Soof 2

Soof 2: de man is helaas weer de baas

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Waar in huwelijkskomedie Soof de vrouw nog de leiding had, heeft in opvolger Soof 2 de man helaas weer alle touwtjes in handen.

Waar in huwelijkskomedie Soof de vrouw nog de leiding had, heeft in opvolger Soof 2 de man helaas weer alle touwtjes in handen.

Je hoort vrouwen boven de veertig wel eens klagen dat ze niet meer gezien worden. Op zich natuurlijk vervelende discriminatie, maar soms begrijp je de man wel. Dat geëxalteerde van juist die veertig plus-vrouw, die dan een zogenaamd vrijgevochten staat heeft bereikt – het is wel begrijpelijk dat het mannelijke libido er wat van inzakt.
In Soof zet Lies Visschedijk zo’n vrouw zeer geloofwaardig neer. Bloemetjesjurk, bontgerande laarzen eronder, wijdbeens stappend, laat mij maar lekker gewoon mezelf zijn. Ze acteert het goed, scherp op de snede. Pijnlijk, maar gespeeld pijnlijk.

Soof, het origineel, gebaseerd op de van zelfspot druipende columns van Sylvia Witteman, bleek een schot in de roos. Blijkbaar herkenden veel vrouwen zich in de slovende Soof, wier huwelijk een passieloos gedrocht is geworden en wier drie kinderen zich maar weinig van hun moeder aantrekken. Uitstekend komisch acteerwerk van naast Visschedijk, onder meer Fedja van Huêt, als haar nog weinig appetijtelijke echtgenoot Kasper (de aftakeling is doorgaans – in ieder geval tot de mannelijke midlife zijn intrede doet en de man beseft dat hij ook een lichaam heeft – behoorlijk democratisch verdeeld). En, verrassend leuk, Dan Karaty, de Amerikaanse tv-persoonlijkheid/danser/choreograaf die in ons land bekendheid kreeg als jurylid van So You Think You Can Dance en in de film een versie van zichzelf speelt: een gladde tv-persoonlijkheid die, via de maag – Soof kan heerlijk koken en heeft een bedrijfje, ‘De kooksoof’ genaamd – zijn oog op haar laat vallen.

Zijn aandacht leidt bij haar tot temporary madness met alle gevolgen van dien: huwelijk in crisis, maar ook nieuw elan. Soof vindt zichzelf opnieuw uit: haar bedrijf gaat lopen, ze kleedt zich (iets) beter (bontgerande laarzen onder gebloemde wikkeljurken blijven!), straalt weer. Ook de geëxalteerdheid blijft, maar dat vindt Jim Cole (Karate) die doorgaans op anorectische twintigplussers valt juist zo leuk aan haar. Tot de daad komt het niet – op het moment suprême belt man dat kind muizengif heeft ingeslikt (het zal eens niet zo gaan) en uiteindelijk – spoiler alert – vinden echtgenoot en echtgenote elkaar, sadder & wiser, terug. En leefden nog lang en gelukkig. Tot Soof 2.

Want de happy ending van Soof 1 belette de makers niet om, toen de film een groot succes werd, na te denken over een vervolg. Zelfde team (behalve regisseur Antoinette Beumer, die moest wegens gezondheidsklachten het stokje doorgeven aan Esmé Lammers), zelfde cast, nieuw verhaal dat in zekere zin, en vooral wat betreft emancipatorische kwaliteiten, een wat andere weg in slaat.

Het verrassende aan Soof 1 was dat het initiatief zo bij de vrouwelijke hoofdrolspeelster lag: zij werd verliefd, zij pakte haar leven opnieuw op, durfde eindelijk keuzes te maken en echt voor zichzelf te kiezen. Dit keer wordt een traditionelere lijn gevolgd.
In de eerste scène treffen we Soof en Kasper bij de relatietherapeut, waar ze al veertien maanden elke week een uur blijken te hebben gezeten. Die vindt ook dat het genoeg is geweest en vraagt Kasper niet langer om de hete brij heen te draaien. Hij draait zich naar zijn echtgenoot en vraagt plechtig: ‘Soof wil je van me scheiden?’ Ja ik wil, zegt ze. Maar wil ze het wel? Waar in de eerste Soof het initiatief bij haar lag, is het nu haar man die de knop omdraait. En krijgen we wat we al vaker zagen, een traditioneel scheidingsverhaal, waarbij de man midden in midlife zit (‘Mam, pap is een hipster geworden’), terwijl zij de hysterie aangrijpt en zich onderdompelt in verdriet, zelfbeklag en nostalgie. Alles waar een pas gescheiden vrouw doorheen moet, passeert obligaat de revue, met dronkenschap, ongeopende enveloppen van de belastingdienst, kinderen die voor moeders geluk moeten zorgen en veel boosheid op de ex, die het leven wel met beide handen aanpakt en binnen de kortste keren een twintig jaar jongere vriendin naast zich heeft en een gekleurde racefiets zonder remmen.

Het duurt lang voordat Soof haar leven weer enigszins op orde heeft. Te lang misschien voor het verhaal. Even denk je ook nog – man komt bij positieven en gaat de kwaliteiten van Soof weer waarderen – dat ze het samen weer gaan proberen (toch ook een beetje de teleurstelling van het origineel). Het heeft iets poldermodelachtigs: we kiezen voor een scheiding, maar dan wel een waarbij geen spaanders mogen vallen. Het is natuurlijk een komedie, dus het verdriet moet binnen de perken blijven – en krijgt daarmee iets larmoyants. Dat is jammer. Want ja, er zitten ook echt aardige aspecten aan Soof 2, bijvoorbeeld de grotere rol die de drie kinderen spelen. Vooral de puberdochter is een openbaring, wat doet Lobke de Boer dat goed, die combinatie van wijsneuserigheid en de typische puberhouding van wat-kan-mij-het-allemaal-schelen-jullie-volwassen-sukkels.
De rol van Dan Karaty is minder prominent dan in het eerste deel en borduurt eigenlijk vooral voort op wat we al gezien hebben: eersteklas vrouwenverslinder die in Soof het object van (tijdelijke) begeerte ziet. De eerste keer dat ze hem weer ziet – in een restaurant – valt ze terug in de oude gewoonte van ‘lekker gek doen’: eerst pakt ze twee koolrabi’s en houdt ze tegen haar borsten en dan een pastinaak om in te playbacken. Ach vrouwen, veertigplus of niet: vergeten groenten zijn er om in de oven te stoppen, laat ze verder gewoon links liggen.

Nog een klein punt van kritiek is de soundtrack. Net als in Bridget Jones’s Baby speelt deze een belangrijke rol, waarbij de teksten de emotionele staat van de hoofdpersoon benadrukken, dus ‘I will survive’ van Gloria Gaynor aan het begin (en einde) van de film en meer van dit soort als Grieks koor dienende nummers die karaoke en playback aanmoedigen. Goed voor snel verdiende grapmomenten, maar echt beklijven doet het allemaal niet.

Soof 2 draait sinds 8 december in de bioscoop 

Lees ook