Wie is de Mol?

Ja, wie is nou de Mol?!

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Wie is de Mol? Ruben! Jan! Olcay! De argumenten op een rij (ook met de tegenargumenten).

Ruben is de Mol!

Ja, tuurlijk is Ruben de Mol! De laatste vier kandidaten (Jan, Olcay, Simone én Stine) zaten allemaal op Ruben. En zelfs ná hun rode schermen zijn Simone en Stine ervan overtuigd dat Ruben de Mol is.

Gebrek aan zelfreflectie of compleet overtuigd van wat ze denken zeer zeker te weten? Nou ja, half molloot Nederland zít ook op Ruben (47%, zo vertelde Chris Zegers afgelopen zaterdag in MolTalk); het zou de mimiek zijn die de muzikant verraadt. Bij Arts praatjes zie je hem wel héél stoïcijns kijken, welhaast emotieloos. En in de confronterende gesprekken met Loes, Olcay en Simone stamelt hij er lustig op los, onderwijl hevig friemelend aan zijn baard – een teken van liegen, zo weten we uit de lessen van Ellie Lust in Moltalk.

En dan die opdrachten. Hij durfde niet van de zipline tussen twee krakkemikkige oostblokflats (en hij wachtte niet tot de rest de overtocht had gemaakt om zijn hoogtevrees te outen), wist geen enkel nummer uit te beelden tijdens de car-aoke, pakte geen kokers tijdens het raften, telde geen mingeld mee bij de geldtelopdracht (die in dat olievat) én liep per ongeluk bijna de goede kant op bij de tunnelopdracht. Hier schrok hij zo van, dat hij uitschreeuwde: ‘Nee, terug! Terug!’ Jaja.

Ruben is niet de Mol!

Hoe bestaat het dat Olcay, die geen Molboekje bijhoudt, niks opschrijft en het geheugen van een zeef heeft – getuige haar vergeetachtige gedrag bij onder meer het raften, waar ze vlaggen en kleuren moest onthouden – de test beter maakt dan Simone? Simone heeft tenslotte alles opgeschreven, heeft Ruben binnenstebuiten gekeerd een aantal uren voor haar fatale test, maar maakt toch de test slechter dan Olcay?

Nee, óf Olcay is de Mol en houdt iedereen voor de gek (inclusief finalisten Jan en Ruben) óf Jan is de Mol. Simone wist zo veel van Ruben na dat gesprek, dat ze inderdaad alle antwoorden zo beantwoordde en er dus uitvloog. Olcay heeft meer fouten over Ruben gemaakt en gaat daardoor juist naar de finale.

Maar waarom Ruben écht écht écht de Mol niet kan zijn? Kijk aflevering één even terug: het was Ruben (!) die erachter kwam dat de koppels in vijf verschillende steden zaten! En als Mol wil je natuurlijk dat iedereen zolang mogelijk in onzekerheid blijft, want dan gaat iedereen met Art bellen en kost het (heel veel) geld.

Jan is de Mol!

Och, Jan, de groepsleider, de motivator en de initiator van de groep. Een Mol moet sociaal vaardig zijn en goed en snel contacten kunnen leggen. Een rol die prima is weggelegd voor Jan. Door zijn harde werk, goede aanwijzingen en opzichtelijk verbaasde reacties heeft hij nauwelijks verdenkingen op zich gekregen, maar wie verder kijkt dan dat ‘harde’ werken, komt erachter dat Jan nauwelijks geld in de pot heeft gebracht. Met kekke kleurrijke en hoogopgetrokken sokken banjert Jan door het Oekraïense land, altijd goedgemutst en op zoek naar geld. Wetend dat er ook altijd weer opdrachten komen waar het voor de Mol heel makkelijk is om geld te laten verdwijnen, zoals die opdracht met de pakketjes in de trein (hij stond ook nog eens achterin, dan is het wel heel erg makkelijk om een pakketje te lozen).

Ondertussen motiveert Jan ook zijn medekandidaten met enthousiasme om (ook) te gaan mollen. ‘Olcay, jij moet bij de volgende opdracht gaan mollen. Dan gaat Simone ook op jou inzetten en kunnen wij met z’n tweetjes naar de finale.’ De Mol delegeert zijn gemol! Dan, bij die desbetreffende opdracht, zien we Olcay pardoes mingeld pakken en Jan, als Mol, een snoekduik nemen in het kolkende water. Oh, kijk hem eens zijn best doen om geld te verdienen. Bij de uiteindelijke geldtelling merkt Art heel gevat op: ‘Oh, deze koker is zeiknat. En er zit mingeld in’. Kijk, zo kennen we Jan; heel erg ‘je best’ doen, hard schreeuwen, chaos creëren, wachten tot niemand kijkt en dan, bam, toeslaan.

Jan is níet de Mol!

Was het niet Jan die bij alle opdrachten het voortouw nam? Die delegeerde en zich opwierp als leider van de groep? Hij verzette letterlijk bergen met die graafmachines, was ‘heel goed’ (citaat Olcay) met de paraglide-opdracht, ging onverschrokken van kabelbanen af, legde contact met de lokale bevolking met als doel: er moet geld in de pot! Nog nooit was er, voor ons kijkers, een kandidaat die zó zijn best deed als Jan. Hoe het kan dat hij zo lang in het spel zit? Hij is de kamergenoot van Ruben! En dat kan zijn vruchten afwerpen, daar weet Art alles van. Hij won ooit met Mol Patrick als kamergenoot. Nee, Jan is écht niet de Mol. Dan moet het Olcay zijn! Olcay?!

Olcay is de Mol!

Olcay is de Mol, ze begint al in aflevering één: het treuzelen van Olcay als ze met Ruben (die aan het rennen is, Ruben is de Mol echt niet) op zoek is naar een internetcafé. Eenmaal binnen onthult Ruben (in gesprek met Jan) dat de koppels in verschillende steden zit. Reactie Olcay: geen. Zelfs als kijkers voor de buis zaten we te stuiteren! Aflevering twee heeft als titel ‘Wisseltruc’. Op de markt zien we Olcay duizend euro wisselen voor twee briefjes van vijfhonderd. Nou ja, dit mislukt natuurlijk, Olcay vergeet een briefje van vijfhonderd. Wanneer haar medekandidaten dit door hebben zien we een héél subtiel en minzaam lachje. En dan die actie in aflevering drie; wie geeft er in hemelsnaam een zwarte vrijstelling weg? Een Mol. Tel daarbij op dat Olcay haar geldauto nét voor het einde werd ingesloten door twee rode ‘vijanden’ en het feit dat Olcay bij de tunnelopdracht minuten verspilt door een trap in een doodlopende straat te gaan beklimmen. Oh en dit: hoe kan iemand zo ver in het spel komen zonder dat ze iets opschrijft? Omdat ze de Mol is!

Olcay is niet de Mol!

De kandidaten zitten bovenop elkaar, de hele dag. En NIEMAND verdenkt Olcay. Ja, Loes, een paar afleveringen geleden. Zij was de enige kandidaat die de test maakte met Olcay als hoofdverdachte. Ze lag direct uit het spel.

Lees ook