Stan against Evil S1E1-2: flauwe grappen en halfbakken kwaad

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Stan against Evil is een zeer matige poging een komische draai te geven aan de horrorhype.

Stan against Evil is een zeer matige poging een komische draai te geven aan de horrorhype.
 

Met populaire shows als American Horror Story, The Exorcist en Outcast op televisie en een eindeloze stroom engs in de bioscopen, is het niet vreemd dat er pogingen gedaan worden om mee te liften op het grote succes van horror. Bijvoorbeeld door kruisingen met andere genres. Dat eng en vies prima samen gaan met humor bewees Sam Raimi al met zijn Evil Dead-films en de vervolgserie Ash Versus Evil Dead. Dana Gould, die zijn sporen verdiende met stand-up comedy en als schrijver voor The Simpsons, probeert het nu ook.

Je cookie-instellingen zorgen ervoor dat je dit deel van de website niet kunt zien.

Wijzig hier je cookie-instellingen

Gould houdt het simpel. Een Amerikaans stadje kampt met een vloek, omdat er in een ver verleden 172 heksen zijn verbrand. Iedere week komt er een nieuwe demoon langs en het is aan de net ontslagen sheriff Stanley Miller (John C. McGinley) en zijn opvolgster Evie Barret (Janet Varney) om ze te stoppen. Dat gaat gepaard met een flinke hoeveelheid bloed en brute bijlkracht. En helaas ook met heel veel slappe grappen. Die zijn voornamelijk voor rekening van de seksistische ploert Stanley. Hij klaagt over vrouwen, vindt het erg belangrijk regelmatig te benadrukken dat de twee detectives uit de politieserie Starsky and Hutch eigenlijk homo’s zijn en strooit met scherpzinnigheden als: ‘Hey lady, has anybody ever told you you look like a bag of assholes?’ Het is spijtig dat McGinley niet meer krijgt om mee te spelen, want dat hij komisch talent heeft toonde hij als Dr. Cox in Scrubs. Zonder goede teksten komt hij hier echter niet verder dan het ongeïnspireerd recyclen van de maniertjes die zijn eerdere personage zo succesvol maakten, namelijk razendsnel mopperen en boos kijken.

Wat betreft de stijl lijkt de serie met make-up, protheses en liters smurrie te mikken op die van de (b) horror uit de jaren 80, ongetwijfeld ingegeven door een beperkt budget voor special effects. De makers durven echter niet volledig los te gaan, waardoor de gorigheid niet een niveau van absurditeit bereikt om lollig te zijn. Tegelijkertijd zijn de beelden van heksen en geitachtige creaturen niet goed genoeg om oprecht eng te zijn. Omdat de personages bovendien zo plat zijn als vloeipapier, voel je als kijker geen enkele spanning als ze in gevaarlijk situaties terecht komen. Zo schiet de serie op alle fronten tekort om een horrorkomedie genoemd te mogen worden.

Stan against Evil S1, vanaf 2 november te zien op IFC

Lees ook