Hoe kijkt terrorisme-expert Beatrice de Graaf naar spionage-films?

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

‘Over Homeland heb ik echt mijn twijfels.’

The 39 steps
(1935, Alfred Hitchcock)
Een van de eerste films van The Master of Suspense was het op het gelijknamige boek van John Buchan gebaseerde The 39 Steps. Over een man, Richard Hannay, die na een bezoek aan een vaudeville-show in Londen bij toeval – en door de charmes van een mooie vrouw met buitenlands accent – betrokken raakt bij een grootschalig spionagecomplot. Voor Hitchcock was The 39 steps nog een vingeroefening: Notorious (1946) en weer later North by Northwest (1959) waren nog weer geraffineerder. Maar wat betreft spionage – en de representatie van de spion in de film – zitten er al aardige dingen in. Bijvoorbeeld het gegeven van the accidental spy en de manier waarop (door middel van de charmes van een vrouw) Hannay betrokken raakt bij het complot.
Voor Beatrice de Graaf was The 39 Steps het eerste Engelstalige boek dat ze las op de middelbare school. ‘De film heb ik pas veel later gezien, maar het boek vond ik al bijna te spannend. Al moest ik met een woordenboek ernaast zoeken om het helemaal goed te begrijpen. Maar ik raakte hooked – en ik ben daarna nooit meer gestopt met het lezen van spionage-romans. Daarna kwam volgens mij het werk van Graham Greene.’
‘De manier waarop de hoofdpersoon bij toeval betrokken raakt bij de zaak, is zeker niet ongeloofwaardig. De Russen en andere Oostblokdiensten, in het bijzonder de Stasi, zochten ook speciaal agenten uit die  vervolgens in ‘Romeo’- of ‘Julia’operaties nietsvermoedende westerse burgers moesten verleiden. Dat is vaak gebeurd, met veel succes, tot vandaag de dag aan toe. Wat echt is veranderd, is het vermommen. In The 39 Steps vermomt de hoofdpersoon zich – en dat kon toen echt nog makkelijk. In de 19de eeuw plakte je een valse baard of snor op en dan kon je weer even verder. Na de uitvinding van vingerafdrukken was iemands identiteit eensluidend vast te stellen. En zeker na de opkomst van dna en forensisch onderzoek heeft dat een verdere vlucht genomen. Tegenwoordig heeft vooral de internet-revolutie het spionnenwerk een stuk lastiger gemaakt. Want je valt zo door de mand met oude Facebook-, Twitter- of Linkedin-accounts. Spionnen opereren dus vaker zonder vermomming of zonder schuilnaam, zelfs onder eigen naam. Alleen geven ze niet bloot wat ze doen en moeten ze een goede legende bedenken.

https://www.youtube.com/watch?v=LBcNfAcU-Lc

Three Days of the Condor
(1975, Sydney Pollack)
‘Three Days of the Condor was mijn eerste echte spionagefilm, een klassieke paranoia­thriller over een researcher van de CIA, gespeeld door Robert Redford die zijn kantoor binnenkomt en ontdekt dat al zijn collega’s zijn vermoord. Vervolgens moet hij, met de daders in zijn kielzog, uitzoeken wie, wat en waarom en wordt daarbij geholpen door een vrouw. Naast een crush op Robert Redford ontstond toen ook mijn fascinatie voor de vroege jaren 70. Vanaf de jaren 50 waren de VS in de ban van heksenjachten op communisten en de FBI begon in de jaren 60 met allerlei contra-inlichtingenoperaties (COINTELPRO) tegen links-radicale organisaties, Afro-Amerikaanse bewegingen, en tegen white hate-groups. In mijn boek Theater van de angst heb ik in de Amerikaanse archieven gezocht naar hoe het zat met de strijd tegen terrorisme, met complotten en spionnen in die jaren. Die archieven ademden nog heel erg die sepiabruine kleur van Robert Redfords kleding. Anders dan je misschien zou denken, zijn de Amerikaanse archieven heel liberaal in het opengooien van stukken. Dus je kunt alles van Nixons en Hoovers paranoia terugvinden. Zodoende ontdekte ik dat het niet zo erg als in Three Days of the Condor was, maar het kwam in de buurt.’

https://www.youtube.com/watch?v=DE3yZXQQnPo

James Bond
‘James Bond, dat was meer een zak friet dan dat ik daardoor nou zo gefascineerd raakte, zoals ik dat wel met de eerste twee – en vele andere films – had en heb. Maar het blijft heerlijk wegeten. Vooral om de wonderlijke gadgets natuurlijk. De AIVD heeft in Zoetermeer vitrines waarin veel van het soort James Bond-achtige snufjes te zien zijn – net als het Stasi-Museum in Berlijn. Lipstick met fotorolletjes, punthakken met daarin opbergruimte; een bh met ingebouwde camera; een pakje sigaretten als opname-apparatuur. Het bestond allemaal echt en werd ook gebruikt. Tegenwoordig is het voor de diensten heel lastig om de technologische voorsprong op hun tegenstanders te behouden. Hackers, whizzkids, georganiseerde misdaad – zij hebben soms meer budget en meer mogelijkheden om in te breken en bijvoorbeeld cybertrucs toe te passen dan de geheime diensten zelf.’
‘In James Bond-films speelt romantiek natuurlijk een belangrijke rol. Ik noemde het net ook al, dat de Stasi bewust selecteerde op goed uitziende, keurige agenten die letterlijk werden opgeleid om alleenstaande secretaresses te verleiden. Daar hebben ze lang de vruchten van kunnen plukken: Oost-Duitse romeo’s drongen zo binnen in het Westduitse ministerie van Defensie, de NAVO en bij de Westduitse inlichtingendienst. Uiteindelijk vielen ze toch door de mand. Dat kwam grappig genoeg door hun haarschnit – die viel te veel uit de toon, was te Oostduits.’

Mission Impossible-filmserie
(1996-2015)
Zo handsome als Tom Cruise – die in deze snelle actiethriller gebaseerd op een spionageserie uit de jaren 60 de leider is van een internationaal elite undercoverteam die de diefstal van een computerbestand moet voorkomen – zijn spionnen zelden. 'Het zo voorstellen is nogal simplistisch. In het echt hebben de diensten allerlei soorten mensen in dienst, die er heus niet uitzien als Cruise. Analisten, die achter een bureau zitten. Bij de CIA bijvoorbeeld, zitten veel vrouwelijke analisten, die rechtstreeks van de universiteit zijn weggeplukt. Dan heb je runners, dat zijn mensen die agenten in het veld begeleiden, zij sturen aan. Dat zijn mensen die juist heel sociaal en empathisch moeten zijn. Je hebt ook nog de zogeheten ‘loodgieters’, dat zijn de mensen die de technische klusjes moeten klaren. Zij planten microfoons, tappen glasvezelkabel af, dat soort werk. Mijn kritiek op de hoofdpersoon in Homeland, de veelgeprezen Amerikaanse serie waarin de hoofdrol wordt gespeeld door CIA-agent Carrie Mathison, is dat zij veel te veel taken tegelijkertijd mag en kan verrichten. Het is in dit soort organisaties juist zo dat de taken zijn verdeeld: iemand analyseert, er zijn mensen die achter het bureau werken, anderen worden ingezet voor surveillance-doeleinden of gaan meer het veld in. Dat iemand alles zou doen, is absoluut out of the question. En dan is er nog een verschil tussen agenten en informanten. Een agent is iemand die op de loonlijst staan; een informant is iemand die je uit een bestaand netwerk, out there, rekruteert en aanstuurt. Zo’n informant kan er nog wel eens wild uitzien. Agenten meestal niet, die moeten juist niet opvallen.
Wat betreft de fysieke prestaties van agenten: van speciale eenheden en commando’s, die in Nederland bij Defensie zitten, maar ook bij de politie, weet ik dat ze van alles moeten kunnen. Parachutespringen in het donker, van hoogspanningsmasten abseilen. Dan moet je dus fit en dapper zijn. Maar of een AIVD-analist dat kan en moet, betwijfel ik. En tenslotte: a license to kill, zoals James Bond heeft – dat bestaat niet. Tenminste niet in Nederland. Ook als spion moet je je aan allerlei regels houden.

Tinker Tailor Soldier Spy
(2011, Tomas Alfredson)
Dubbele bodems, halve flashbacks, overal mollen en niemand die even samenvat hoe het precies zit tussen de talloze Koude Oorlog-spionnen. Nee, Zweed Alfredson (Let the Right One In) maakt het ons niet gemakkelijk in zijn Engelstalige regiedebuut. Taai als trekdrop is-ie: alleen voor wie het spel lang genoeg blijft meespelen, volgt een bitterzoete beloning. Maar voor De Graaf (en vele deskundigen op het gebied van spionage) is dit een van de films die de realiteit misschien het dichtst benaderd.
‘John le Carré, of eigenlijk David John Moore Cornwell, de schrijver van deze, en tientallen andere spionageromans, heeft zelf bij de Britse Secret Service gewerkt, en later ook bij de MI5 en MI6. Hij begon zijn romans al te schrijven terwijl hij er nog werkte. Ik vind het prachtig hoe hij rookgordijnen opwerpt, en hoe hij de eenzaamheid en verbetenheid van analisten beschrijft. Hij maakt vooral duidelijk hoezeer agenten rondwalen door een ‘wilderness of mirrors’, een spiegelpaleis waarin je niet weet wat echt en nep is, waarbij je achter iedereen een alias vermoedt en overal dubbele bodems en complotten ziet. Het is heel realistisch. Net als dat een echt goede analist vooral opvalt door zijn of haar vasthoudendheid om zich ergens geheel in te verdiepen; George Smiley, de hoofdpersoon in Tinker, Tailor, Soldier, Spy weet bijvoorbeeld alles van middeleeuws Duits. Dat is een betere vaardigheid dan snelle praatjes te kunnen verkopen.
Wat in deze film ook mooi is – nu speelt hij zich natuurlijk af tijdens de Koude Oorlog toen het spionnenwerk nog minder geavanceerd was dan nu, is hoe je het plak- en knipwerk ziet. Dat zit bijvoorbeeld ook goed in A Most Wanted Man, van Anton Corbijn – een prachtig gefotografeerde en eveneens realistische film met die prikborden met verdachten, most wanted-posters, blaadjes, en ouderwetse dead letter boxes – die vind je nog steeds. Sterker nog, alles valt te hacken en te kraken, dus dan kan het juist handig zijn terug te vallen op primitief, klassiek materiaal.’

https://www.youtube.com/watch?v=VW-F1H-Nonk

Bridge of Spies
(2015, Steven Spielberg)
‘Een van mijn favoriete films van de laatste jaren is Bridge of Spies met Tom Hanks. Die film gaat over de spionnenruil tussen Amerika en de Sovjetunie in de jaren 60. Spannend is hoe daar het beklemmende klimaat van anticommunisme wordt geschilderd, en hoe Hanks, die de advocaat van de Oostduitse agent Abel speelt, bijna zelf wordt gelyncht en tegen wordt gewerkt. Hier zie je hoe dubieus en hypocriet soms de politieke doeleinden zijn waar diensten – en hun medewerkers – mee worden geconfronteerd. Zo simpel als in James Bond is het vrijwel nooit.

https://www.youtube.com/watch?v=mBBuzHrZBro

Series
‘Homeland heb ik met interesse gevolgd, maar ik had er echt mijn twijfels bij en die werden steeds erger naarmate de serie vorderde. Dat ligt vaker op de loer. Ik ben ook een tijdje verslingerd geweest aan Spooks, waarin de huidige dreiging van terrorisme en georganiseerde misdaad redelijk geloofwaardig in beeld werd gebracht. Maar ook dat werd op een gegeven moment erg fantastisch, met te veel complotten en triple agenten. Ook goed vond ik de wederom op een John Le Carré boek gebaseerde serie The Night Manager. Een mooi portret van een eenzame agent die niet langer naar zijn superieuren luistert en 'rogue' gaat, dat wil zeggen zijn eigen pad kiest.’

‘De films en series zijn fascinerend, maar dat is het in het echt ook. De archieven van geheime diensten, van de Stasi, de CIA, FBI, de BVD, maar ook Franse en Duitse archieven zijn voor een deel kartonnen tijdmachines. Ik ben nu een dienst op het spoor, een van de allereerste, uit 1815, die heb ik gevonden in Pruisische archieven. Hierdoor kun je ook zien dat het werk in de basis eigenlijk niet eens zoveel is veranderd. Want door de opkomst van internet en sociale media, van big data en cybersecurity lijkt alles anders, de sky is the limit, maar eigenlijk is dat niet zo. Uiteindelijk gaat het om interpretatie en ‘sense making’: je moet waarde en betekenis toekennen aan ogenschijnlijk nutteloze data. Anders vind je wel meer hooibergen, maar niet meer spelden.’

DWDD University presenteert spionage, 25 mei, npo 1, 20:30 uur

Lees ook