Interview: Arjan Noorlander (NOS Journaal, Brussel)

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Bericht vanuit Brussel, door EU-correspondent Arjan Noorlander: de Europese Unie is aan het instorten.

Bericht vanuit Brussel, door EU-correspondent Arjan Noorlander: de Europese Unie is aan het instorten.

Eerst even dit: Brussel, de nieuwe tv-serie die Leon de Winter schreef (gemaakt voor KPN-klanten) is behoorlijk geloofwaardig, aldus Arjan Noorlander. En hij kan het weten: Noorlander zit inmiddels 2,5 jaar in de stad Brussel, als correspondent voor de EU. ‘De Winter heeft goed gekeken naar de ambtenarij. En naar het borrelcircuit. Er wordt in Brussel ongelooflijk veel gelobbyd. Het dieselschandaal van Volkswagen, bijvoorbeeld. Iedereen wist stiekem wel dat die cijfers over de uitstoot niet klopten. Dat het zo lang duurde voordat het boven water kwam, bewijst dat hun lobby zo goed werkte.’
En de seks? Al die seks als machtsmiddel in de serie?
Nee, daar is Noorlander niet van op de hoogte.

Kijk, ooit was het EU-correspondentschap een kwestie van dossiers doorploeteren, van hard werken om in het NOS-Journaal te komen om een banken­unie uit te leggen. Das war einmal. Een bankencrisis later, en een vluchtelingencrisis, een Oekraïnereferendum, Griekenland bijna eruit, Groot-Brittannië er écht uit, Poetin die aan de poorten rammelt, Trump die Europa wegzet als onbelangrijk – enfin, als EU-correspondent heeft Arjan Noorlander (NOS) genoeg te doen. ‘Dit werk was ooit redelijk bureaucratisch,’ zegt hij vanuit zijn standplaats. ‘Maar de afgelopen jaren ga ik van crisis naar crisis.’
Noorlander zat tien jaar op de Haagse redactie; de verschillen met Brussel zijn groot. ‘In Den Haag zitten ongelofelijk veel journalisten. Al die mensen willen bijvoorbeeld iets weten over de positie van een minister. Maar politici houden journalisten in Den Haag redelijk op afstand. In Brussel wil iedereen juist zó graag uitleggen wat ze doen. Er is veel meer openheid.’
Die openheid maakt een ander soort journalistiek mogelijk: meer op de inhoud, minder op de personen. ‘Als Nederland wordt aangeklaagd omdat de belastingdienst Starbucks te laag aanslaat, gaat bij het Ministerie van Financiën in Den Haag de deur dicht. In Brussel koppelt de EU-commissaris je aan de ambtenaar die erover gaat, en die ambtenaar laat je dan het hele dossier lezen. Dat is in Den Haag ondenkbaar, zoiets heb ik in al die jaren Den Haag nooit meegemaakt.’
Daar komt nog iets bij. De vele journalisten die er rondlopen, zijn niet per se concurrenten van elkaar. Natuurlijk, er bestaat gezonde concurrentie tussen Nederlandse journalisten onderling. Maar een Nederlandse EU-correspondent hoeft een Duitse collega niet te overtoepen. Sterker nog: door samen te werken, komt de waarheid eerder boven water. Of (nog slimmer): door samen te werken met een correspondent uit een ander (liefst niet al te groot) land. Noorlander legt uit: ‘Stel: Nederland heeft een conflict met Duitsland. Voor Nederlandse en Duitse politici ligt die situatie heel gevoelig, dus daar moet je niet zijn voor informatie. Het helpt dan goed om een Belgische collega aan te schieten, of een collega uit Ierland – kleinere landen, die minder georganiseerd zijn met voorlichters. Die collega praat dan met een landgenoot die de situatie van binnenuit kent. Zo help je elkaar.’
Nederlandse journalisten in Brussel hebben trouwens nog een rol, naast de berichtgeving voor eigen land: het stellen van vragen die Zuid-Europese journalisten niet durven te stellen. ‘Belgen durven minder dan Nederlanders, en verder naar het zuiden is er nog meer schroom. Italiaanse journalisten schrikken als een Nederlander een vraag stelt tijdens een persconferentie. Maar soms zie je in hun berichten de vragen terug die de Nederlanders wel durfden te stelden.’ De directe Nederlander dus. Diezelfde Nederlander die, zo merkt Noorlander, niet altijd een realistisch beeld heeft van zijn positie in de wereld. ‘Nederlandse politici hebben niet echt oog voor het feit dat het niet echt om Nederland gaat, op wereldschaal.’

Brussel is een wonderlijke stad om vanuit te corresponderen. Honderdduizend mensen werken er voor Europa. Allemaal mensen met grote ambities, die er tijdelijk werken. Politici, journalisten, lobbyisten. Noorlander ontvangt de hele dag door berichten van belangenclubs. ‘Of voorlichters bellen me omdat hun politicus niet in een item zit, dat gebeurt dagelijks. Of mensen die heel boos of beledigd doen.’ Je kunt in de stad iedere avond op véél plekken bijborrelen over Europa. ‘Als je op zulke plekken over Europa praat, hoor je wel één groot verhaal: iedereen ziet dat het kaartenhuis aan het instorten is. Europese politici hebben meer ruzie dan dat er overeenstemming is. Hoe moet iemand hierin de leiding nemen? Niemand komt daar echt goed uit.’
Dat is ook de belangrijkste les die Noorlander in zijn tijd in Brussel heeft geleerd: Europa is als beslissingsapparaat niet opgewassen tegen de grillen van politieke leiders als Poetin of Trump. ‘Die mannen zijn gewoon met legers aan het schuiven, terwijl Europa vergadert en nadenkt. Met 28 lidstaten. Je zou als EU-lid de samenwerking kunnen opzoeken, of je juist kunnen isoleren en het zelf doen. Europa is nu stuck in the middle, en van beide werelden krijgt het ’t slechtste.’
‘Het gaat vaak fout, Oost-Europa is vaak boos over de besluiten die worden genomen, bijvoorbeeld tijdens de vluchtelingencrisis. Die landen waren de eerste tien jaar vooral blij dat ze zich bij de Unie hadden aangesloten en dat ze geld uit Brussel kregen. Maar die landen worden steeds mondiger. Dat is voor velen moeilijk te accepteren. Daarnaast komen steeds meer politici aan de macht die steeds bruter opereren. Wat dat betreft begint het hier steeds meer op gewone politiek te lijken.’

Het is al met al een weinig rooskleurig toekomstperspectief, wat Noorlander ons schetst. ‘Ik denk dat Europa in de toekomst in een andere vorm verder gaat, waarin een aantal landen samenwerkt. Denk Nederland, België, Duitsland, de Scandinavische landen. De gesprekken daarover worden ook steeds concreter. Het is naar mijn gevoel heel moeilijk om de problemen waarmee Europa nu te kampen heeft, met 28 lidstaten te lijf te gaan.’

12 februari, NPO 2, 20:15 uur