Twin Peaks S3E1-2: donkerder en bloederiger

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Het derde seizoen komt niet als mosterd na de maaltijd.

Filmjournalist Matt Zoller Seitz legde afgelopen week op het cultuurblog Vulture uit dat het beeld dat we hebben van Twin Peaks ietwat geromantiseerd is: we vergeten bijvoorbeeld (moedwillig) de gebreken uit het soapachtige tweede seizoen, dat werd uitgezonden in 1991. Je zou dan ook kunnen concluderen dat we niet al te hoge verwachtingen moeten hebben van dit derde, of verlate, hoofdstuk van de cultserie. De toenmalige creatie van surrealist David Lynch en schrijfpartner Mark Frost, een groteske parabel op de Amerikaanse gemeenschapszin, was bovenal een ongeëvenaard televisie-experiment. Het zal een flinke opgave worden om dat huzarenstukje te herhalen, zoveel is duidelijk.

De eerste twee seizoenen hebben dus een legendarische status: de set van weleer, grotendeels gesitueerd in de het bosrijke landschap van de staat Washington, is verworden tot een bedevaartsoord voor Lynchfans. Je kan bijvoorbeeld het Great Northern Hotel en de Snoqualmie Falls bezichtigen. Twin Peaks heeft ook haar stempel gedrukt op het televisielandschap: David Chase, de maker van The Sopranos heeft, in een gesprek met diezelfde Seitz, weleens toegegeven, dat hij is geïnspireerd door de beproevingen van de koffiedrinkende FBI-agent Dale Cooper. Dan valt onder meer te denken aan de aflevering ‘Join the Club’, wanneer Tony Soprano in coma ligt, en zijn naargeestige dromen worden gevisualiseerd.

In het derde seizoen van Twin Peaks keren we 25 jaar later terug naar de Black Lodge, waar de ingezetenen zich nog steeds bevinden in een soort vagevuur, omringd door rode gordijnen. Hier treffen we (een versie) van FBI-agent Cooper (Kyle MacLachlan), nadat de aflevering toepasselijk is geopend met de fijne openingstune van Angelo Badalamenti. Na de eerste vijftien minuten heeft de eigenzinnige Lynch vast al de eerste kijkers weggejaagd: met een statisch shot van een bungalow in een bos neemt hij net iets te lang de tijd om groene bladeren, die door de wind heen en weer bewegen, te bestuderen. Dan zien we een personage dat een aantal scheppen uitpakt.

Je vraagt je, zoals dat hoort bij het werk van David Lynch, voortdurend af wat nu de onderliggende betekenis is van bijvoorbeeld zo’n handeling. Staan de scheppen symbool voor het afgraven van je eigen ziel? Zodat je je diepste angsten en verlangens onder ogen kan zien? Een duidelijk afgebakend antwoord zal je evenwel nooit krijgen van Lynch: de excentriekeling begon ooit zijn carrière als kunstschilder, en hanteert sindsdien een intuïtieve, organische manier van werken. Hij doet wat hem spontaan wordt ingegeven, en dat resulteert sinds de jaren tachtig in complexe, meesterlijke (film)schilderijen.

De bovengenoemde complexiteit is evenwel een reden voor Lynch om überhaupt geen films meer te maken: het zoeken naar investeerders is daardoor telkens weer een kwelling. Zijn laatste film, Inland Empire, dateert alweer uit 2006 en bracht in Amerika een schamele 861.000 dollar op. Twin Peaks zal overigens meer opbrengen, en is al verkocht aan de halve wereld. Saillant detail: in Nederland wilde aanvankelijk geen enkele VOD-aanbieder de nieuwe afleveringen kopen, totdat Videoland op de valreep de – waarschijnlijk prijzige – uitzendrechten kocht. Hoeveel mensen zouden intussen lid zijn geworden van de dienst?

Terug naar de eerste twee afleveringen, waar Lynch naarstig zijn artistieke vrijheid etaleert: met in het centrum een mysterieuze glazen box in New York. Een jongeling heeft als taak dit merkwaardige bouwsel te observeren; er zou weleens iets in kunnen verschijnen. Camera’s registreren dit opmerkelijke tafereel. Die moeten het afwijkende, het bovennatuurlijk, vastleggen. Zoals gebruikelijk in Lynch’ films, denk bijvoorbeeld aan de man met de camera uit Lost Highway (1997). Of het perverse voyeurisme uit Mulholland Drive (2001).

Tussendoor volgen de nachtelijke escapades van een Bob-achtige geest, het monster van toen bestaat schijnbaar nog steeds. Hevig gedrum begeleidt beelden van een lange asfaltweg door een donker bos. Een vervormde stem zingt over een bevroren hel. Na een dergelijke beangstigende episode, belanden we in een freak show – Lynch introduceert een overvloed aan thema’s en personages – waar groteske Fellini-achtige wezens Dale Cooper, nu met lang haar, onthalen. ‘It’s a world of truck drivers’, zo merkt een redneck met een misvormd gelaat op. Waarmee ze Cooper lijkt te waarschuwen voor het gevaar van het banale.

Over Cooper gesproken: is hij hier undercover? Wat we wel zien, is dat de diender een andere rol heeft aangenomen, als genadeloze rouwdouwer. Hij lijkt als huurmoordenaar een soort zwarte lijst af te werken. We zien niets meer terug van de joviale diender uit de eerdere seizoenen. Dat is exemplarisch voor de gehele sfeer: het derde seizoen voelt en oogt een stuk donkerder en bloederiger. Het geheel roept herinneringen op aan Lynch’ meest indringende film Blue Velvet (1986): in de tweede aflevering treft een rechercheur een stuk mensenvlees aan in de achterbak van de auto, in plaats van toentertijd een oor in een grasperkje. De auto blijkt eigendom van de lokale directeur van een scholengemeenschap. Deze Bill Hastings wordt gearresteerd terwijl zijn vrouw hem erop attendeert dat ‘de Morgans vanavond komen eten’.

Ondanks de arrestatie moet de schijn worden opgehouden van een liefdevol huwelijk.  Dat illustreert Lynch met zulke wrange humor; vinnige kritiek op Amerikaanse kleinburgerlijkheid. Hoewel de eerste twee afleveringen lang niet zo geestig zijn, en toch wel de authentieke ondefinieerbare sfeer missen van het Twin Peaks uit het begin van de jaren negentig. De tijd heeft daarentegen wel stil gestaan in het Amerika van Twin Peaks: de lobby’s van motels, hotels en de hal van het politiebureau zijn nog steeds opgetrokken in hout, waardoor veel interieurs eruitzien als jagershutten. Het ziet er hierdoor net iets te gekunsteld en nostalgisch uit.

Die nostalgie is tegelijkertijd natuurlijk onvermijdelijk. Een hele trits acteurs – te veel om op te noemen - uit de eerste twee seizoenen geven acte de présence. Mädchen Amick en Kyle MacLachlan braken destijds door als Shelly Johnson en Dale Cooper. Net als vele van hun generatiegenoten zouden ze het (acteer)succes van Twin Peaks nooit evenaren. Het is mede daarom evident dat ze tekenden voor deze nieuwe queeste onder leiding van hun leider Lynch, die naar verluidt zelf opnieuw 25 jaar later de slechthorende FBI-agent Gordon Cole zal vertolken.

Dit derde seizoen van Twin Peaks komt niet als mosterd na de maaltijd, hoewel het verhaal amper te volgen is, en nog alle kanten op kan. De serie is evenwel een unicum op kabeltelevisie, zo lijkt het: Lynch probeert de intrinsieke definitie van televisie, ten opzichte van cinema, te willen herformuleren. Want is zijn geesteskindje filmische televisie? Of (slechts) kwaliteitstelevisie? Eigenlijk is er nog niet echt een naam voor wat Lynch poogt te doen – het nagenoeg schofferen van de ongeschreven regels van het schrijven van televisiescenario’s en het presenteren van een hoogstens ongebruikelijke verhaalstructuur. Aankomende donderdag worden de eerste twee afleveringen op het filmfestival van Cannes vertoond, in aanwezigheid van Lynch en zijn gevolg. Eens kijken of het werk van de surrealist daar (nog) salonfähig is.

Twin Peaks, 22 mei bij Videoland

Lees ook