Is Kiev klaar voor het Songfestival?

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Hoe politiek is het Songfestival in Kiev? Op naar de hoofdstad van Oekraïne. Plus: wat vindt Cornald Maas?

‘Het Eurovisie Songfestival?’ Op het Onafhankelijksheidsplein in Kiev haalt Aleksandr (29) zijn schouders op. ‘Ik hou meer van rap.’ Aleksandr, een gediplomeerd lasser, interesseert het weinig dat het jaarlijkse muziekfestijn over twee weken in de stad neerstrijkt. In Dnipro, voorheen Dnjepropetrovsk, wacht zijn zwangere vrouw. Ze zal in september bevallen van hun eerste kind, en daarom is hij naar de hoofdstad gekomen om geld bij elkaar te sprokkelen. Niet als lasser, maar als panda. Gestoken in een groot, zwart-wit berenpak biedt hij toeristen op het plein aan om met hem op de foto te gaan. Hij vraagt 1000 gryvnja (zo’n 33 euro), maar minder is ook goed. De concurrentie bestaat uit een aantal bruine beren en landgenoten die tegen betaling een – echte – duif of valk voor even op een arm laten plaatsnemen. Geld, dat is wat Oekraïners nodig hebben. Geen Songfestival. Aleksandr windt zich op over de prijzen die Jamala, de winnares van vorig jaar, tegenwoordig rekent. ‘Waarom zijn de kaartjes voor haar concerten zo duur voor gewone mensen? Muziek maak je vanuit je hart. Het doet er niet toe wat iemand ervoor betaalt.’

Jamala haalde het Songfestival naar Oekraïne met het lied ‘1944’, over de Krim-Tataren die tijdens de Tweede Wereldoorlog door Jozef Stalin naar Centraal-Azië werden gedeporteerd. Het was een verrassend beladen nummer, op een evenement dat krampachtig probeert de politiek buiten de deur te houden. Rusland nam er aanstoot aan, omdat het er een protest in zag tegen de annexatie van het Oekraïense schiereiland de Krim in 2014. De later dat jaar begonnen burgeroorlog in Oost-Oekraïne, door Moskou gesteund, had de verhouding tussen beide landen ondertussen verder verziekt. Ondanks een bestand wordt er nog steeds gevochten, zo merkt Aleksandr. ‘Vrienden vragen me waarom ik niet ga vechten in Donetsk of Loehansk. Maar hoe moet het dan verder met mijn vrouw, en mijn kind?’
Aanleiding voor de militaire bemoeienissen van Rusland was Euro-Majdan, het pro-Europese volksprotest op het Onafhankelijkheidsplein, vernoemd naar de Oekraïense naam ervan: Majdan Nezalezjnosti. Hier begon in 2004 ook al de Oranjerevolutie, de eerste grote clash tussen Oekraïners die zich op Rusland richtten en zij die de blik naar het Westen wendden, waarbij de laatsten aan het langste eind trokken. Op de barricaden bij beide protesten stond Ruslana, de zangeres die kort voor de Oranjerevolutie plotsklaps een internationale ster was geworden door als eerste Oekraïense het Songfestival te winnen. Ze zou een jaar lang parlementslid zijn voor de pro-Europese partij van president Viktor Joesjtsjenko. Politiek en Eurovisie, je koppelt ze in dit land licht aan elkaar.
Spreek met Aleksandr echter niet over politiek, want het woord alleen al doet hem in een tirade ontsteken. ‘Politici zijn geldharkers. Ze zitten er voor zichzelf. Jamala won en ze liepen met haar weg: kijk, wij hebben gewonnen. Nu organiseren ze zelf het Songfestival, voor veel te veel geld. En trouwens, ze kunnen het niet eens. Ze zijn pas net begonnen met het opknappen van de festivallocatie.’
[blendlebutton]

Die locatie ligt aan de overzijde van de rivier de Dnjepr, de machtige stroom die Kiev doormidden deelt. Het pad erheen gaat onder de grond, via Arsenalna, met zijn 105 meter het diepst gelegen metrostation ter wereld. Zwijgend bewegen passagiers de twee lange roltrappen naar beneden, langs reclameborden op steeltjes. Daartussen bevinden zich vele oproepen van de Oekraïense overheid: om lid te worden van de nationale garde, om te komen werken bij de bloedtransfusiedienst van het leger, of simpelweg de leus ‘Eén Oekraïne. Eén land.’

Buiten schijnt de zon, maar net als in Nederland wil de lente nog niet echt doorbreken. Rond het Internationale Tentoonstellingscentrum (ITC), de grootste expo van Oekraïne, wordt inderdaad druk gewerkt. Een park verkeert in de aanlegfase: paden van gloednieuwe klinkers liggen klaar, piepjonge bomen steken uit de vers omgewoelde grond, een rij houten bankjes krijgt een laatste lik verf. Bij een bewaakt hek staan twee net uitziende dames met elkaar te praten. We hebben geluk, want ze blijken voor het Eurovisie-perscentrum te werken. Over twee uur start een rondleiding voor journalisten door het ITC, misschien valt er iets te regelen. Een collega van de vrouwen, een man met een zonnebril, informeert of hij ook iets kan doen. ‘Wil je een interview met Ruslana? Met Jamala?’ Als we antwoorden dat we met Ruslana contact hebben gehad, maar dat dit nog niet tot een afspraak heeft geleid, begint hij te grijnzen. ‘Ik snap het. Jamala would be good. But Ruslana would be epic.’
Twee uur later betreden we met vijf Europese journalisten het evenementencomplex. Door een duistere hal, langs kratten vol kabels en elektronica, schuifelen we in de richting van een in de verte flikkerend licht van een oscillator, tot we een hoek omslaan en ons plots in de weidsheid van de concertzaal bevinden. Rechts de voorste ronding van het Songfestival-podium, een gevaarte met een oppervlak van 350 vierkante meter, omgeven door twee gigantische, gebogen projectieschermen. Ervoor de vlakke vloer van de fans, aan de zijkanten zitplaatsen, aan de overkant lichtgevende, ovalen ringen om de sofa’s waar de artiesten voor en na hun optreden zullen plaatsnemen.
Voor het podium staan Christer Bjorkman en Ola Melzig. Het zijn twee in hun vak vermaarde Zweden, die op het laatste moment door de organisatie in Kiev zijn ingevlogen om de productie van het Songfestival vlot te trekken, zowel op technisch als op creatief gebied. Vandaag hebben repetities plaatsgevonden van de eerste tien liedjes van de eerste halve finale. ‘We hebben plaatselijke studenten zang en dans gevraagd om een nummer in te studeren, in de oorspronkelijke taal, en dat hier te komen uitvoeren,’ vertelt Melzig, een man met zwart piekhaar en een ringetje in elk oor. Bjorkman, kleiner van stuk en met een driedagenbaardje: ‘Daar maken we opnames van, die we weer doorsturen naar de kandidaten. Vervolgens begint een onderhandelingsproces over allerlei aspecten van de act.’ Daarbij kan het er hard aan toegaan. ‘Een artiest wil bijvoorbeeld iets met water op de schermen, maar zijn voorganger heeft dat ook al. Dat kan niet. Dat wordt saai.’ Melzig: ‘Zij vertellen een verhaal van drie minuten. Wij vertellen het verhaal van alle 42 liedjes samen. Dus soms zeggen we nee.’

Dat de EBU, het samenwerkingsverband van publieke omroepen in Europa, politieke boodschappen verbiedt, maakt hun werk nogal eens tot een mijnenveld, beamen de twee. ‘Vlaggen en andere symbolen gebruiken we niet,’ zegt Melzig. ‘Bij twijfel vragen we het aan de EBU.’ ‘We kunnen niet alles weten over elke cultuur,’ vult Bjorkman aan. ‘We kregen een keer het verzoek van een land om een toverbos vorm te geven. Onze ontwerpers kwamen met iets prachtigs, waarin ze onder meer spinrag aan de takken hadden gehangen. Nou, de deelnemers van het land in kwestie stonden perplex. Zoiets deed je in hun cultuur alleen als een dierbare was overleden.’ Wat vinden ze ervan dat het Songfestival dit jaar weer een politieke rel heeft opgeleverd? Rusland boycot het evenement, omdat Oekraïne weigert toegang te verlenen aan zangeres Joelia Samojlova, die twee jaar geleden naar de Krim is gereisd – via Rusland, wat tegen de Oekraïense wet is. Omdat Samojlova in een rolstoel zit, beschuldigt Rusland Oekraïne van een onmenselijke behandeling. ‘Ik ben muzikant geweest, en ik word daar verdrietig van,’ antwoordt Melzig. ‘Aan de andere kant: het is in het verleden vaker gebeurd, en het zal nog eens gebeuren.’

Terug in het centrum van de stad, in het Italiaanse restaurant Fabbrica, ontmoeten we Kirsten de Gelder (31). De Gelder doceert Nederlands aan de Mohyla-universiteit in Kiev. Van tevoren had ze al gewaarschuwd dat haar studenten niet over de oorlog wilden praten, maar ze zijn er helemaal niet bij: over vier dagen moeten ze een scriptie inleveren. En anders ontspannen ze zich wel op de datsja van hun ouders – net als half Kiev dit weekend, waardoor de groene, weidse opgezette stad van zes miljoen inwoners een opvallend rustige indruk maakt. Haar studenten – elf vrouwen – zijn afkomstig uit heel Oekraïne, vertelt De Gelder. ‘De een komt uit Loehansk, uit bezet gebied in het Oosten, de ander uit de buurt van Lviv in het Westen, waar het Oekraïens nationalisme sterk is, van de Krim, uit Kiev, uit Vinnytsia, de thuisbasis van president Petro Porosjenko… Als we in discussies de politieke situatie in het land bespreken, gaat het vaak hard tegen hard. Dan maken ze ruzie, of ze gaan huilen. De studente van de Krim kampt vooral met praktische problemen. Ze kon tijdelijk geen geld ontvangen van haar ouders toen daar de Russische roebel werd ingevoerd. Een jaar lang heeft ze haar vader en moeder niet kunnen bezoeken, en vice versa. Nog steeds kan ze niet via Oekraïne naar de Krim reizen. Directe vluchten tussen Oekraïne en Moskou zijn ook nog eens opgeheven, dus moet ze van Kiev naar Minsk in Wit-Rusland vliegen, dan naar Moskou en zo naar de Krim. Dat kost een godsvermogen.’ Overigens wordt in die gesprekken over politiek zelden een verband gelegd met het Songfestival, zegt De Gelder. ‘Wel als het over geld gaat. Dat festival kost Oekraïne veel centen, terwijl het een land in oorlog is, zeggen ze dan.’

Uiteindelijk is het Eurovisie Songfestival voor de Oekraïners gewoon een groot evenement, geen maatschappelijke splijtzwam of een politieke factor van belang. Als er al politiek op het podium drupt, dan komt dat simpelweg omdat de emmer met internationaal beladen kwesties nu eenmaal tot de rand toe is gevuld. In pub Soendoek, halverwege het Onafhankelijksheidsplein en de gouden koepels van het Sint-Michielsklooster, wordt dit beaamd door politicoloog Kostiantyn Fedorenko (27), onderzoeker aan het Instituut voor Euro-Atlantische Samenwerking. Dat is in het verleden weleens anders geweest. ‘Er zat een politieke dimensie aan het Songfestival in Oekraïne toen Ruslana won, in 2004, en kort daarna, tijdens de Oranjerevolutie. Toen het jaar daarop het Songfestival naar Kiev kwam, bestond de Oekraïense inzending uit hét protestlied van die periode.’ Sindsdien is het scherpe randje van het Songfestival verdwenen, meent Fedorenko: er zijn geen grote politieke statements meer te maken. ‘Jamala zong vorig jaar over de Krim-Tataren, maar de Oekraïners hadden al sinds de annexatie door Rusland meer sympathie gekregen voor die bevolkingsgroep. Die moest vluchten naar de rest van ­Oekraïne, immers. Je kunt zeggen dat militaire handelingen van Rusland het Oekraïense volk hebben samengebracht en hen de blik naar het Westen hebben doen verleggen.’

Hoe duidt hij dan het Oekraïense inreisverbod van de gehandicapte zangeres uit Rusland? Een politieke kwestie, geeft Fedorenko toe, maar opgezet door Moskou. ‘Rusland heeft duidelijk de bedoeling gehad om een rel met Oekraïne te veroorzaken. De Russische staatstelevisie heeft Joelia Samojlova zonder tussenkomst van het publiek geselecteerd, en wist natuurlijk dat ze op de Krim had opgetreden. Overigens speelde er een binnenlandse context mee. Een aantal weken voor Samojlova’s uitverkiezing zond de staats-tv Minuut van roem uit, een talentenjacht waaraan de eenbenige danser Jevgeni Smirnov meedeed. Smirnov kreeg van enkele juryleden nogal lompe opmerkingen voor zijn kiezen: had hij geen prothese moeten aanschaffen, om te voorkomen dat hij profijt zou trekken van zijn handicap? Dat leidde tot een schandaal. Niet veel later vaardigde diezelfde Russische staatsomroep een gehandicapte zangeres af naar het Songfestival.’ Een randverschijnsel, oordeelt Fedorenko desalniettemin. De meeste Oekraïners staan gematigd positief tegenover het muziekfestijn in Kiev. ‘Al zijn ze ook kritisch: de organisatie kost veel geld. Maar dat heb je misschien vaker gehoord.’

Cornald Maas, co-commentator van het Eurovisie Songfestival namens omroep AVROTROS: ‘De landen in Oost-Europa nemen het Songfestival serieuzer dan wij lang hebben gedaan. Nog steeds komen Nederlanders met clichés over vriendjespolitiek en corruptie, maar wij stuurden gedateerde nummers in, zonder ons af te vragen of die in de rest van Europa wel in de smaak zouden vallen. Dat is pas veranderd toen de TROS in 2013 de eigenzinnige Anouk afvaardigde. Dit jaar heeft die hele kwestie met Rusland bovengemiddeld veel aandacht gekregen, vind ik. Dat zegt wat over onze blik op Oost-Europa. Ik kan genoeg voorbeelden noemen van landen die zich hebben teruggetrokken en lang niet zoveel publiciteit kregen. Overigens vermoed ik dat de Russen nooit van plan zijn geweest om dit jaar echt naar Oekraïne af te reizen. Als enigen waren ze niet aanwezig bij de verplichte bijeenkomst van delegatieleiders in maart, waar alle landen hun definitieve inzending door moesten geven. Op het allerlaatste moment kwamen ze met dat nummer van Samojlova: een soort Disney-lied, totaal afwijkend van het muzikale machtsvertoon dat Rusland de afgelopen jaren heeft tentoongespreid. Ik weet bovendien dat ze geen poging hebben gedaan om in Kiev accommodatie te regelen tijdens het Songfestival. Het is gewoon een stunt voor binnenlands gebruik: kijk eens hoe onze gehandicapte kandidate wordt afgewezen door Oekraïne en het Westen!’

Eurovisie Songfestival, dinsdag 9 mei en donderdag 11 mei, NPO 1, 21:00 uur.

[/blendlebutton]

Lees ook