Manhunt: vermakelijk, belachelijk en typisch John Woo

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

De befaamde actie-regisseur John Woo keert terug naar zijn Aziatische roots in Manhunt. Het resultaat is vermakelijk en belachelijk.

De uit Hong Kong afkomstige regisseur John Woo werd na het succes van het heerlijke The Killer uit 1989 ingelijfd door Hollywood, wat leuke (Face/Off) en minder leuke (Mission: Impossible II) films opleverde. Nu is hij weer terug op Aziatisch grondgebied met deze in Japan spelende warboel, die bewijst dat Woo nog steeds een meester is in actiescènes, maar tevens laat zien dat een heleboel actie niet per se een coherente film oplevert. Integendeel.

Het verhaal is typisch Woo: twee moreel hoogstaande mannen zitten achter elkaar aan, tonen in tamelijk houterige dialogen diep respect en loyaliteit voor elkaar en schieten en scheuren zich een weg door een flinterdun script. Die mannen zijn een onterecht van moord verdachte advocaat en de agent die hem met alle geweld wil arresteren. De agent neemt tevens een jonge agente op sleeptouw, die zeer ruw wordt ingewijd in de fijnere kneepjes van het politievak. Haar tekst 'ik heb vandaag iets formeels aangetrokken' en de daaropvolgende gebeurtenis is ofwel hilarisch, ofwel #MeToo, of allebei. Er zijn ook twee vrouwelijke huurmoordenaars die op de advocaat jagen, van wie er eentje opzettelijk mis schiet wanneer ze hem in het vizier heeft, omdat hij haar aan het begin van de film iets aardigs vertelde over filmklassiekers.

Als dat al bizar klinkt, kun je je maar beter schrap zetten, want er is vrij veel bizar aan Manhunt. Woo's trademarks zijn in volle glorie aanwezig: wilde achtervolgingen, veelvuldige slow-motion, Mexican standoffs, Gun Fu en het uit de losse pols afvuren van pistolen, één in elke hand, wat in het echte leven een garantie is voor het niet raken waar je op mikt. In Manhunt trouwens ook, want hoewel er hele arsenalen aan munitie doorheen worden gejaagd, zijn het meestal de vazen, meubels, ramen en andere spullen die enthousiast exploderen. Maar er vloeit ook echt bloed, vooral tijdens de over-the-top finale.

Het probleem van Manhunt is dat de film zichzelf zowel te serieus neemt, als niet serieus genoeg. De loodzware gewichtigheid van het 'eer en respect'-gedoe van de heren werkt op de lachspieren, vooral ook omdat ze zich in bijna onverstaanbaar Engels tot elkaar richten. Het vrolijke absurdisme van de vele actiescènes is daarentegen duidelijk een poging tot zelf-parodiëring van Woo, waardoor je de boel helaas juist totaal niet meer serieus kunt nemen. En dat overleeft geen enkele film. Spoel vooruit naar de scène die begint op 1 uur en 2 minuten en je ziet een geweldsballet met paarden, motoren en drie mensen in een gezellig ingericht buitenhuis (let op de paardenschilderijtjes aan de muur) dat volledig naar de filistijnen wordt geschoten. Je moet wel lachen om die scène, maar je gaat er ook ook van zuchten. Waar gaat dit nog over? Nou ja, over eer dus. En iets met een misdadige farmaceutische firma, want uit het dunne plot blijkt uiteindelijk dat daar alle ellende door wordt veroorzaakt.

Manhunt is kortom behoorlijk amusant en behoorlijk ridicuul. Of je het wat vindt, is eenvoudig te testen door deze compilatie van een aantal actiescènes te bekijken of onderstaande trailer. John Woo's volgende project is een Engelstalige remake van zijn film The Killer (Lupita Nyong'o zou daarin de Chow Yun Fat-rol overnemen), die we met hoop maar ook enige angst tegemoet zien.

Manhunt is nu te zien op Netflix.

Je cookie-instellingen zorgen ervoor dat je dit deel van de website niet kunt zien.

Wijzig hier je cookie-instellingen

Lees ook