Wilder

Portret van scenarioschrijver en regisseur Billy Wilder

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Close Up portretteert regisseur Billy Wilder, wiens glorieus gerestaureerde films in Amsterdam draaien. Bij die frisse blik blijken die films zowel dieper als platter dan gedacht.

Billy Wilder (1906–2002) was een Amerikaanse, maar van oorsprong Weense en joodse filmmaker die in de jaren 40 en 50 in de VS geniale films schreef en regisseerde. Zijn drama’s Sunset Boulevard, The Lost Weekend en Double Indemnity worden inmiddels als klassiekers beschouwd, net als zijn komedies The Apartment, Some Like It Hot en The Seven Year Itch, die laatste twee met Marilyn Monroe. Wilder stond bij het publiek en bij de fatsoensrakkers van de Amerikaanse filmcensuur destijds bekend om zijn gewaagde seksuele toespelingen en die blijken, bij een hernieuwde kennismaking met zijn films, nog een stuk vulgairder dan ze in de herinnering al waren. Wat ook opvalt bij nadere beschouwing, is dat de mannelijke hoofdpersonen zulke zwakke, ruggengraatloze en zichzelf in letterlijke of figuurlijke zin prostituerende schepsels zijn, die door Wilder uiterst menselijk worden geportretteerd.

Dat opnieuw – of voor het eerst – in al hun opgeknapte glorie in de bioscoop zien van Wilders werk is zeer aan te raden en kan tot half september in Eye Filmmuseum achter het Amsterdamse Centraal Station (zie eyefilm.nl voor de data). Eigenlijk is deze bioscoopervaring, ook voor degenen die zijn films al denken te kennen, niets minder dan een openbaring. Bijvoorbeeld The Apartment, met Jack Lemmon en Shirley MacLaine, wordt een heel andere film in de gerestaureerde versie dan wanneer je hem op een zondagmiddag op de Belg hebt gezien op je tv-tje, want naar die regionen worden de films van Wilder al decennialang verbannen. Wie de moeite neemt om te gaan kijken ziet, vooral in Wilders komedies, behoorlijk zwarte kanten en zeer scabreuze seksuele toespelingen en, zoals gezegd, nogal trieste mannen die hun zwaktes niettemin vaak overwinnen of in elk geval te lijf gaan.

Wat die schuine kant van Wilder betreft; je kunt niet anders concluderen dan dat de gevierde filmmaker gewoon een beetje een viespeuk was. Hij had er duidelijk lol in om seks te suggereren. Je mocht destijds als regisseur bijna niks laten zien maar Wilder bleek er een meester in om toch heel vieze films te maken. The Seven Year Itch bijvoorbeeld.

Het schuine van die film valt extra op in deze tijd, waarin seksualisering in reclame en media weliswaar alomtegenwoordig is maar tegelijk een nieuw soort preutsheid heerst. En waarin Hollywood, door de lens van #metoo bezien, met terugwerkende kracht vaak een lelijk beeld oplevert.

Dat dreigt aanvankelijk ook te gebeuren bij het bekijken van The Seven Year Itch. De film begint met een flashback naar het Manhattan van honderden jaren geleden, als ‘native Americans’, toen nog onbekommerd Indianen genoemd en gekleed volgens de aloude Hollywood-clichés, hun vrouwen uitzwaaien als die naar het binnenland vertrekken om de snikhete New Yorkse zomer te ontlopen. Onmiddellijk als de vrouwen en kinderen zijn vertrokken, lopen de mannen als een geile meute achter de weinige en kortgerokte vrouwen die achterbleven aan, duidelijk van plan de jaarlijkse zomerorgie aan te richten. Daarna springt Wilder naar het heden en toont ons de getrouwde Richard (Tom Ewell) die, net als alle andere getrouwde mannen van het Manhattan van de jaren 50, aan het begin van de zomervakantie zijn vrouw en zoon naar het station brengt, zich voorneemt om niet zoals alle andere mannen achter de vrouwen aan te gaan en thuis vervolgens onmiddellijk zijn nieuwe bovenbuurvrouw, gespeeld door Monroe, aantreft, die erg gecharmeerd is van zijn airco en een handig luik ontdekt tussen hun beider appartementen. Het thema van de film is volstrekt en onbarmhartig duidelijk: dit gaat over een man die overspel wil plegen maar dat van zichzelf niet mag, terwijl hij telefonisch allerlei aanwijzingen krijgt dat zijn vakantie-vierende vrouw op datzelfde moment wellicht ook overspel aan het plegen is. Tegenwoordig kijk je van dat thema niet op, maar dat komt doordat het nu mág; in de eerste scène van een moderne film over overspel zie je dat domweg gebeuren, inclusief seks. Ondenkbaar in The Seven Year Itch uit 1955, waarin Wilder via Monroe de hele tijd om die seks heen draait. De censuur was dermate heftig dat Wilder werd verboden om een verloren haarspeld in het echtelijke bed te laten opduiken, om zo het overspel door een fysiek bewijs te tonen. Mocht niet. Maar binnen de opgelegde beperkingen tonen Wilder en Monroe, die in diverse sexy outfitjes letterlijk over de vloer kronkelt, zich meesters in suggestie; de manier waarop The Seven Year Itch helemaal niks laat zien maar extreem veel impliceert, levert een zeer erotische film op, veel schunniger dan moderne films als Fifty Shades of Grey. De enige scène die je expliciet zou kunnen noemen is meteen de beroemdste: Monroe staat na een bioscoopbezoek met haar buurman op straat boven een luchtrooster van de metro en als er een trein langskomt, doet de luchtstroom haar rok opwaaien en zie je haar dijen en billen. Dat mocht nog net, maar door haar mededeling dat ze die luchtstroom zo heerlijk vindt voelen, wordt het een heel seksueel geladen scène.

Gek genoeg voor onze tijd relatief pornografisch; als je niets mag laten zien en alles met omfloerste woorden moet doen, wordt seks juist erg prominent, paradoxaal genoeg juist door de afwezigheid van naakt. Monroe’s herhaalde mededeling dat ze haar ondergoed in de vriezer bewaart omdat het zo heet is in de stad, is enorm obsceen. Dezelfde vunzigheid doet zich voor in Some Like It Hot, een briljant grappige komedie waarin Jack Lemmon en Tony Curtis twee voor de maffia ondergedoken muzikanten spelen die zich voordoen als vrouw en lid worden van een damesorkest waarin Marilyn Monroe de zangeres en ukelele-speler is. Curtis worstelt zo met zijn neiging om haar te versieren dat hij zich regelmatig omkleedt als man maar zich tegelijk voordoet als haar vriendin, terwijl Lemmon achtervolgd wordt door een miljonair die met ‘haar’ wil trouwen. Ook hier is de schunnigheid zeer expliciet – een personeelslid in een hotel die achter de dames aanzit, biedt aan zijn paspoort te laten zien om te bewijzen dat hij meerderjarig is. De kijker begrijpt door de manier waarop de scène zich ontrolt precies dat hij eigenlijk bedoelt dat hij zijn penis wil laten zien; een goor grapje dat nu tot opgetrokken wenkbrauwen zou leiden, maar in de tijd waarin Wilder films maakte – Some Like It Hot is uit 1959 – kon je alleen op die manier seks verbeelden. Waarbij zij aangetekend dat in de film, die op een bedekte manier transgender en homoseksuele kwesties behandelt, ook door Lemmon en Curtis wordt geklaagd over de manier waarop ze de hele tijd door mannen worden belaagd en geknepen. ‘Nu weet je hoe het leven voor de andere helft van de mensheid is’, zegt een van hen over het lot van vrouwen. Wilder was dus een vies mannetje maar had ook een oog voor hoe het voor een vrouw is om voortdurend onder veelbetekenende mannelijke blikken te moeten leven.

Wilders tweede grote thema blijkt de man als onderkruipsel te zijn. In Sunset Boulevard uit 1950 speelt William Holden een man die uit geldgebrek de minnaar van een veel oudere filmster wordt en in The Apartment uit 1960 is Jack Lemmon een werknemer die zijn appartement de hele tijd uitleent aan zijn meerderen opdat die er hun maîtresses kunnen ontvangen. Hoewel in eerste instantie een komedie, is The Apartment bij terugzien ook een tragedie, want de manier waarop Lemmons karakter over zich heen laat lopen, is niet om aan te zien. Ook in Double Indemnity uit 1944, over een verzekeringsagent die zich voor het karretje laat spannen van een fatale vrouw die haar man wil vermoorden, zie je een zwakke macho die bijna ten onder gaat aan zijn neiging om te pleasen. Net als de mannelijke hoofdpersonen in The Seven Year Itch, Some Like It Hot en The Apartment herneemt hij zich echter en probeert in het laatste half uur van de film zijn zwakke daden teniet te doen. Met wisselend succes, maar ze proberen het tenminste. De ietwat schunnige Wilder toont uiteindelijk toch een moralist en vormt zijn laffe mannelijke idioten, schurken en bedriegers om tot mensen van vlees en bloed met wie je vooral mededogen krijgt. Het is een zeer humaan trekje van een man die misschien vooral een zwartkijker was. Wilders familie is uitgemoord in de vernietigingskampen; hij vluchtte na de machtsovername door de nazi’s uit zijn toenmalige woonplaats Berlijn, eerst naar Frankrijk en later naar de VS. Hij kreeg zijn familie, die dacht dat het wel zou loslopen, niet mee. Hij liet zich, blijkt uit de documentaire in Close Up, zelden uit over dat feit. Maar hij zei er in een interview ooit over dat de optimisten in Auschwitz eindigden en de pessimisten zoals hij zelf in een zwembad in Beverly Hills. Die zwartheid zie je, ondanks alle dolle komedie, terug in elke film van Billy Wilder.

https://www.youtube.com/watch?v=TZtKE3dwyAg

Lees ook