Interview: Ryan Lizza (The New Yorker) over het eerste jaar van Donald Trump

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

‘We laten ons masseren, wisselen adressen uit van psychologen – anders hou je dit niet vol.’

In gesprek met The New Yorker-journalist Ryan Lizza (43) over het eerste jaar na de Amerikaanse verkiezing van Donald Trump. ‘We laten ons masseren, wisselen adressen uit van psychologen – anders hou je dit niet vol.’

Donald Trump is niet het enige product dat Washington recentelijk uit New York heeft geïmporteerd. Therapeuten die de stress uit de hoofden van een hele beroepsgroep proberen te praten – ook dááraan is in de Amerikaanse hoofdstad sinds begin dit jaar grote behoefte. Even lijkt Ryan Lizza een grapje te maken, maar hij blijkt bloedserieus te zijn. ‘We delen adresjes met elkaar voor een weekendje weg, wisselen namen uit van goede masseurs maar vooral ook van therapeuten. Serieus: anders is dit niet vol te houden.’
‘We’, dat is het Washingtonse perscorps, waarvan Ryan Lizza (43) al twintig jaar deel uitmaakt. De eerste tien jaar schreef hij voor The New Republic, daarna stapte hij over naar een nog roemruchter tijdschrift, The New Yorker. Hij schrijft er drie keer per week een online column, maar is vooral bekend om zijn diepgravende verhalen en portretten in het blad. Drama was er genoeg in die twee decennia: het Lewinsky-spektakel, de recount tussen Gore en Bush, de Irak-oorlog, het historische verkiezingsjaar 2008.

Maar alles verbleekt bij het presidentschap van Donald Trump, die deze maand een jaar geleden werd gekozen. Het zette de journalistiek op zijn kop, in alle opzichten. Trump was een godsgeschenk voor kijkcijfers en oplages. De grote twee – The Washington Post en The New York Times – leverden een tweestrijd waar elke lezer wijzer van werd.

Onderzoeksjournalisten waanden zich in een speelgoedwinkel, het Witte Huis lekte als een zeef. Mensen als Lizza maken krankzinnig drukke maanden door. Maar tegelijkertijd bleek de desinformatiecampagne van het Witte Huis te werken. Op dag één ging het over een recordopkomst bij de inauguratie, en sindsdien is er vrijwel elke dag gelogen, soms over triviale zaken, vaak over belangrijke. Fictie werd feit en andersom. Liegen loont, weten ook Witte Huis-medewerkers: het vertrouwen in de mainstream pers bereikte een dieptepunt.
‘Iedereen spint, altijd. Maar keihard liegen is echt iets anders,’ zegt Lizza na een optreden bij het John Adams Institute in het Amsterdamse discussiecentrum De Balie, de laatste stop op een korte tournee die hem verder langs de journalistenvereniging VVOJ en het tv-programma Buitenhof leidde. ‘Functionarissen op wie je moet kunnen vertrouwen, proberen je nu bullshit te verkopen. Ik gebruik nauwelijks meer bronnen die rechtstreeks voor de president werken. Aan het begin van dit jaar hadden we ze nodig, ze voedden ons met al die verhalen over paleisintriges. We kenden de mensen achter de machthebbers nog niet, en er werd inderdaad vreselijk veel gevochten tussen de verschillende kampen met adviseurs, zoals Steve Bannon en Jared Kushner. Maar misschien hebben we ons wel te veel blindgestaard op die strijd.’

Toch was het zo’n verhaal waarmee Lizza dit jaar een belangrijke scoop haalde – eentje met grote gevolgen voor het personeelsbestand in het Witte Huis. Lizza had lucht gekregen van een dinertje met Trump, FoxNews-ster Sean Hannity en Anthony Scaramucci, het pasbenoemde Hoofd Communicatie van het Witte Huis, en twitterde daarover. Diezelfde avond (‘ik legde net mijn zoons in bed’) belde Scaramucci hem schuimbekkend op: hij wilde weten wie het etentje, dat privé had moeten blijven, naar Lizza had gelekt. Wat volgde, was een tirade waarin Scaramucci gehakt maakte van onder meer Reince Priebus, de stafchef van het Witte Huis, en topadviseur Steve Bannon, over wie Scaramucci zei dat hij het liefst ‘aan zijn eigen pik’ zoog. Toen Scaramucci nog spartelde dat het gesprek off-the-record was geweest, was het al te laat: hij was, na elf dagen, ontslagen. Er volgde een grote schoonmaak.
‘Dit speelde eind juli. Het lijkt sindsdien iets rustiger, omdat mensen als Sean Spicer en Steve Bannon zijn verdwenen. De grootste chaos lijkt misschien weg. Maar dat is vooral omdat we de lat lager leggen. Er vindt normalisatie plaats, dat gebeurt automatisch. Spicers opvolger als woordvoerder is Sarah Sanders. Zij liegt net zoveel als Spicer, maar het haalt lang niet altijd meer de krant. De norm in het Witte Huis is nu: iedereen die namens de president spreekt, moet bereid zijn publiekelijk te liegen. Ook de nieuwe stafchef, John Kelly, zogenaamd één van de “volwassenen” die Trump in toom zou houden, vertelde onlangs een grove leugen, gewoon live op televisie in de persruimte van het Witte Huis. Het is een soort ontgroeningsritueel voor Trump. Een loyaliteitstest: ben je bereid om voor de president te liegen?’

Nieuwsuur bezocht onlangs Wisconsin, een staat in het Midden-Westen die vorig jaar voor Trump koos na decennialange trouw aan de Democraten. Het vertrouwen in de pers bleek er tot een nulpunt te zijn gezakt. Kwesties die Washington dagenlang bezighouden – zoals de zaak-Scaramucci – zagen kiezers hier als een obsessie van de pers. Elders in het binnenland (we reisden per trein van Chicago naar Seattle om de stemming te peilen) hoorden we precies hetzelfde. Eerst kijkt de pers niet naar ons om, vervolgens houden ze zich alleen maar bezig met relletjes – dat beeld.

Lizza ontkent met klem dat de Amerikaanse pers de Trump-kiezer vorig jaar negeerde. ‘Integendeel zelfs. We hebben zóveel tijd doorgebracht met zijn kiezers, dat misschien wel het omgekeerde waar is: we hebben onze blik te weinig op de andere kant gericht. Er waren vorig jaar twee dynamieken: het ongelooflijke enthousiasme voor Trump onder de working class, en de alarmerende apathie onder traditionele Democraten, vooral minderheden. Dat heeft Clinton de kop gekost, en we zagen het onvoldoende aankomen. Misschien hadden we juist dichterbij huis moeten kijken, in de steden, waar veel Democraten zitten.’

Toch verlaat ook Lizza, voor zover de tachtigurige werkweken het toelaten, zijn bubble graag af en toe even. Zelfs vier haastige dagen in Nederland maken zijn blik weer fris. ‘Dit is echt heel nuttig, omdat je even uit die dagelijkse maalstroom stapt, en met afstand kunt kijken: hiér gaat het over. Ik was onlangs tien dagen in Brazilië. Op de dag dat ik terugkwam loog Trump tijdens een persconferentie dat zijn voorgangers nooit met de weduwen van omgekomen militairen hadden gebeld. Na tien dagen afwezigheid viel ik echt weer even van mijn stoel. Die avond was ik te gast bij CNN, ik was net een paar uur daarvoor geland. Het was bijna een out of body-ervaring. Ik keerde me naar een collega-panellid en ik riep: waarom blijft Trump toch zulke shit verzinnen? Dat was in al die jaren de allereerste keer dat ik live op televisie shit zei.’