Interview: Nico Dijkshoorn over zijn DWDD-gedichten

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Hoe componeert Nico Dijkshoorn zijn gedichten voor De wereld draait door? Een werk ontrafeld door de meester zelf (ook met de regels die afvielen).

Woensdag 14 november, drie minuten over half acht. In de studio van De wereld draait doorheeft André van Duin zojuist voorgelezen uit het nieuwe boek van Martine Bijl (over haar leven na een herseninfarct), heeft Rijksmuseumdirecteur Taco Dibbits over het schilderij ‘Portrait of an Artist (Pool with Two Figures)’ van David Hockney (dat geveild zou worden voor 80 miljoen dollar) verteld en is er aan tafel gesproken over de woorden die in 2019 voorgoed moeten verdwijnen.

Kijkers van de show zagen daarna nog wat archiefbeeld van Boudewijn de Groot – de zanger is in de DWDD-studio en zal zo een nieuw protestlied voordragen met The Dutch Eagles als begeleidingsband. Maar nu staan de camera’s gericht op Nico Dijkshoorn. De huisdichter dicht over wat zojuist aan de talkshowtafel is besproken.

Je cookie-instellingen zorgen ervoor dat je dit deel van de website niet kunt zien.

Wijzig hier je cookie-instellingen

Woorden die weg moeten, ik kan gewoon bijna niet kiezen.
De eerste woorden die weg moeten, zijn al die belachelijke namen van nieuwe biertjes tegenwoordig. Bieren heten opeens Scheutbeukel, Muitkaapsel, Kroepschuimsel en Lapzwans (dat is bier met kaneel en de geur van stoofvlees).

Oprotten.
Stelletje hipsters met jullie bierbaardjes.
Ook graag weg: het woord ‘mensenmens’. Het meestgebruikte woord in het openbaar vervoer als ik er gebruik van maak.
Altijd zit ik in de trein precies naast mensenmensen. Mensen die heerlijk met mensen werken omdat ze zelf ook een mens zijn. Andere mensen zijn dierenmensen, of schildermensen, maar nee, zij zitten naast me en zijn mensenmens en daarom willen ze later altijd met mensen werken. Oprotten. 
Ook weg moeten de woorden ‘Emile’ en ‘Ratelband’. En dan in iedere denkbare combinatie. Emile Ratelband – het is misschien een aardig weetje – die de afgelopen dagen precies 86 keer op televisie was. En dat is exact zijn echte leeftijd.
Nee, dan de mooiste woorden. Woorden die nooit mogen verdwijnen.
Boudewijn de Groot, hij zong in mijn jeugd een ongelofelijk levensveranderend woord: borsten.
Ik hoorde borsten in de volgende zin: ‘Ja tante Julia / ik lijk alweer veel ouder / ik speel piano als u wil / maar haal uw borsten van mijn schouder.’
Ik hoorde de woorden ‘borsten’, ‘piano’ en ‘schouder’ en ik wist het: Nico, je speelt het verkeerde instrument.  Maar het allermooiste woord, het allermooiste woord en dat gaan we allemaal gebruiken in het volgende jaar, is ‘bijlen’. En de betekenis is: getroffen worden door een herseninfarct, de rug rechten, vechten, de moed niet verliezen, juist met humor en mededogen aanvallen op het leven. Zoals Martine Bijl – u heeft het gehoord – dat dagelijks doet.  Met z’n allen, volgend jaar. Lekker bijlen.


Een dag later neemt Dijkshoorn het gedicht door en krijgen we inzicht in zijn werkwijze (en laat hij zijn kladblok zien!).

Woorden die weg moeten, ik kan gewoon bijna niet kiezen.
Nico Dijkshoorn: ‘Ik schrijf altijd het hele gedicht in de uitzending, dat is voor mij de sport. Ik sla het schrijfboekje open zodra Matthijs met die armen over elkaar voor de camera staat. Gisteren waren  de onderwerpen héél laat bekend, dat is uitzonderlijk. Op weg naar de studio wist ik alleen nog maar dat Boudewijn de Groot en The Dutch Eagles zouden komen.

Ik had in de auto over The Dutch Eagles nagedacht en wilde in het gedicht bijvoorbeeld zeggen dat ik de Hungarian Eagles eigenlijk wel beter vond. Ik besloot ter plekke dat niet te doen en dat heeft allemaal met de sfeer in de uitzending te maken. Hoe het publiek is, hoe Matthijs is, hoe ik me voel, wat de mensen voelen. Wat de vibe in de uitzending is.

Ik sloeg mijn schrijfboek open en schreef: ‘woorden die weg moeten, ik ken er wel wat.’ Dat vond ik een lelijke zin, die heb ik weggehaald. Ik vond het dubbelop, dus werd het: “Ik kan bijna niet kiezen.” Dan begrijpt iedereen waar ik het over ga hebben.’

De eerste woorden die weg moeten, zijn al die belachelijke namen van nieuwe biertjes tegenwoordig. Bieren heten opeens Scheutbeukel, Muitkaapsel, Kroepschuimsel en Lapzwans (dat is bier met kaneel en de geur van stoofvlees).
‘Ik had “hippe biertjes” opgeschreven. Maar mensen snappen niet wat een hip biertje is. Dan gaan ze nadenken en dan ben je ze kwijt. Ik had ook nog het bier “Roekeloos lamvocht”, maar dat klonk als twéé woorden.’

Ook graag weg: het woord ‘mensenmens’. Het meestgebruikte woord in het openbaar vervoer als ik er gebruik van maak.
‘Matthijs van Nieuwkerk is toch de zilverruggorilla waar iedereen in de studio naar zit te kijken. Ze kijken of hij het leuk vindt, dat is gewoon zo. Ik heb me in het verleden weleens afgevraagd waarom er nauwelijks werd gereageerd op een gedicht dat ik best oké vond. Ik keek het dan terug en zag dat Matthijs tijdens mijn verhaal iets in zijn oortje binnenkreeg. Gisteren moest hij lachen. Dan hebben de mensen in de studio de neiging om het ook beter te vinden.

Ik zei dus “mensenmens” en ik hoorde Matthijs gniffelen. Ik stok dan even, dat werkt altijd. De mensen denken dan: “Oh, hij heeft het grappig bedoeld. Dan gaan we maar lachen.” Ik vind het een van de engste dingen om te doen, want als de mensen niet lachen, ben je een volkomen lulhannes. Daarna heb ik nog wel wat geïmproviseerd, dat is dan blijkbaar de entertainer in mij. Ik denk dat ik een paar keer ‘mensenmens’ extra heb gezegd.’

Altijd zit ik in de trein precies naast mensenmensen. Mensen die heerlijk met mensen werken omdat ze zelf ook een mens zijn. Andere mensen zijn dierenmensen, of schildermensen, maar nee, zij zitten naast me en zijn mensenmens en daarom willen ze later altijd met mensen werken. Oprotten.
‘Dat was improvisatie, omdat ze gingen lachen. Dan laat ik het gedicht los en ga ik improviseren. Jaa, een mensenmens. Heerlijk. Ik had ook nog opgeschreven: “Opgerot met dat woord. Opgerot met dat sollicitatiegesprekgewauwel.” Dat is een veel te ingewikkelde associatie, die laatste zin heb ik op het allerlaatste moment weggestreept en opgeschreven: “opgerot met dat woord.” Het wordt uiteindelijk dan “oprotten”. Dát heeft dan te maken met de stemming in de studio. Er komt een soort zelfverzekerdheid dat het wel goed komt met dit gedicht. “Oprotten” – dat klinkt ook wel iets agressiever.’

Ook weg moeten de woorden ‘Emile’ en ‘Ratelband’. En dan in iedere denkbare combinatie. 
‘Je ziet me reageren als ik zeg dat er twee woorden moeten verdwijnen: “Emile” en “Ratelband”. Er komt een voor mij totaal onverwachte lach op van de hele zaal. Je ziet mij reageren, ik word losser en breek uit het gedicht.

Ik wachtte. Hier had ik nog opgeschreven: “En laat ik ze dan nu als laatste gebruiken.” Want ik vond het gek om te zeggen dat niemand dat woord mag gebruiken en daarna doe ik het zelf. Maar omdat iedereen dat wel zou snappen, heb ik dat doorgestreept – het houdt alleen maar op.

Schrappen doe ik allemaal in de laatste twee, drie minuten. Het is een paar keer gebeurd dat de regie me niet vertelde dat er geen ‘TV draait door’ (rubriek met grappige filmpjes, red.) is, dan ben ik echt de lul. Want dan heb ik nog niet geschrapt en dan is daar geen tijd meer voor.’

Emile Ratelband – het is misschien een aardig weetje – die de afgelopen dagen precies 86 keer op televisie was. En dat is exact zijn echte leeftijd.

‘“Het is misschien een aardig weetje,” dat heb ik geïmproviseerd. Het is natuurlijk krankzinnig. Er zit een beetje de belofte in van iets raars; Nico gaat ons iets leuks vertellen over Emile Ratelband. Ik heb die zin iets anders uitgesproken dan opgeschreven. Ik weet wel hoe dat komt, het heeft te maken met die lach. Mensen hebben net heel hard gelachen. Er komt dan een soort zelfvertrouwen in en ik weet: het zit goed, dit stuk. Bij deze zin kijk ik dan helemaal niet meer in mijn boekje, af en toe kijk ik dan ook op. Ik wist wat de eindgrap was hier. Soms schrijf ik zinnen niet eens uit, dan schrijf ik “etc.”. Ik bedenk dan dat dit weleens een stuk kan worden waar ik lekker in los ga.
Die 86 keer op televisie, dat is ook een sneer naar De wereld draait door natuurlijk, want daar was hij ook te gast geweest. Ik deelde een tikje uit.’

Nee, dan de mooiste woorden. Woorden die nooit mogen verdwijnen. 
‘Ik moest een switch maken. Omdat ik zeker wist dat ik aan het einde iets over Martine Bijl wilde vertellen. Haar eerste boek vond ik fantastisch, dat was voor mij zo’n ontdekking. André van Duin was over haar nieuwe boek begonnen, nu had ik een ingang, maar ik moest switchen naar een goeie vibe. Zo’n switch: ik durf wel te zeggen dat ik dat goed kan. Ik sus mensen in slaap, ze zitten in driekwart van het verhaal zich al helemaal de tering te lachen en dan maak ik een keiharde switch. Dat is voor mij het ultieme, daar geniet ik het meest van. Lachen, lachen, hahaha, Emile Ratelband. Nee, dan de móóiste woorden.’

Boudewijn de Groot, hij zong in mijn jeugd een ongelofelijk levensveranderend woord: borsten. 
‘Ik had van tevoren bedacht waar ik aan denk bij Boudewijn de Groot: zijn lied “Tante Julia”. Dat had ik wel in mijn hoofd. Maar hoe fietste ik dat erin? Op een enigszins natuurlijke manier?

Hier was ik het even kwijt trouwens, ik kon het niet lezen wat ik had opgeschreven. Het kwam door “ongelofelijk levensveranderend”. Daardoor raakte ik in de war, ik had het woord “ongelofelijk” door moeten strepen, daarom ging het mis. Ongelofelijk levensveranderend: dat is raar. Iets kan niet ongelofelijk levensveranderd zijn. Ik dacht: wat staat daar nou? Ik raakte een beetje in paniek.

Ik hou de laatste tijd wel meer rekening met een leesbare tekst. Anders stokt het, en dan vinden de mensen het meteen kut. Als je stokt in een zin, ben je het publiek kwijt.’

Ik hoorde borsten in de volgende zin: ‘Ja tante Julia / ik lijk alweer veel ouder / ik speel piano als u wil / maar haal uw borsten van mijn schouder.’ 
‘Die zinnen heb ik vlak voor de uitzending opgezocht. Boudewijn de Groot is echt iemand die na de uitzending naar je toekomt en zegt dat iets niet goed is geciteerd. Ik wilde dat het exact klopte.’

Ik hoorde de woorden ‘borsten’, ‘piano’ en ‘schouder’ en ik wist het: Nico, je speelt het verkeerde instrument. 
 ‘De naam Nico heb ik heel bewust gebruikt. Daardoor zie je mij bij mijn ouders op een krukje met een gitaar.

Ik heb heel erg getwijfeld of ik dit erin zou laten, ik heb er ook een heel stuk uitgehaald. De grap komt best wel onverwacht, een hele hoop mensen zouden het niet begrijpen. Dat “levensveranderende” is de grap. Dat je denkt: “Ja, ik ga reizen!” Maar het enige dat ik denk: “Krijg nou de tering, ik sta met het verkeerde instrument in m’n handen als ik ooit nog eens borsten in m’n schouder wil.” Dat vergt enige concentratie. Het hielp dat Boudewijn de Groot in beeld was en dat je hem zag glimlachen. Dus Nico is goedgekeurd.

Toen heb ik opgeschreven: “Boudewijn, die zo gaat zingen met The Dutch Eagles. En dat is heel leuk, want ik zag laatst The American André van Duins met het lied There’s a horse in the corridor.” Maar dat is een hele ingewikkelde gedachte, ik vond ‘m te flauw. Ik heb die grap opgeofferd om de flow erin te houden. Als ik dan met dat terzijdetje zou komen, zou het een veel hardere breuk zijn geweest om naar Martine Bijl te gaan. Ik moest er wel om lachen, de American André van Duins, maar ik heb het toch niet gedaan.’

Maar het allermooiste woord, het allermooiste woord en dat gaan we allemaal gebruiken in het volgende jaar, is ‘bijlen’. 
‘Ik wist dus zeker dat ik aan het einde iets over Martine Bijl wilde vertellen.’ 

En de betekenis is: getroffen worden door een herseninfarct, de rug rechten, vechten, de moed niet verliezen, juist met humor en mededogen aanvallen op het leven. Zoals Martine Bijl – u heeft het gehoord – dat dagelijks doet.

‘Ik had eerst opgeschreven: “Getroffen worden door domme pech, een herseninfarct, en dan ontroerend en geestig op het leven blijven aanvallen als Martine Bijl.” Dat was helemaal weg. Dat was ook ongelofelijk slecht geformuleerd. Je moet wel bedenken: ik zit dan wel in tijdnood en ik moet nog schrappen. Dus dat heb ik helemaal geschrapt. En toen improviseerde ik een beetje.’

Lekker bijlen.
‘De laatste zin staat niet in een boekje. Ik heb er ook wel over getwijfeld, omdat lekker “bijlen” ook betekent dat je een herseninfarct zou kunnen hebben. Ik heb het toch gezegd.

Als het gedicht klaar is, kom ik vanuit een enorme concentratie terug in de studio. Ik hoorde in het begin vaak dat ik er dan uitzie alsof ik heel tevreden ben over mezelf. Heel zelfvoldaan. Maar ik heb gewoon heel geconcentreerd dat gedicht proberen voor te lezen en daar heb ik dingen bij gevoeld. Zo van: “kut,” of “shit, hoe los ik dat op”. Het is echt een paar minuten volle bak. Je ziet dan vooral opluchting. Zo van, hup, klaar.

De uitzending is voorbij, we verlaten met z’n allen de studio en gaan backstage een grote trap op. Ik kom boven, pak m’n tas en loop naar het café. Als dan nog steeds niemand iets tegen mij heeft gezegd, dan weet ik dat het gedicht niet helemaal oké was. Ik vind het zelf eigenlijk altijd wel oké, want dat is het item. Het is een sterk item omdat het spannend is.’

De wereld draait door (met op woensdag Nico Dijkshoorn), ma-vrij, NPO 1, 19:00 uur

Lees ook

Noord Korea DE LAGARDE+

Hoe kijk je tv in Noord-Korea?

Flex

Hoe hiphop Nederland veroverde

Tien nieuwe series om in 2019 naar uit te kijken

Sense and sensibility DE LAGARDE+

De populariteit van Jane Austen verklaard

Lost Ark DE LAGARDE+

De verboden voorwerpen in films