Interview: Alexandra Pelosi (Meet the donors: does money talk?)

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

In gesprek met journaliste Alexandra Pelosi over de vraag: hoeveel invloed hebben de donateurs die miljoenen dollars in de Amerikaanse presidentsverkiezingen steken?

In gesprek met journaliste Alexandra Pelosi over de vraag: hoeveel invloed hebben de donateurs die miljoenen dollars in de Amerikaanse presidentsverkiezingen steken?
 

De presidentsverkiezingen van 2016 lijken de duurste aller tijden te worden, mede dankzij enorme donaties. Alexandra Pelosi praat met fundraisers om te onderzoeken wat mensen beweegt om miljoenen dollars in de presidentscampagne van Hillary Clinton of Donald Trump te steken.

Hoe kwam je op het idee om de mensen op te zoeken die miljoenen aan een presidentscampagne doneren?
Ik ken dit wereldje al heel mijn leven. Als dochter van Nancy Pelosi (fractieleider van de Democratische Partij in het Huis van Afgevaardigden, red.) stond ik al als klein meisje met presidentskandidaten in dezelfde kamer. Die mensen zijn te koop, zo is het altijd al geweest. Alleen zijn de bedragen veranderd: vroeger had je Jimmy Carter voor een paar duizend dollar in je huiskamer staan, tegenwoordig moet je daar een half miljoen voor neertellen. Dat is heel vreemd. We scheppen allemaal op over dat Amerika de beste democratie van de wereld is, maar dat is niet het geval. Een waanzinnig klein gedeelte van de bevolking heeft daadwerkelijk invloed. Dat voelt als iets uit een derdewereldland.

Hoe heb je die miljardairs voor je camera gekregen?

[blendlebutton]
De mensen die het meeste doneren, staan gewoon online op een lijst. Die honderd namen heb ik benaderd, ik kende er gelukkig al een heel aantal. Uiteindelijk wilden er dertig van die mensen meewerken. Het verbaasde me dat er zo veel weigerden. Je betaalt een berg geld omdat je gehoord wilt worden, maar dan wil je vervolgens niet aan mij uitleggen waarom je het doet. Dat is voor mij het bewijs dat veel van die donoren een verborgen agenda hebben.

En wat zeiden de mensen die wél mee wilden werken?
Ze zeiden eigenlijk allemaal hetzelfde: dat ze geld geven uit patriottisme, omdat ze zo gek op Amerika zijn. Ik heb mensen uit de film moeten knippen, het werd te saai om iedereen steeds hetzelfde verhaal op te horen dreunen. Een groot deel van die donoren is gewoon ijdel: ze willen de kans krijgen om Hillary Clinton over hun vakantie te vertellen. Ik ben bij veel Clinton-evenementen geweest, en het gaat echt niet allemaal over politiek. Mensen praten over de nieuwe inrichting van hun huis, of over wat hun kinderen aan het doen zijn. Het is een beetje te vergelijken met miljonairs die The Rolling Stones op hun verjaardag laten spelen. Als je genoeg geeft, dan komt Clinton op je bruiloft.

Gaf niemand aan politieke plannen te hebben?
Er waren wel een paar uitzonderingen: iemand als Thomas Steyer, die tachtig miljoen dollar aan de Democraten geeft omdat hij het broeikaseffect wil verslaan. Die geeft aan dat hij het voor het algemeen belang doet, om het milieu te beschermen. Maar dan moet je er ook weer rekening mee houden dat de helft van de Amerikanen niet in het broeikaseffect gelooft. Dus dan heb je aan de andere kant weer een Stanley Hubbard, die een hoop geld aan de Republikeinen geeft. Hij noemt het broeikaseffect ‘de grootste leugen in de Amerikaanse geschiedenis’. Vooral Europeanen zeggen vaak dat ze niet begrijpen hoe iemand als Donald Trump zo populair kan zijn. Mijn man (de Nederlandse journalist Michiel Vos, red.) zei het pas ook nog. Jullie beseffen niet dat Amerika niet alleen uit New York en Los Angeles bestaat, maar juist uit alles wat tussen die twee steden ligt. Daar wonen mensen in kleine dorpjes, die wél in wapenbezit en niet in het broeikaseffect geloven.

Maar je geeft aan dat de macht uiteindelijk bij die rijke één procent ligt.
Simpelweg omdat die kandidaten nergens zouden zijn zonder donaties. Anders kom je helemaal niet in Utah of New Hampshire, om je boodschap aan de rest van de bevolking te verkondigen. En uiteindelijk raak je toch beïnvloed door de mensen waar je het grootste deel van de tijd mee doorbrengt. Dus als je elke week met oude blanke mannen op een fundraiser staat, heeft dat effect op je wereldbeeld. Dat is overigens voor allebei de kampen het geval, Democraten en Republikeinen. Het hypocriete is alleen dat donateurs aan de Democratische Partij nog altijd als helden beschouwd worden, terwijl ze bij de Republikeinen worden uitgekotst. Uiteindelijk maakt het niks uit: zelfs iemand als Bernie Sanders, die bekend stond als een socialist, is afhankelijk van grote donaties. Hij had een heel schoon en onschuldig imago, maar hij was echt niet anders. Bij Barack Obama hetzelfde verhaal. Als hij bijvoorbeeld naar New York gaat voor een bespreking met de VN, kan je ervan uitgaan dat hij ook nog even langs een van zijn donateurs gaat.

Hoe kwalijk is het dat iemand miljoenendonaties ontvangt?
Het betekent niet per se dat je een presidentskandidaat koopt, maar ze zijn in elk geval wel bereid naar je te luisteren, en dat kan het armere deel van de bevolking niet zeggen. Dat is zorgwekkend. Net als de manier waarop die multimiljonairs naar de wereld kijken. Ze scheppen op over hoe ze met Hillary Clinton optrekken en zijn verder totaal gedistantieerd van de rest van de bevolking. Ze vinden het allemaal prima. Ik begon mezelf af te vragen: kunnen kapitalisme en democratie wel tegelijkertijd bestaan? Zolang de armen geen fundraisers bezoeken, denk ik eigenlijk van niet.

‘Does money talk?’ is de ondertitel van je documentaire. We kunnen dus concluderen dat het antwoord ‘ja’ is.
Wat mij betreft stond dat al buiten kijf, al voordat ik de film ging maken. Waar ik benieuwd naar was, was of het geld – die rijkelui – zich tegenover mij en mijn camera wilden verantwoorden. Dat is dus, op een uitzondering als Thomas Steyer na, niet gebeurd. Ze spreken over patriottisme, maar de ware motieven blijven geheim.

Meet the donors: Does money talk?, dinsdag 4 oktober, HBO, 20:30 uur

[/blendlebutton]