Abba

Abba: van goed naar slecht en weer terug

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Eerst toegejuicht, daarna uitgekotst en uiteindelijk weer omhelsd. Zo vergaat het nogal wat artiesten in de popmuziek.

Iedereen kent vast een treffend voorbeeld uit de eigen popgeschiedenis, en dus de persoonlijke playlist van muzikale voorkeuren. Zo’n band die je helemaal wegblies toen je dat ene plaatje ontdekte in het kolossale muziekmeubel van je ouders. Maar die je daarna net zo hard verketterde, omdat het eigenlijk toch de slechtste popmuziek was die ooit uit welk muziekmeubel dan ook was gekropen.

https://www.youtube.com/watch?v=xFrGuyw1V8s

Maar Status Quo was ook de band die ervoor zorgde dat de haren in je nek overeind gingen staan toen je als 14-jarig mannetje dat singletje van je ouders draaide met de heerlijk mysterieuze titel ‘Pictures of Matchstick Men’. Die bedwelmende zanglijnen! Die psychedelische wahwah-gitaartjes! Echt veel geheimzinniger en gaver kon het toch niet worden. Puur popgoud.

https://www.youtube.com/watch?v=d1gYJDQXPOk

Was het nu gebleven bij die twee tegengestelde oordelen, dan was er niet eens zo veel aan de hand geweest. Wijsheid komt met de jaren, en de smaak verandert. Hoe meer je luistert, hoe kieskeuriger je wordt en Status Quo viel na die eerste leuke liedjes ontegenzeggelijk in herhaling. Voortschrijdend inzicht bestaat ook in de pop, dus weg met al die muziek die je zo listig had ontmaskerd als rotzooi toen je eenmaal vond dat je best wel een echte popkenner was geworden.

Maar zo simpel werkt de popmuziek niet. Er zijn bands, zangers en zangeressen die als stuiterballen heen en weer schieten in het domein van de goede popsmaak. Artiesten die eerst worden toegejuicht, daarna massaal uitgekotst en dáárna weer overdreven innig omhelsd en teruggeplaatst in de afspeellijst van de kwaliteitspop. En dan wordt het interessant. Hoe werkt die golfbeweging van waardering, onderwaardering, herwaardering en overwaardering eigenlijk? En wat zegt die vreemde cyclische opkomst en neergang van bepaalde artiesten over popmuziek? Wat zegt het over de manier waarop we naar popmuziek luisteren, en de meningen die we erover vormen?

De documentaire Das ABC der Rock-Tabus (vrijdag, Arte, 21.45) probeert inzicht te krijgen in de wonderlijke machinaties van de popsmaak. Aan de hand van de geschiedenis van drie bands die een vergelijkbare route door de popcultuur hebben afgelegd; het Zweedse ABBA, de Britse Bee Gees en de Amerikaanse The Carpenters. Een abc’tje van goed foute popmuziek dus, en van bands die de wereld in de jaren 70 en 80 hevig polariseerden.

Want dankzij ABBA, de Bee Gees en The Carpenters ontdekten we dat er een diepe kloof liep tussen de massa en de elite. Dat er een ernstig verschil van inzicht bestond over wat een heel groot deel van de wereldbevolking superleuke popmuziek vond, en wat we van diezelfde popmuziek moesten vinden van de serieuze poppers. En dus van de degelijke radioprogramma’s, de deftige muziektijdschriften en de dagbladen die giftige stukjes over pop pleegden te schrijven.

ABBA werd eind jaren 70 al ‘een hitfabriek’ genoemd, en dat was niet bedoeld als compliment. ABBA: the Album uit 1977 en Voulez-Vous uit 1979 waren ook echt intimiderende popalbums. Zo’n beetje elk nummer werd een hit, van ‘Take a Chance on Me’ tot ‘The Name of the Game’ tot ‘I Have a Dream’ tot ‘Chiquitita’, enzovoorts. En dat kon toch niet de bedoeling zijn.

Hoe vaker ABBA met stip binnenkwam op nummer 1, hoe zuurder de popcritici over de band schreven De liedjes waren ‘vlak, fantasieloos en commercieel’. De band wilde uitsluitend cashen, met muziek die werd aangeleverd vanaf de lopende band. Uit een fabriek. Waar experimenteerzucht en artisticiteit buiten de poort werden gehouden. Wilde de massa plastic pop, dan gaf ABBA de massa plastic pop.

Lees ook