Özcan Akyol over de Dag van de Arbeid

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Özcan Akyol is geboren en getogen in een arbeiderswijk te Deventer – en zijn moeder is op 1 mei jarig. Een gesprek over sociale klassen en het verschil tussen de voetbal-kleedkamer en Het Boekenbal.

Özcan Akyol is geboren en getogen in een arbeiderswijk te Deventer – en zijn moeder is op 1 mei jarig. Een gesprek over sociale klassen en het verschil tussen de voetbal-kleedkamer en Het Boekenbal.

We gaan praten over de Dag van de Arbeid. Waarom ben ik naar jou toe gekomen denk je? Ik kom uit een echte arbeidersbuurt, met kleine arbeidershuisjes en er stonden fabrieken bij ons in de straat. Ik ben opgegroeid in een ‘arbeiders-entourage’. Zou het daarom zijn?

Wie woonden er bij jou in de straat? Arbeiders. Burgers uit een bepaalde sociaal-economische klasse die in een ­fabriek werken. Werknemers, hardwerkende mensen.

Bestaat de klassieke arbeider nog wel? We zijn allemaal wat dichter naar elkaar toegegroeid én leven niet meer in een klassenmaatschappij. Tegenwoordig leven arbeiders veel minder geïsoleerd dus nee, die bestaat niet meer.

Mijn vader werkt in een fabriek, jouw vader heeft ook altijd in een fabriek gewerkt. Jouw vader is gastarbeider, die van mij niet. Wat is het verschil? Ik ken jouw vader natuurlijk niet, maar mijn vader werd echt uit Turkije getrokken om hier arbeid te verrichten. Arbeid die de Nederlandse mensen niet wilden doen omdat het smerig en vies werk was. Mijn vader heeft niet op school gezeten, is analfabeet dus de fabriek had er veel belang bij dat hij zo min mogelijk ontwikkeld was én dit ook zou blijven. Klein gehouden om hem het loon te geven dat daarbij past. Ze hebben hem nooit de optie geboden om door te groeien.

Mijn vader heeft zich wel enorm kunnen ontwikkelen in zijn werk. Die van mij niet. Mijn vader deed puur en alleen wat hem werd opgedragen: hard werken. Hij heeft zich verzoend met het idee: ‘Ik ben een arbeider’. Hij moest op de PvdA stemmen, want dat hoorde hij in de fabriek van andere Turkse mannen die hier al wat eerder naar toe waren gekomen. En dat deed hij dan ook.

En je moeder? Mijn moeder is geboren op 1 mei! Toepasselijk, want mijn moeder werkte ook. Indertijd, zo begin jaren 90, was het not done dat Turkse vrouwen ook gingen werken, maar mijn vader vond dat zij, in plaats van thuis zitten, ook moest werken. Desondanks is ook zij een voorbeeld van een klassieke gastarbeider. Ongeschoold maakte ze schoon in een ziekenhuis. Goedkope arbeid verrichten in het laagste segment van de samenleving zit dus in mijn dna.

Is dit slechts een kenmerk van gastarbeiders? Nee, dat denk ik juist helemaal niet. Het stoort me ook dat men dat vaak denkt. Er zijn genoeg Nederlandse arbeiders met dezelfde kenmerken als mijn vader en moeder. Ze hebben zich verzoend met het arbeidersbestaan. Kijk bijvoorbeeld eens naar het chagrijn en het ongemak in de samenleving bij de achterban van de PVV en DENK. Wat zij met elkaar gemeen hebben, is dat ze in eerste instantie uit diezelfde sociaal-economische klasse komen. Zij staan nu lijnrecht tegenover elkaar terwijl ze vroeger juist verenigd waren. Beiden een sociaal hart vanouds, en nu opeens vijanden in het politieke domein. Er is wel verschil qua etniciteit als je kijkt naar de gastarbeider en de oer-Hollandse boerenjongen, maar de overlap is veel groter. Namelijk: uit welke sociaal-economische klasse ze komen.

Was die overlap te zien? Vroeger gingen Turkse mensen bij ons in de wijk heel goed om met mensen die je nu PVV’ers noemt. Het waren lotgenoten. Er is nu een raar stigma ontstaan. Een PVV-stemmer kan wel zeggen: ‘Ik heb een hekel aan buitenlanders’, maar die hebben meer gemeen met jou en met jouw salaris en met hoe jij je leven inricht dan een Nederlander uit de middenklasse of daar boven.

Heb je ooit de angst gehad hetzelfde werk te moeten doen als je ouders? Nee, want het verschil tussen ons is dat ik scholing heb gehad en daardoor was ik er vrijwel zeker van dat mijn toekomst er anders uit zou gaan zien. Ik heb het geluk gehad dat ik naar de basisschool ging. Die kans hebben mijn ouders nooit gehad. Gastarbeiders hadden geen andere optie. Het onderwijs vormde een brug om de overstap te maken van de arbeidersklasse naar ehm, ja ik denk dat ik tot de middenklasse behoor – misschien iets hoger? Onderwijs was mijn bevrijding.

Klinkt mooi. Ja, hoewel ‘bevrijding’ toch ook gek klinkt, want ik heb ontzettend veel respect voor de mensen uit de arbeidersklasse. Ik wil niet op ze neerkijken, maar ik heb gewoon goeie kansen gehad dus het zou raar geweest zijn als ik ook in een fabriek was gaan werken.

Maar onderwijs is toch niet het enige? Het moet ook in je zitten. Klopt. Natuurlijk heeft het ook met intellect te maken, maar je kan ook zeggen dat veel gastarbeiders vast het intellect hadden, maar nooit de kans hebben gekregen om dit te ontwikkelen. Er zal veel talent verborgen zijn gebleven. Overigens hebben mijn ouders zelf ook nooit die verantwoordelijkheid genomen, dat is ook een keuze.

Willen we ons nog associëren met de arbeider? Zie jij wel eens een Instagrampost met een foto van een lopende band en daaronder de tekst ‘Vandaag heb ik weer 1500 flessen van een dop voorzien’?

Nee. Eerlijk gezegd geeft mijn omgeving – mensen van rond de 30 – geen reet om de Dag van de Arbeid. En dat geldt voor bijna heel Nederland. We kennen dat solidariteitsgevoel niet meer, maar als je kijkt naar Turkije of Frankrijk is dat echt anders. Hoe massaal ze daar nog staken, vaak door een vakbond aangestuurd, dat is bij ons verdwenen. We klagen, we zijn ontevreden, maar als puntje bij paaltje komt, ziet het Malieveld echt niet meer zwart van de arbeiders. Je kan je afvragen waardoor dat komt. Ik denk bijvoorbeeld door de opmars van de flex-contracten. Hoeveel mensen werken er in Nederland nog 40 jaar bij een en hetzelfde bedrijf? In omringende landen is dat wel vaak nog het geval.

1 Mei is bij ons ook geen officiële vrije dag. Heel raar. Misschien ook wel omdat in de beeldvorming op arbeiders wordt neergekeken en dat mensen daar juist geen accent op willen leggen. Maar het is opmerkelijk, want je zou denken dat juist door ons te verenigen en dingen samen te ondernemen we meer verbroederen.

Wat is het verschil tussen een arbeider in Turkijke en een in Nederland? De hiërarchie is in Turkije overduidelijk en er is veel respect voor autoriteit. In Nederland kan je het met alles oneens zijn en er zijn overal commissies voor, daar niet. Daar gehoorzaam je aan de baas. Soms denk ik dat respect voor andere mensen in Nederland wel een beetje ontbreekt. Kijk naar leraren. Die noemen ze gewoon Pieter-Jan of Hugo. Ik vind dat raar. Misschien omdat ik tussen twee culturen leef, maar ik zal altijd meester zeggen én ik zeg altijd u. In Nederland is dat vervaagd. Noem me ouderwets, maar ik vind dat geen goede ontwikkeling.

Is er iemand uit jouw klas van vroeger beter terecht gekomen dan jij? Nee.

Zijn jullie nog bevriend? Ja, vriendschap is niet onmogelijk, maar wel anders. Iedereen maakt een bepaalde ontwikkeling door en dan zie je dat je bepaalde mensen achter je moet laten, maar er desondanks ook mensen blijven. Ik voetbal in een team van jongens over wie je allemaal kan zeggen dat het arbeiders zijn. We zijn nog steeds vrienden, maar onze belevingswereld en prioriteiten zijn totaal anders.

Prefereer je de kleedkamer op de voetbalvereniging of een Boekenbal? De kleedkamer. Zonder enige twijfel. Omgangsvormen zijn veel puurder, mensen zijn oprechter en zuiverder. Veel directer in wat ze voelen en denken. Hogere klasse is vaak achter-de-ellenbogen en er wordt veel geroddeld. Iedereen wil bevriend zijn met elkaar, maar ondertussen overheerst de afgunst. Ik heb de straatmentaliteit vastgehouden, dat zal ook niet veranderen.

Maar je bevindt je wel steeds meer in de ‘elite’-wereld? Dat betekent niet dat ik verander. Ik ben de vreemde eend in de bijt. Op televisie en in de literatuur. En ook in de VARAgids.

Is de vreemde eend in de bijt ook het gat in de markt? Ja. Het ontbrak in Nederland aan mensen zoals ik, zeker binnen de literatuur. Debutanten hebben vaak dezelfde achtergrond, ouders die gestudeerd hebben, dus die schrijven over hetzelfde. Ik ben opgegroeid in het oosten van het land, mijn ouders waren gastarbeiders, dat maakt mijn perceptie anders en authentieker. Ik ben niet de zoveelste hipster uit Amsterdam. Ik ben een schrijver met de arbeidersmentaliteit.

Hoe werkt een schrijver met arbeidersmentaliteit? Ik moet keihard werken van mezelf en voel me ook echt slecht als ik een dag niks doe. Denken aan je toekomst en veel geld verdienen. Nooit afhankelijk van anderen zijn, is me met de paplepel ingegoten. Dat is de arbeidersmentaliteit die ik nu overdreven compenseer omdat ik me soms bezwaard voel. Ik weet hoe hard mijn moeder moest schoonmaken voor weinig geld. Soms schaam ik me voor wat ik verdien en vind ik dat ik er harder voor moet werken.

Hoe reageerde jouw wijk op de hoogvlieger Eus? Ik heb mezelf gereset en daar waren veel mensen niet van gecharmeerd. Ik ben tegen het verwachtingspatroon van mijn ouders ingegaan en durfde maling aan de rest te hebben. De sociale druk in een arbeiderswijk is groot. Iedereen let op elkaar en er heerst minachting jegens mensen die na de mavo verder studeren en niet kiezen voor het traditionele huisje-boompje-beestje. Je wordt met de nek aangekeken. Ik hoor het vaak genoeg op het voetbalveld: ‘Ah, daar heb je de professor’. Mijn vader praat ook zo over mij tegen mijn moeder. ‘Meneer denkt dat hij heel wat is omdat-ie gestudeerd heeft!’ De haat jegens mensen die wel op school hebben gezeten, voel ik.

Begrijp je die haat? Nee, ik ken die emotie niet. Ik voel geen afgunst jegens anderen. Ook niet in de wereld van literatuur en media. Van mij mag iedere schrijver 10 bestsellers schrijven. En ik hoop dat alle programma’s op televisie slagen.

Je voelt je onprettig op een Boekenbal. Zijn er ook dingen die je wel leuk vindt aan dat wereldje? Nee, nee helemaal niet.

Noem eens een voorbeeld waaraan je je stoort in die wereld. Eten! Kijk, iedereen eet, maar als je in een bepaald milieu komt, willen mensen dineren en eindeloos praten met glazen wijn erbij. Ik hou daar helemaal niet van. Voor mij is eten puur functioneel. Als je in hogere sociale klasse komt, gaan mensen ook opeens denken aan de natuur en heel gezond en gedoseerd eten. Minder vlees en alles uiterst bewust. Dat ken ik helemaal niet, die onzin! Bij ons was vlees eten juist een symbool van dat het goed ging en dat vind ik nog steeds. Ik eet graag vlees, het liefst twee, drie keer per dag. Ik vind het lekker.

Ga je vaak in discussie aan de elitaire dinertafel? Ja, bijvoorbeeld over de ontmoediging van het eten van plofkip. Ik snap dat het zielig is voor die dieren, maar ik ga vaak het intellectuele debat aan met mensen die weigeren te begrijpen dat er ook mensen zijn, vaak arbeiders, die het zich simpelweg niet kunnen permitteren biologische kip te kopen. Daar moeten we ook niet lullig over gaan doen. Of de neerbuigende toon als het gaat over all you can eat-restaurants. Daar stoor ik me ook aan.

Die noem ik ook vaak ‘vreetschuren’. Je kan er wel met walging over spreken, maar voor veel mensen is dat de enige mogelijkheid om uit eten te gaan. Niet iedereen kan naar een brasserie om vier gangen te eten en 150 euro per persoon af te rekenen. Als mensen 18,75 kunnen betalen en dan drie uur mogen eten, en dat dan ook flink doen ja, dan moet daar ruimte voor zijn. Tijdens discussies over vlees of all you can eat-restaurants ben ik altijd de arbeider, niet de geslaagde schrijver.

Jij zit tussen twee werelden in omdat je zowel bij de arbeidersklasse als bij de elite hoort. Hoe groot is de kloof? Veel te groot. Het is niet alleen de elite die niks met de arbeider te maken wil hebben, maar vice versa werkt het net zo. We doen er allemaal aan mee. Woonwijken en onderwijs zijn vaak gesegregeerd waardoor we minder met elkaar in contact komen en dat vinden we eigenlijk ook wel prettig. We kunnen wel zeggen: ‘Laten we de boel lekker door elkaar gooien’, maar mensen willen dat helemaal niet. Mensen met een Turkse achtergrond vinden het prettiger als er ook andere Turkse mensen op die school zitten. Dat heeft wederom niks met etniciteit te maken. Eerlijk waar, we doen allemaal ons best dit in stand te houden!

Jij ook? Als ik eerlijk ben, zou ik ook mijn kind niet naar een zwarte school brengen terwijl ik er zelf wel op heb gezeten.

Jij ging als jongen van een zwarte school naar een witte universiteit. Ongemakkelijk? Ik ging journalistiek studeren en ik was de enige met een kleur. Die lui kwamen uit Friesland en Drenthe. Die wisten echt niet hoe ze met mij moesten omgaan. Ik weet nog dat ik op het introductiefeest stond en er een jongen op me af kwam die vroeg of hij drugs kon kopen bij mij. Toen ik zei dat ik ook student was en geen drugsverkoper was dat enorm ongemakkelijk voor hem.

Maar stiekem is het ook wel fijn om het tegendeel te ­bewijzen, toch? Ik vermaak me kostelijk bij het corrigeren van mensen. Wat ik ook leuk vind, is als mensen vragen: ‘Jij bent toch die Turkse schrijver?’ Dan probeer ik op een ludieke manier uit te leggen dat ik uit Deventer kom en dat je mij gewoon als Nederlander mag zien.

Ben je veranderd nu je steeds bekender wordt? Nee, helemaal niet. Ik ben anders en dat zal ik altijd blijven. Ik ben gewoon mezelf en dat is genoeg, dat vinden mensen interessant. Mij wordt vaak genoeg gevraagd dingen te doen die niet bij me passen, maar die doe ik dan niet.

Ook niet voor heel veel geld? Nee. Het arbeidersmilieu heeft mij geleerd wat ik normaal vind, en wat niet. Wat ik indertijd niet normaal vond, vind ik nu nog steeds niet normaal en dat ga ik niet veranderen omdat ik me inmiddels ook nog in een andere wereld bevind.