Sport: stijlicoon Florence Griffith-Joyner

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Reconstructie: hoe atlete Florence Griffith-Joyner door een uitschieter met een schaar uitgroeide tot een van de geliefdste stijliconen in de sportwereld.

Reconstructie: hoe atlete Florence Griffith-Joyner door een uitschieter met een schaar uitgroeide tot een van de geliefdste stijliconen in de sportwereld.
Florence Griffith-Joyner heeft een extra koffer meegenomen naar Indianapolis, waar op 15 juli 1988 de kwalificatiewedstrijden voor de Olympische Spelen van Seoul beginnen. De 28-jarige Amerikaanse heeft grootse plannen. Op het terrein van de Indiana University zal ze meedoen aan de 100 en 200 meter sprint. Ze is sneller dan ze ooit geweest is. Sterker. Zelfverzekerder. En bovenal: kleurrijker. Veertien outfits heeft ze ingepakt, thuis in Los Angeles, de een nog flamboyanter dan de ander. Wat gaat ze dragen? Het is een vraag die ze de komende dagen vaak zal horen. ‘Wacht maar totdat ik mijn trainingspak uittrek,’ klinkt steevast haar antwoord, want het verrassingseffect is een cruciaal onderdeel van haar act. Flo-Jo, zoals ze na ‘Indianapolis’ definitief door het leven zou gaan, stelt niet teleur. De sintelbaan op de campus is voor een paar dagen haar exclusieve podium. Een persoonlijke catwalk bovendien.

Altijd was ze anders geweest. Opgegroeid in de wijk Watts, een achtergesteld deel van Los Angeles waar politiegeweld tegen de arme, zwarte bevolking in de zomer van 1965 voor het eerst, maar niet voor het laatst voor ongeregeldheden zorgde, vond ze op jonge leeftijd afleiding in haar creativiteit. Met een krultang deed ze het haar van haar Barbiepoppen, die de behandelingen met het hete ijzer soms moesten bekopen met een gesmolten gelaat. Als basisscholier hulde de kleine Florence zich in de meest kleurrijke en fantasierijke kleding, meestal gemaakt door haar moeder – naaister van beroep. Waarom zou je er hetzelfde uit willen zien als je klasgenoten?, vroeg ze haar dochter als die het T-shirt dat een van haar vriendinnen droeg óók wilde hebben. Ja, ‘normaal’ stond gelijk aan ‘saai’ in huize Griffith.

Als tiener fietste de Flo-Jo in wording na schooltijd op haar eenwieler naar het winkelcentrum, met een boa constrictor om haar nek – een hond of kat als huisdier vond ze maar zo gewoontjes, dus waarom geen wurgslang? Wanneer het beest begon te vervellen, pakte ze haar kwasten en schilderde ze de tweedehandshuid in alle kleuren van de regenboog. Op het schoolplein viel ze op door een eenzame vlecht die als een antenne naar de hemel piekte. Soms wezen klasgenootjes haar lachend na, maar het kon haar weinig schelen. Ze was wie ze was.

Ook nu, in Indianapolis, wordt er gewezen. De kwartfinale van de 100 meter sprint staat op het programma, en Griffith-Joyner heeft zojuist haar trainingspak uitgetrokken. Haar tegenstandsters lijken voor even te verdwijnen. Flo-Jo, nu al de vrouw van de wedstrijd, draagt een paarse one-legger, zoals ze haar creaties is gaan noemen. (Sinds haar jeugd ontwerpt Griffith-Joyner haar uitrustingen zelf, uit onvrede over de zouteloze uniformen waarmee ze als scholier werd opgezadeld.) Eén broekspijp reikt tot haar enkels, de ander ontbreekt. Haar handelsmerk was ooit tot stand gekomen door een uitschieter met de schaar. Toen Griffith-Joyner de schade voor de spiegel bekeek, vond ze de asymmetrie wel wat hebben.

Over het pak heeft ze een lichtblauwe bikinibroek aangetrokken, versierd met paarse bliksemschichten. Haar ontblote linkerbeen trekt de aandacht van sportjournalist Kenny Moore. ‘Op een of andere manier lijkt het naakter dan elk ander ontbloot lichaamsdeel op de baan,’ schrijft hij later in zijn verslag voor Sports Illustrated. Op de cover van het weekblad was een jaar eerder voor het eerst een vrouwelijke atlete verschenen: zevenkampster Jackie Joyner-Kersee, de schoonzus van Flo-Jo. Over wie eventueel de tweede zou worden, is na het pre-olympische toernooi in Indianapolis geen twijfel meer mogelijk. Als een paars-blauwe tornado snelt Griffith-Joyner met wapperend haar naar een ongekend wereldrecord: 10.49 seconden. De tijd zou de komende drie decennia niet verbroken worden.

Haar uitbundigste creatie bewaart Fast Flo, nu de snelste vrouw ter wereld, voor haar laatste optreden, in de finale van de 200 meter: een wit kanten bodysuit die de temperatuur in het commentaarhoek doet stijgen. ‘Weer zo uniek als we konden verwachten,’ oordeelt de verslaggever van tv-zender ABC met ingehouden enthousiasme. ‘Alles wat ik nu zeg, zal me in de problemen brengen,’ stamelt zijn collega. 21,85 seconden later – ook de 200 meter schrijft Flo-Jo op haar naam – is de (mode)show in Indianapolis voorbij. De koffer kan weer dicht.

Sinds de Olympische Spelen van 1984 in haar geboortestad Los Angeles tornt Griffith-Joyner aan de stereotypen van haar sport: schoonheid en atletisch vermogen zouden niet hand in hand kunnen gaan en vrouwen op de atletiekbaan – een fenomeen dat halverwege de eeuw vaak nog als ongepast werd beschouwd – werden gezien als muscle molls met een mannelijke lichaamsbouw. Flo-Jo, een elegante verschijning met gekleurde nagels van tien centimeter lang (in Los Angeles wordt ze uit de estafetteploeg gehouden wegens zorgen over het vasthouden van het stokje), ontpopt zich tot het vleesgeworden tegenargument. Bovendien slaat ze een deuk in het heersende schoonheidsideaal van de jaren 80, waarin de Afro-Amerikaanse vrouw grotendeels ontbreekt.

De galavoorstelling van Flo-Jo in Indianapolis blijkt slechts een prelude op een memorabele Spelen in Seoul, waar de Amerikaanse wegens de olympische voorschriften voor haar doen ingetogen voor de dag komt. Slechts met een alles verhullend pak in de stijl van de Nederlandse schaatskernploeg gooit de paradijsvogel in de voorronden van de 200 meter haar veren los. Haar oogst in Zuid-Korea – drie keer goud en eenmaal zilver – is verbluffend, en in de nasleep van het toernooi is er geen ontkomen meer aan: Griffith-Joyner heeft de celebritystatus definitief bereikt, als een van de eerste vrouwelijke sporters, zo niet de eerste. Stijlmagazines als Vogue, Ebony en Essence dienen haar kleurrijke succesverhaal op. Flo-Jo is een merk. Reclamemensen noemen haar Cash Flo, een garantie voor commercieel succes. Ook na haar abrupte afscheid in het voorjaar van 1989 – ze is bang voor de nieuwe, strengere anti-dopingreglementen, denken de vele sceptici die haar snelle opmars en gespierde lichaam aan vals spel linken – blijft Griffith-Joyner, haar karakter zo ingetogen als haar outfits luidruchtig, in het middelpunt van de publieke belangstelling. Ze richt zich op een acteercarrière, schrijft kinderboeken, geeft commentaar bij atletiekwedstrijden, maakt fitnessvideo’s, verschijnt in reclames op de Japanse tv en ontwerpt de hemdjes van basketbalteam Indiana Pacers. Voor jeugdige atletes is ze een rolmodel. ‘Elke keer als je een jonge vrouw op de atletiekbaan ziet met make-up en gekleurde nagels, is dat Florence,’ verklaart haar man Al Joyner nadat ze in 1998 op 38-jarige leeftijd in haar slaap is overleden aan de gevolgen van een epileptische aanval. Ja, haar invloeden zijn nog altijd zichtbaar in de sportwereld, waar de atleet zich sinds de jaren 80 steeds sterker is gaan uitdrukken als individu. Had Serena Williams in een spijkerrok durven tennissen als Flo-Jo er niet was geweest? Bij de Spelen van Londen in 2012 had elke zwemster, hockeyster of turnster gelakte vinger- en teennagels, vaak in de kleuren van haar land; was er zonder Griffith-Joyner een nagelsalon geweest in het olympisch dorp? Kijk naar Amerikaanse atletes als English Gardner, Allyson Felix, Sanya Richards-Ross of DeeDee Trotter en je ziet een beetje van de snelste vrouw ter wereld. Allen omarmden ze het motto van Flo-Jo. Dress good to look good. Look good to feel good. And feel good to run fast.

Andere tijden Sport, zondag 17 juli, NPO1, 21:20 uur