What’s My Name: Muhammad Ali

What’s My Name: Muhammad Ali: veel meer dan enkel een groot sportman

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Volledige en ontroerende documentaire over de grootste sporter aller tijden.

Foto credits: HBO

‘Alles moet in [de verbeelding van, red.] een levensverhaal zitten’, zo merkte atleet Muhammad Ali ooit op. Regisseur Antoine Fuqua, bekend van blockbusters als The Magnificent Seven (2016), opent zijn eerbetoon aan de grootste sporter aller tijden met dit citaat. Het is misschien – in de stijl van Ali’s ongebreidelde bravoure – een toonbeeld van borstklopperij, máár in deze film zit álles over Ali’s leven. Het uit twee delen van anderhalf uur bestaande What’s My Name: Muhammad Ali is een volledig overzicht van de charmante, welbespraakte, geinige, intelligente en soms ook onsportieve sportheld, die in sommige gevallen tegen wil en dank tevens activist, mediapersoonlijkheid en filantroop werd.

https://www.youtube.com/watch?v=olgoMbAz-ts

In de openingsscène komt Fuqua tot de kern. We zien een close-up van zwachtels die om een hand worden gewikkeld. Ali vertelt over de spanning in de kleedkamer voor het gevecht; over de investeringen – fysiek en financieel – die op het spel staan. Even later zien we voorafgaande aan een wedstrijd het sublieme moment in de hoek van de ring: luttele seconden voor de bel gaat als indicatie van de eerste ronde, richt Ali zich op contemplatieve wijze tot zichzelf. Deze beelden zijn exemplarisch voor hoe de zelfverzekerd overkomende sportman hemel en aarde deed bewegen om vooral in zichzelf te geloven.

Hierop worden de jongere jaren van Ali belicht – de documentaire verbeeldt zijn leven bijna van wieg tot graf. We zien de bokser op de Olympische Spelen van 1960 in Rome waar hij triomfeert. Zijn toenmalige trainer vertelt over de vliegangst van zijn pupil, maar Ali kan het in de voice-over beter samenvatten: ‘I never worry about the fight, I worry about the flight.’ Ali had een keur van dit soort taalkundige kwinkslagen in zijn toch al indrukwekkende vocabulaire. Maar ook de commentator tijdens een wedstrijd kon er wat van: 'Cassius must be cautious.' Het is een fijn staaltje alliteratie dat ons erop wijst dat Ali ooit een andere naam droeg.

Ali bekeerde zich in de jaren zeventig tot de Islam, en fraterniseerde met zwarte leiders als Malcolm X. Ook werd hij een bekende dienstweigeraar tijdens de Vietnamoorlog. Met name die zaken - het racisme, de wijze waarop hij door de pers werd belaagd - hebben bezien vanuit het nu een pijnlijke lading. Omdat zwarte sporters in de Verenigde Staten nog steeds op onheuse wijze worden bejegend, als ze hun ongenoegen uiten over bijvoorbeeld politiegeweld tegen mensen van kleur. Dat maakt dat deze film ook op een uitstekend getimed moment verschijnt.

Fuqua steekt zijn bewondering voor de sportman niet onder stoelen of banken, en dat hoeft ook niet. Hoewel meesterdocumentairemaker Ken Burns naar verluidt ook bezig is met een documentaire over Ali – zou die dan kritischer zijn?

In de laatste akte wordt aandacht besteed aan Ali de mecenas; hij richtte al vroeg in z’n carrière een trainingsschool op en ging later met de miljoenen die hij verdiende investeren in goede doelen in Afrika. Ook zien we hoe hij in 1978 wordt verslagen door Leon Spinks (Ali heeft dan 55 keer gewonnen en drie keer verloren). Het is het einde van een hegemonie. Dertien jaar later vertelt de oud-bokser – die in niets meer lijkt op de dynamische gevechtskunstenaar – in een talkshow dat hij lijdt aan de ziekte van Parkinson. In videobeelden van zijn familie zien we hoe er jaren later van de sportman van weleer vrijwel niets meer over is.

Het is goed dat Fuqua de film vervolgens laat eindigen met één van Ali’s triomfen, op de Olympische Spelen van 1960. Want dat is hoe we hem willen herinneren, en hoe we ons ook in het heden door hem willen laten inspireren.

What's My Name: Muhammad Ali, vanaf 15 mei 2019 op Ziggo

Lees ook