaandeweg ook zelf door betoverd raakt. 

De Bhaghwan ‘Osho’ Rajneesh, de omstreden Indiase spiritueel leider die zich in zijn toespraken fier afkeerde van het mondaine leven, bezat later in zijn leven 93 Rolls-Royces en droeg horloges van het merk Rolex. Schijnbaar wist hij de door hem verachte hebzucht en materialisme toch te vereenzelvigen met de non-conformistische levenshouding die hij predikte. Zijn aversie tegen geïnstitutionaliseerde religies - zoals het hindoeïsme - verdween ook als sneeuw voor de zon toen zijn eigen beweging – de facto een sekte – de vorm aannam van een soort esoterisch kerkgenootschap. Mét regels en plichten.

Ergo: de Bhaghwan werd van een op het oog vrijzinnige beweging een pseudoreligieuze dictatuur. Die beweging was al in gang gezet toen Rajneesh en zijn gevolg in 1981 de overtocht maakten naar de Verenigde Staten, waar ze zich in Oregon vestigden. Exact die episode staat centraal in de zesdelige documentairereeks Wild Wild Country. De ‘profeet’ en zijn gevolg hadden nabij het kleine dorpje Antilope een stuk land gekocht van ruim 30.000 hectare, waar binnen vijf jaar een gigantische gemeenschap met 50.000 inwoners zou moetten verrijzen. Devote discipelen van de Baghwan gingen direct aan het werk, en bouwden dag en nacht aan de ‘beloofde plek’ in het ‘beloofde land’.

Je cookie-instellingen zorgen ervoor dat je dit deel van de website niet kunt zien.

Wijzig hier je cookie-instellingen

Wie financierde deze exercitie? Rajneesh’ rechterhand, Ma Anand Sheela, vertelt hoe haar mentor beschikte over een goed economisch inzicht. Oftewel: al vroeg in zijn spirituele carrière wist hij zijn boodschap te vermarkten, door boeken te verkopen en bijdragen te vragen aan diegenen die zijn ashram – een soort bedevaartsoord – in India bezochten. Aanvankelijk stroomden er honderdduizenden dollars binnen, later miljoenen. De beste man werd dan ook – eerst door de Indiase pers en later door de wereldpers – omgedoopt tot de ‘goeroe voor de rijken’.  Het waren, zo bleek, vooral witte geprivilegieerde mensen die zich aansloten bij zijn beweging.

Ook stond Rajneesh bekend als de ‘seks goeroe’. In de eerste aflevering vangen we hier een glimp van op: we zien flarden van een curieuze therapie, waarbij alle deelnemers naakt in een kring zitten. Therapeuten mogen ‘creatief’ zijn en de plek van handeling is een ‘safe space’ – aan eufemistische termen geen gebrek. Wie met voorbedachten rade Wild Wild Country ziet, weet wel beter: de pseudowetenschappelijke behandelingen ontaarden vaak in perversiteiten. Net zoals talloze aanhangers van de Bhaghwan uiteindelijk inzagen dat hun leider een sjacheraar en kwakzalver is. Hoewel zijn ideeën – bijvoorbeeld over gelijkheid - in beginsel weliswaar levensvatbaar waren.

Die bovengenoemde critici komen in de eerste aflevering niet aan bod; vooral de bijkans naïeve bewonderaars van Rajneesh komen in beeld, waaronder Sheela. Wanneer ze spreken over hun goddelijke ervaringen, dan zwelt de muziek aan. Alsof we hier te maken hebben met helden. Wie echter goed luistert naar het geneuzel, hoort mensen die destijds teleurgesteld waren in het leven: was een gezin met kinderen het enige dat in het verschiet lag? Mensen wilden meer; ze snakten naar zingeving en vonden dit bij de Bhagwan. Ze wilden contemplatie; niet het leven van hun ouders kopiëren. Deze ontwikkeling wordt de tegencultuur genoemd.

Rajneesh was onderdeel van die tegencultuur. Wie de documentairereeks ziet zal wellicht de taferelen in zijn ashram verwarren met de rituelen van de hippies op popfestivals in de jaren zestig. Mensen dansen manisch en schreeuwen als beesten, waarna ze zwijgend op de grond liggen. Et voilà: is dat het dan? Is dat de verlichting die de Bhagwan moet bieden? Een soort gekunstelde kruising tussen yoga en een psychose? Documentairemakers Chapman en Maclain Way hinken in die zin voortdurend op twee gedachten. Moeten ze de Bhagwan romantiseren? Of moeten ze de Bhagwan kritisch benaderen?

Dat laatste gebeurt te weinig waardoor – ten aanzien van de eerste aflevering, dat wel – deze door de gebroeders Duplass geproduceerde serie aanvoelt als een onterechte liefdesverklaring aan een wanstaltige sekte, waar je niettemin gaandeweg ook zelf door betoverd raakt. 

Wild Wild Country, vanaf 16 maart 2018 op Netflix

Lees ook