Jimmy: The True Story of a True Idiot: slaapverwekkende slapstick en puberale humor

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

De Japanse komedieserie heeft, in negatieve zin, een hoog Forrest Gump-gehalte.

Wie niet bekend is met de geschiedenis van de Japanse komediecultuur zal goed moeten opletten tijdens de ouverture van het deels waargebeurde Jimmy: The True Story of a True Idiot. Na een korte introductie (door komiek Jimmy en zijn leermeester Sanma) zien we de jeugd van het onbeholpen titelpersonage Hideaki Onishi (die zichzelf later dus Jimmy zal noemen). Ere wie ere toekomt, de piepjonge acteur die is gecast lijkt als twee druppels water op de komiek. Vervolgens zien we hoe ‘de idioot’ zich in de jaren tachtig ontpopt als een minkukel die tijdens honkbaltraining zelfs de simpele geheime tekens van de coach niet begrijpt, wat leidt tot de nodige slapstick.

Jaren later komt Jimmy, na een smeekbede van zijn vader bij een grote mediaondernemer, terecht bij een collectief van komieken in Osaka – om schoon te maken, welteverstaan. De eerste kennismaking is meteen opmerkelijk: als een soort spijtbetuiging, of in het kader van een vorm van zelfkastijding, heeft Jimmy zich opgehangen aan de trap. Aan zijn geslachtsdeel. Het hele gezelschap slaat het tafereel gade, en constateert dat de jonge proleet groot geschapen is (verwacht veel piemelgrappen en blote billen in de reeks). Een van de personages, een oud vrouwtje, wordt onderwijl gecomplimenteerd vanwege haar laaghangende borsten: ‘Het zijn als diamanten op een mesthoop.’

Iedereen wil aan haar tepels zuigen. Het waarom blijft uit; het zal een Japanse kwinkslag zijn. Hoewel Jimmy ons een bij vlagen interessant inkijkje geeft in de geschiedenis van de Japanse komedie, ontsproten uit Shingeki (modern theater), is er wel degelijk een wezenlijk verschil tussen westers en oosters vermaak. Netflix tracht dit te overbruggen door Japans entertainment te delen met de hele wereld. Je kan echter wel vermoeden dat 99% van de kijkers van Jimmy Japans zullen zijn. Japanners, althans een deel ervan, houden met hun eigenzinnige vorm van humor, zo mag je vermoeden, van de ragtime muziek onder de koddige schouwspelen. Een voorbeeld: Jimmy likt daadwerkelijk de vloer als zijn overste hem op het hart drukt dat zijn schoonmaakwerk zo zorgvuldig moet zijn ‘dat je de vloer moet kunnen likken’.

Gelukkig krijgt hij later in de aflevering, tijdens een flashback, de keer te zien dat hij ineens wist dat 1 + 1 echt 2 is (de serie heeft ook een hoog Forrest Gump-gehalte). Waarop een gesprek met de maan volgt – gekker wordt het niet. Later zegt hij tegen zijn leermeester Sanma: ‘Ik ben nergens goed voor.’ De laatstgenoemde nestor begint smakelijk te lachen, want dit is waar komedie om draait. Vrijwel al het werk van komieken wordt gedomineerd door twijfel en deceptie. Pas hier weerklinkt de aard van de grappenmaker. Dan hebben de makers er spijtig genoeg al wel vijftig minuten aan slaapverwekkende slapstick en puberale humor opzitten.

 

Jimmy: The True Story of a True Idiot,, vanaf 20 juli 2018 op Netflix

Lees ook