Het fenomeen hipster verklaard

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Het fenomeen hipster is al vaak doodverklaard en even vaak weer tot leven geroepen. Is de creatieve voorloper definitief ingehaald door de massa?

Het is even leuk geweest, maar aan alles komt een eind. Nou ja, eigenlijk is het helemaal niet ‘even’ leuk geweest, het is – als we heel eerlijk zijn – nooit leuk geweest. Maar goed, dat doet er allemaal niet zoveel meer toe, want hij is hartstikke dood. De hipster. Die is dood. En daar gaan we, hoe vooruitstrevend of open-minded we ook zijn, niet over in discussie. De ironie (het stijlmiddel dat door de hipster zelf bijna voorgoed om zeep werd geholpen; een gegeven dat op zichzelf alweer zo ironisch is dat je er spontaan door in Alanis Morissette verandert) aan de dood van de hipster is nou weer dat hij eigenlijk helemaal niet dood is, maar springlevend en alomtegenwoordig. En juist daarom is hij dood en begraven. Dat klinkt allemaal misschien een beetje ingewikkeld, maar het laat zich goed verklaren aan de hand van twee voorbeelden.

De eerste is een abri-reclame van een dik jaar geleden van Danio, waarop een jonge man met een spijkeroverhemd, een gigantische baard en keurig gekamd haar, met een bak Danio-kwark in zijn getatoeëerde handen poseerde; de zogenoemde ‘kwarkhipster’. Het tweede voorbeeld stamt van alweer twee jaar terug, uit een aflevering van Droomhuis gezocht, waarin presentator Sybrand Niessen plotseling met een ultrakek kapsel op de proppen kwam. U kent het wel: bovenop lang en de zijkanten heel kort opgeschoren; het kapsel dat elke zichzelf respecterende moderne man zich de afgelopen vijf jaar weleens heeft laten aanmeten, van Lionel Messi tot Justin Bieber, van Jan Kooiman tot dus Sybrand Niessen.

Waarom zijn deze twee voorbeelden nou zo belangrijk? Nou, omdat het dus laat zien dat bepaalde kenmerken, die eerder min of meer exclusief geclaimd werden door een select groepje zichzelf vooruitstrevend, creatief en non-conformistisch achtende jonge stedelingen, inmiddels overgenomen zijn door de reclamewereld (‘ugh’ zegt de hipster en trekt een vies gezicht) en een presentator van Omroep MAX (‘UGH’) en daarmee dus mainstream (projectielbraken door de hele kamer in mooie, rechte lijnen) zijn geworden. Want de hipster ging er zo prat op dat hij anders was dan de mondaine rest. Maar nu de rest zoals hem is geworden (en ook een baard heeft, opgeschoren kapsels, versleten T-shirts van rockbands en spijkerbroeken met gaten bij de knieën draagt, een bril met zwaar montuur op heeft, weet ik veel) is hij gewoner geworden, minder zichtbaar. De hipster is overal, overal is hipster. En daarmee is de hipster dus dood. Zou je zeggen.

Dat roept een aantal vragen op. Was de hipster een fenomeen typisch voor de jaren 10? En net als bijvoorbeeld punk een beweging met een redelijk afgebakend begin en einde? Of is het hipster-dom (-schap?) iets tijdloos? En hallo, weet je wel zeker dat hij dood is? En wat dan? Als hij niet dood is, wat doet – en wie is – de hipster nu dan?
Relevante vraag daarbij: waar hebben we het eigenlijk over? Niet in de zin van ‘joh, dit is allemaal zo triviaal en kunnen we het niet over belangrijkere zaken hebben?’, maar in de zin van: wat bedoelen we eigenlijk met de term hipster? Daar is uitgebreid en veel over geschreven, onder andere door Time Magazine, dat in 2009 een verhaal over de hipster-subcultuur begon met de zin: ‘Hipsters zijn de vrienden die je uitlachen omdat je Coldplay goed vindt. Ze zijn de mensen die T-shirts dragen met teksten uit films waar je nog nooit van hebt gehoord. Ze dragen cowboy-hoeden en baretten en denken dat Kanye West hun zonnebril gestolen heeft. Alles wat ze doen is precies zo geconstrueerd om jou het gevoel te geven dat het hun allemaal niets kan schelen.’

Dat klinkt allemaal vrij overtuigend, maar sociologisch en psychologisch verklaart het niet bijster veel. Wat een hipster dan precies wel is, is moeilijk te omschrijven. Mark Greif, mede-auteur van What Was The Hipster? A Sociological Investigation, liep bij zijn onderzoek tegen hetzelfde probleem aan, schreef hij in 2010 in de New York Times: ‘Niemand zag zichzelf als een hipster. En als iemand jou een hipster noemde, was die term een belediging. Paradoxaal genoeg; van diegenen die die belediging gebruikten, werd juist gezegd dat ze er als hipsters uitzagen – ze droegen skinny jeans en grote brillen, kwamen in kleine groepjes bijeen in grote steden en keken neer op mainstream mode en “toeristen”.’

Ook bij Vice, het thuis van de hipster, vinden ze het maar lastig. ‘Net als heks, communist en basis, werd hipster een woord dat je kon gebruiken om iemand te belasteren’ schreef het platform in een serie verhalen over het fenomeen hipster. ‘Rijd je op een fiets? Je bent een hipster. Luister je naar muziek? Je bent een hipster. Drink je koffie? Hipster. Drink je geen koffie? Bewust anti-hipster. Iedereen kon hipster genoemd worden en niemand wilde dat. Hipster is als pornografie: je weet het als je het ziet, maar het is onmogelijk te definiëren.’
Het is natuurlijk wel te definiëren, alleen niet zo goed in een paar woorden of zinnetjes. En als je dat toch probeert, wordt het al snel wat knullig. Zoals in het geval van het woordenboek Merriam-Webster: ‘een persoon die buitengewoon bewust is van, of geïnteresseerd is in nieuwe en onconventionele patronen (zoals jazz of mode).’

In principe weten we dus niet precies wat het is, maar wel dat het dood is. Eigenlijk weten we dat ook niet zeker. Maar het is wel de consensus. Over het tijdstip van overlijden, daar lopen de meningen nog over uiteen. De hierboven genoemde Mark Greif publiceerde zijn What Was The Hipster al in 2010 (wat op zich weer een ontzettend hipster-ding is om te doen). In juli 2014 signaleerde The Observer dat het woord ‘hipster’ eigenlijk betekenisloos geworden was en dat het moeilijk was visueel onderscheid te maken tussen de echte hipsters en mensen die hen volgden. Ruim een jaar later schreef grote broer The Guardian ‘The hipster is dead, long live the hipster’ en volgens Vice Magazine was 2015 het jaar dat de hipster zoals wij hem kennen naar de eeuwige vinylplaten-winkels werd verbannen. ‘Ware hipsters zijn te mainstream geworden om hip te blijven, en de mainstream is zelf steeds meer gaan oppikken wat eens alternatief was’ concludeerde auteur Drew Millard aan het eind van een lijvig stuk waarin hij zijn eigen hipster-zijn onder de loep nam.

De mainstream is dus hipper geworden en daarmee de hipster overbodig. Dat zie je terug in de inmiddels alom geaccepteerde (en daardoor per definitie niet meer hippe) baarden, opgeschoren koppies, tatoeages, truckerpetjes en Derrick-brillen. Maar de mainstream-heid van het hipsterdom uit zich niet alleen in ons uiterlijk, maar ook in onze omgeving. Onbehandeld staal, krijtborden, steigerhout, bakstenen muren en hier en daar een racefiets aan de muur behoren tegenwoordig steevast tot het decor van winkels, barretjes en restaurants. Iedereen drinkt nu extreem goede koffie, eet met regelmaat pulled pork (of juist een veganistische hamburger) en heeft thuis niet meer een krat pils op het balkon staan, maar IPA-biertjes in de koelkast. Het gevolg daarvan is dat alles steeds meer op elkaar gaat lijken. New York, Londen, Berlijn, Parijs, Amsterdam, Barcelona; overal vindt je dezelfde zaakjes met hetzelfde soort mensen. De hipster is status quo geworden, en ja, daarmee is hij dus met zijn eigen wapens verslagen; implosie door explosie.

Maar wat nu dan? Is er een post-hipster-leven voor de original hipster? Ook hier weer biedt Vice gelukkig uitkomst. Het magazine geeft een vijftal opties voor de opvolger van de hipster. Zo is er de health goth, iemand die zijn leven helemaal heeft ingericht op sporten en ook in zijn vrije tijd sportkleding draagt. ‘Helemaal zwart, misschien met een beetje kleur, en glanzende materialen als neopreen en PVC.’ Er zijn de boze-mensen-op-het-internet, maar daar ziet Vice eigenlijk geen nieuwe grote stroming in. Dan de Nu-Bro: ‘hij luistert naar Taylor Swift en Justin Bieber, maar waardeert het op een diepere manier dan jij. Dan mompelt hij iets over dat de beste manier om het systeem omver te werpen is te assimileren en het van binnenuit te ontmantelen.’ Hmm, zou kunnen. De ‘Earnest’ zien we ook nog wel ver komen, met zijn ‘Instagram-foto’s van wandelingen, #BLESSED’s, sap-reinigingen, dansen-alsof-niemand-kijkt, nuchterheid, het ongegeneerd over hun ambities hebben en over hun gevoelens bloggen. Hun levens zijn ironie-vrije zones.’

Allemaal fout. Halverwege 2015 bombardeerde de website Mashable de ‘yuccie’ tot opvolger van de hipster. De auteur van het stuk, David Infante, ergerde zich eraan dat hij zich als intelligente, goedverdienende millennial niet vond passen bij de term hipster en was van mening dat er maar iets nieuws voor hem – ‘a slice of Generation Y, gezegend met buitenstedelijk comfort, geïndoctrineerd door de overstijgende kracht van onderwijs en ervan overtuigd dat we het niet alleen verdienen om onze dromen na te jagen; we mogen er ook geld mee verdienen.’ De yuccie (young urban creative) is heel erg zelfbewust en verdient tegelijkertijd lekker veel geld, wat hem een soort ‘executive’-uitvoering van de hipster maakt. Het stuk van Infante ging als een razende rond, tot aan CNN, Trouw en NRC aan toe.
Maar goed, dat is ook al weer bijna twee jaar geleden. En sindsdien hebben we nog maar weinig van de yuccie vernomen. Misschien was het toch niet zo’n goede term, misschien moeten we ook niet zo ongeduldig gelijk een nieuwe stroming willen aanwijzen. Misschien zijn er ook te weinig aanwijsbare verschillen tussen de hipster en de yuccie. En als je die gedachte doortrekt is de hipster misschien toch niet zo dood, maar heeft hij een iets andere gedaante aangenomen en moet hij accepteren dat tot de mainstream behoren ook heel lekker kan zijn. Projectielbraken.

Z Doc: Het handboek voor de hipster, 19 mei, RTL Z, 21:30 uur

Socioloog Peter York gaat op zoek naar de tegenwoordige obsessie naar autenticiteit en onderzoekt waar het label ‘hipster’ vandaan komt.

Lees ook