Valerio Zeno over zijn tweede seizoen Over mijn lijk

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Hij is van nul naar vijf begrafenissen per jaar gegaan, maar blijft er vrij nuchter onder.

Valerio Zeno begint aan zijn tweede seizoen van Over mijn lijk. Hij is van nul naar vijf begrafenissen per jaar gegaan, maar blijft er vrij nuchter onder.

Je begint aan je tweede seizoen van Over mijn lijk. Ga je het anders aanpakken?
Nee, eigenlijk niet. Ik ben tevreden over het vorige seizoen. Daarvoor presenteerde ik Je zal het maar hebben, over jongeren met een opvallende aandoening. In dat programma was het mijn taak om het vooral luchtig te houden en een grapje te maken als het zwaar werd. Bij Over mijn lijk, met jonge mensen die ongeneeslijk ziek zijn, is het voor mij eerder de uitdaging om niets te zeggen. Wanneer ik bij iemand sta die net de uitslag heeft gekregen van een scan die niet goed is, dan houd ik mijn mond. Soms is het leven gewoon klote.

Het programma draait om de jongeren, maar op jouw gevoelsleven zal het toch ook een zware wissel trekken, niet?
Grappig, het antwoord op die vraag vult iedereen voor me in: het zal wel zwaar zijn. Ik vind het reuze meevallen. Niet dat het me koud laat – ik heb het er weleens met mijn moeder over – maar ik ben niet het type dat daaraan kapotgaat. Ik kan niets doen, dus heeft het geen zin om thuis in een hoekje te gaan zitten huilen. Voordat ik aan Over mijn lijk begon, ben ik naar een traumapsycholoog gegaan, om in te schatten of ik zelf een trauma zou kunnen overhouden aan het programma. Dat klinkt zwaar, maar ik trek dan ook anderhalf jaar lang op met elke jongere. Ik ben opeens van nul naar vijf begrafenissen in een jaar gegaan. Hoe dan ook, bij die psycholoog werd al snel duidelijk dat ik iemand ben die nuchter is en alles relativeert.

Word je dan nooit meegesleept?
Ik vind het vooral moeilijk als er kinderen bij betrokken zijn. In het vorige seizoen hebben we Ariejanne gevolgd, een moeder van begin dertig met twee kinderen. Na haar overlijden heb ik haar tienerzoontje geïnterviewd over hoe het met hem ging. Zó lastig. Hij zit in de puberteit, gaat naar de middelbare school, dat is al moeilijk genoeg – en dan is hij ook nog eens zijn moeder kwijt. Ik voelde me als een grote broer die hem wilde beschermen tegen de vragen die ik hem zelf moest stellen. Alsof ik hem aan het pesten was.

Had je last van het feit dat je daar als programmamaker zat?
Bij hem wel. Zeker, ja.

Maakt het nog verschil dat hij een kind is dat niet om een cameraploeg heeft gevraagd? Zijn moeder was degene die aan Over mijn lijk wilde meedoen.
Nee. Wij hebben een goede band met zowel de deelnemers als hun familieleden. Wij zijn geen tankdivisie die binnendendert. We komen vaker op de koffie dan dat we opnames maken.

Hoe selecteren jullie de mensen die meedoen?
We kijken naar diverse aspecten. We willen zowel een jong iemand als een iets ouder persoon, iemand met een gezin, iemand die alles weet over zijn ziekte en iemand die juist zijn kop in het zand steekt. En liefst ieder met een andere ziekte. We proberen vijf verschillende personen aan te bieden.

In het komende seizoen volgen jullie vier mensen, zegt de website.
Dat ligt er maar aan hoe je het bekijkt. Vorige keer hadden we twee deelnemers die aan het eind van het seizoen nog in leven waren: Edgar en Eveline. Veel kijkers bleven nieuwsgierig naar hen, en daarom hebben we besloten om – naast vier nieuwe mensen – die twee ook te volgen.

Mag je de deelnemers alles vragen wat je wil?
Zeker weten. Ze censureren me nooit. Omdat ik een buitenstaander ben, kan ik vragen stellen waar zij niet over nagedacht hebben. Voor dit seizoen heb ik Daan gevolgd, een jongen van Texel met een tumor in zijn hoofd. Op zijn verjaardag ben ik naar hem toegegaan. De tumor was inmiddels zo hard gegroeid, dat hij tegen Daans geheugen drukte. Als hij tijdens het gesprek even naar rechts keek en dan weer terug naar mij, zei hij: ‘Ben je er al de hele tijd?’. Ik informeerde of hij begraven wilde worden of gecremeerd. Daar had hij toen geen antwoord op, hoewel hij het wel keurig vastgelegd bleek te hebben. Ik vroeg hem of hij daar niet snel een knoop over moest ­doorhakken. Een week later was hij ­overleden. Hij is ­trouwens gecremeerd.

Zenden jullie weleens bepaalde beelden bewust niet uit?
Als we dat zouden doen, dan om de simpele reden dat de jongere in kwestie of zijn of haar familie dat niet wil. Alles wat we doen, gaat in samenspraak met hen. Maar het komt nooit voor dat ze ons vragen iets niet te gebruiken. Alle deelnemers vinden het vooral mooi dat wij dit programma maken, als herinnering. We gaan er ook tactisch mee om. We bezoeken een begrafenis weliswaar met een camera, maar niet om alles te filmen voor televisie. Meestal zijn we er voor één bepaald shot, dat teruggrijpt op het verhaal van de overledene.

Houd je na een begrafenis contact?
Dat verschilt per persoon. Soms verwatert het contact, soms blijft het. Wij zijn in elk geval bij alle begrafenissen aanwezig. Daarna stuur ik eens in de zoveel tijd een berichtje naar de nabestaanden: hé, hoe gaat het? Gedurende de anderhalf jaar dat we iemand volgen, heeft de redactie het meeste contact. Die weet of het beter gaat, of juist slechter, of wanneer er ander nieuws is.

Wat is het heftigste moment uit het nieuwe seizoen?
Dat is moeilijk te zeggen. Een onwerkelijk moment dat me nu te binnen schiet, vond plaats tijdens een bezoek met Jermaine en zijn gezin aan Amerika. Jermaine had hersenkanker. In Nederland was hij uitbehandeld, maar in Houston had hij een arts gevonden die voor tweeënhalve ton een geneesmethode aanbood. Dat geld is via crowdfunding bijeengebracht. Op de dag dat we op bezoek waren bij de arts, een Pool, luisterden we naar diens uitleg over wat de behandeling in zou houden. Jermaines zoontje van drie was al snel verveeld, dus die ging zijn eigen gang. Toen het gesprek klaar was, vroeg ik aan Jermain en zijn vriendin Lisette of ze wel hadden begrepen wat die man net uitgelegd had. Ik vond het een bizarre situatie: we waren in Houston bij een arts die in het Engels, met een zwaar Pools accent, iets ingewikkelds zat uit te leggen terwijl een klein kind door de kamer aan het rennen was. En dat terwijl we er waren gekomen voor misschien wel Jermaines laatste kans. Iedereen keek elkaar aan met een blik van: wat is hier eigenlijk gebeurd?

Over mijn lijk, donderdag 30 november, NPO 1, 22:25 uur

Programma waarin een aantal ongeneeslijk zieke jongeren gevolgd worden.

Lees ook