Hoe links is Hollywood?

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Hollywood noemt zichzelf graag progressief en ‘liberal’ maar hoe werkt dat in de praktijk?

De film Michael Moore in Trumpland, waarin documentairemaker Moore de Amerikaanse kiezer aanspoort om toch maar op Clinton te stemmen omdat Trump te erg is, ging eind oktober geheel onverwacht in première. Het is een haastig gemaakt pamflet van de linkse stokebrand van Hollywood die te elfder ure zijn aanzienlijke schare fans vraagt om met een goedmoediger oog te kijken naar de Democratische kandidate, die volgens hem eigenlijk teveel aan de leiband van banken en bedrijfsleven loopt en lang niet links genoeg is, maar beter is dan Trump. Een stemadvies uit onverdachte hoek, zou je zeggen, want Michael Moore kennen we van voor Amerikaanse begrippen ultralinkse documentaires (Roger & Me, Bowling for Columbine, Capitalism: A Love Story) waarin hij het bedrijfsleven ter verantwoording roept voor het verpauperen van de arbeider, de VS de les leest over alles onder de zon en die de Occupy-beweging moed insprak tijdens haar protest tegen de heerschappij van de ‘one percent’, de rijke elite die de dienst uitmaakt maar geheel buiten de realiteit van de andere 99 procent leeft. Michael Moore, de exponent van links Amerika en links Hollywood, een kruising van Theo van Gogh en Hans Spekman die, gehuld in een vaal T-shirt en een baseballpetje, zich als een stalkende terrier vastbijt in de gekrijtstreepte broekspijpen van de rechtse hufters en wiens hart slaat voor de arbeider. Toch? Tijdens de niet erg amicale scheiding van Moore en zijn vrouw kwam een groot aantal documenten in de openbaarheid, geproduceerd door de bekvechtende advocaten aan beide fronten. Er wordt door Amerikaanse rechtse media met graagte uit geciteerd. Natuurlijk is het mogelijk om met rechte rug én links én steenrijk te zijn, maar niet als je je carrière hebt gebouwd op kritiek op rijkdom, niet als je zo’n stennis hebt lopen schoppen als Michael Moore. Moore en zijn vrouw bleken negen ‘bezittingen’ te hebben in Michigan en New York, waaronder een appartement bij Park Avenue en een door henzelf ontworpen landgoed aan Torch Lake, Michigan, dat het beste omschreven kan worden als een houten kasteel. Het ging na de scheiding voor ruim vijf miljoen dollar van de hand en wie via Google door de makelaarsfolder bladert, verliest bij het dwalen langs de negen badkamers van het gigantische huis ieder vertrouwen in vale T-shirts. Michael Moore, de moderne vertegenwoordiger van links Hollywood, blijkt een salonsocialist, een ‘penthouse progressive’, een onvervalst lid van de ‘one percent’ die geheel buiten de realiteit leeft van de andere 99 procent. Michael Moore staat te kijk als een Hollywood-hypocriet.

Is Hollywood links? Vraag een recht(s)geaarde Amerikaanse Republikein om een lijst op te stellen van linkse Amerikaanse bolwerken en geheid dat Hollywood erop staat. Conservatieven gaan schuimbekken van de ontelbare Hollywood-producten die wemelen van de seks, homo-huwelijken, overspel en drugs en waarin het bedrijfsleven bijna per definitie de bad guy is. Maar vraag het actrice Jane Fonda, de oermoeder van links Hollywood, en ze zal minachtend schaterlachen. Echt links zijn, in de zin van radicaal of socialistisch of, God verhoede, communistisch of feministisch, is in Hollywood erg slecht voor je carrière, zoals zij zelf heeft ondervonden. En dus is bijna niemand het openlijk, want zonder carrière besta je niet in Hollywood.

Aan schijnbare linksigheid is in de tv- en filmindustrie van Los Angeles geen gebrek. Ten eerste lijken de Democraten onder de bekende acteurs en actrices beslist in de meerderheid te zijn, gezien de waslijst aan beroemdheden die Obama in 2008 openlijk steunden en de povere bijval destijds voor John McCain, die niet heel veel verder kwam dan Clint Eastwood en Sylvester Stallone. Ten tweede is het opvallend hoeveel celebrities zich aan een nobel doel hebben verbonden. George Clooney heeft Darfur, Brad Pitt bouwt nieuwe huizen voor New Orleans, Angelina Jolie doet voor Unicef de kinderen van deze wereld, Matt Damon gaat over water voor Afrika en Sean Penn over tentenkampen voor Haïti. Van dit luide celebrity-activisme gaan veel mensen smalend zuchten en dat is begrijpelijk. Het lijkt alsof goede doelen net zoiets zijn als designer schoenen of een villa in Malibu; loze fashion statements die er nu eenmaal bij horen, want het is natuurlijk heel treurig als kennelijk geen enkel goed doel wil dat jij er de ambassadeur van bent. Het komt de sterren dus snel op het verwijt te staan van hypocrisie. Acteur Harrison Ford liet ooit dramatisch een deel van zijn borsthaar publiekelijk wegwaxen in het kader van het redden van het milieu – het verdwenen borsthaar stond heel creatief voor het verdwijnende regenwoud – terwijl hij de trotse eigenaar is van een vliegbrevet en zes vliegtuigen waarmee hij, zo zei hij ooit in een veelgeciteerd interview, ‘af en toe even op en neer naar de kust vliegt om een cheeseburger te scoren’. Dat was ongetwijfeld een welbewuste pesterij om critici mee uit hun tent te lokken, maar toch, iemand met zes vliegtuigen die over het milieu begint, tja. Nog ernstiger is het met Leonardo DiCaprio gesteld, die volgens documenten die op straat lagen na de beruchte Sony-hack op kosten van die filmmaatschappij in zes weken tijd zes keer heen en weer vloog tussen New York en Los Angeles in een gecharterd privé-vliegtuig. De man heeft de clichématige excessieve Hollywood-leefstijl waaraan je als ster blijkbaar niet ontkomt en zijn geschatte 220 miljoen dollar branden hem natuurlijk in de zak. Maar als je met groot aplomb speeches houdt waarin je de mensen oproept om hun carbon footprint op deze planeet zo klein mogelijk te houden, wordt het wat pijnlijk als je, zoals Leo, zelf een footprint ter grootte van de Veluwe hebt.

Ook als je wegkijkt van individuele beroemdheden en het grotere plaatje beziet, zie je een Hollywood waar de befaamde blanke oude mannen de dienst uitmaken, geld verdienen het uiteindelijke doel is en vrouwen en gekleurden routinematig genegeerd worden en waar homoseksualiteit nog steeds niet werkelijk geaccepteerd is, gezien de vrij heldhaftige recente coming out van actrice Ellen Page en haar verhalen over hoe problematisch het is om lesbisch te zijn in Tinseltown. De oppervlakkigheid van het progressieve vernis van Hollywood mag ook eigenlijk niet verbazen; tegenover elk openlijk progressief product à la de transgender-serie Transparant staan tien reactionaire machofilms waarin alles en iedereen aan gort wordt geschoten. Het draait simpelweg om geld in Hollywood: iedere markt wordt bediend, ook de kleine maar relatief rijke progressieve markt.

Is er geen oprechte linksheid te vinden? Jawel, de enige echt snoeilinkse nog actieve Hollywood-ster is Jane Fonda. Op 1 juli 1972, toen links nog gewoon ouderwets links was, begon het tijdperk van modern celebrity-activisme toen zij een stuk luchtafweergeschut van het leger van Noord-Vietnam beklom en zich liet fotograferen. Dat was niet verstandig, gaf ze diezelfde dag al toe. ‘Een twee minuten-durend gebrek aan beoordelingsvermogen dat mij de rest van mijn leven zal achtervolgen,’ schrijft ze in haar autobiografie. Hoezeer je ook tegen de Vietnam-oorlog bent, het is niet erg tactvol om met een stralende glimlach op een wapen te gaan zitten dat Amerikaanse vliegtuigen uit de lucht knalt. Het bezoek dat Fonda bracht aan de Noord-Vietnamese vijand leverde haar de bijnaam Hanoi Jane op en haar verslag over de gebombardeerde infrastructuur ter plekke haalde de Verenigde Naties. Fonda’s vermetele actie kwam niet uit de lucht vallen. Ze had met haar toenmalige man Roger Vadim zes jaar in Frankrijk gewoond en in het gezelschap verkeerd van diens vrienden Jean-Paul Sartre, Simone de Beauvoir, Albert Camus, Simone Signoret, en Yves Montand. Daar word je vrij links van en het boeiende van Fonda is dat ze dat ook altijd is gebleven, ook toen ze een fitnessgoeroe werd en trouwde met de eigenaar van CNN. Ze was en bleef jarenlang betrokken bij ontelbare acties en goede doelen, omschrijft zichzelf als een radicaal en een feminist en vindt ‘liberal’ een vies woord. In de VS vinden meer mensen dat, maar niet om dezelfde reden; Fonda vindt liberals ‘slappelingen’. De prijs die ze betaalde voor haar linksheid en voor haar tripje naar Vietnam, was hoog. Ze werd alom gezien als landverraadster, lastiggevallen door geheime diensten en verder gemeden als de pest, ook door linkse politici. In vijf Amerikaanse staten werden wetsvoorstellen ingediend om haar en haar films te weren en een overheidsfunctionaris in Maryland bepleitte haar executie. De Los Angeles times publiceerde ingezonden brieven waarin de oprichting van een fonds werd bepleit ter financiering van een huurmoord op Fonda. Zelfs nu nog zijn er anti-Fonda bumperstickers te koop.

Iets minder radicale linksheid is ook te vinden in Hollywood, bijvoorbeeld onder de acteurs die zich verenigden in Network, een mede door Fonda opgerichte club waar acteurs als Meg Ryan, Sarah Jessica Parker, Alec Baldwin, Demi Moore en Michael J. Fox progressieve doelen nastreven. The Creative Coalition is de andere mild-linkse organisatie in Hollywood, met leden als Patricia Arquette, Barry Levinson en Rob Lowe. Maar ook met deze voorzichtige linksheid blijft het behelpen. Acteur William Baldwin zei iets veelzeggends over een bijeenkomst waar hij nieuwe leden voor The Creative Coalition probeerde te werven: ‘Ik weet niet hoeveel beroemde sterren kwamen naar me toe en ze zeiden, Billy, ik schrijf graag een check uit maar mijn agent of advocaat zegt dat ik niet op een podium moet gaan staan als vertegenwoordiger van jouw club want dat kan mijn carrière schaden.’ En zonder carrière besta je niet in Hollywood.

Lees ook