Menno Bentveld over De Muur

Dagboek: Menno Bentveld over De Muur

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Menno Bentveld reist in de De Muur II weer langs politieke muren en hield een dagboek bij.

Menno Bentveld reist in de De Muur II weer langs politieke muren en hield een dagboek bij. Beginnend in Ceuta, Marokko.

In de haven van Algeciras schuifel ik achter een rij toeristen aan langs de douane. Zij hebben een populaire dagtrip geboekt: met de ferry naar Ceuta. Over de Middellandse zee in een uurtje naar de Spaanse enclave aan de Marokkaanse kust. Ceuta is een middeleeuwse stad, een aantrekkelijk belastingparadijs en een bijzondere cultuurmix inéén. Afrika en toch ook Europa op nog geen 15 kilometer van de Costa del Sol. Wie wil zo’n plek nou niet bezoeken?

Wie dat in elk geval wél willen, zijn de duizenden Afrikaanse jongemannen die jaarlijks huis en haard verlaten en op weg gaan naar Ceuta: de springplank naar Europa. Zij komen echter niet met het pontje vanaf de Costa’s, maar vanuit het diepe zuiden: uit Kameroen, Senegal, Mali en andere landen ten zuiden van de Sahara waar talloze mensen een uitzichtloos bestaan leiden.
Ze zijn op weg naar een beter leven, maar vinden de Europese fortificaties van Ceuta op hun pad.

Voordat ik met deze serie begon, had ik nauwelijks weet van dit raadselachtige stukje land. Ik wist vagelijk iets over een Spaans, middeleeuws kuststadje, maar niet dat het minuscule grondgebied daadwerkelijk met Europese hulp verdedigd wordt. Hekwerken, wachttorens, terreinwagens, nachtkijkers en zélfs de Marokkaanse politie aan de andere kant worden gefinancierd door de Europese Unie. Opdat migranten geen kans krijgen voet te zetten in Europa. Op Afrikaanse bodem, nota bene…

[blendlebutton]

Eenmaal in Ceuta val ik met mijn neus in de patriottistische boter: de Dag van de Spaanse Grondwet wordt gevierd met militaire parades en veel vlagvertoon. Eén op de tien inwoners is hier militair en ik heb het niet nageteld, maar ik krijg de indruk dat een aanzienlijk deel daarvan op het feestelijk versierde kazerneterrein apetrots komt langsmarcheren. Ze laten er geen twijfel over bestaan: we zijn hier in Spanje!
Maar het uiterlijk van de militairen laat wel degelijk zien dat ik me hier in een overgangsgebied tussen twee werelden bevind: stoere Spaanse mannen met een fez op het hoofd, een witte Arabische cape om de schouders en een herderstas met franje op de heup.

En ook de lokale bevolking is een mengelmoes: grofweg de helft is Spaans en de helft Marokkaans, bevolkingsgroepen die vreedzaam op dit kleine stukje land samenleven.
De ellende speelt zich dan ook niet zozeer middenin Ceuta af, alswel aan de zwaarbewaakte grens.

Kaptein Alfonso Cruzado van de Guardia Civil, oude rot in de grensverdediging neemt me mee naar de verdedigingswerken rond Ceuta. Vanaf een verlaten heuvel buiten de stad kijk ik neer op een dubbele rij hekwerken met bewegingssensoren, afgetopt met scheermesdraad. Dat scheermesdraad, dat je terugziet op veel plekken waar Europa zich migranten en vluchtelingen van het lijf wil houden, is overigens letterlijk levensgevaarlijk: raak je erin verstrikt en dringen de mesjes met weerhaken zich in je lijf dan kan het je dood betekenen, daar bovenop zo’n hek.

Het uitzicht veroorzaakt een vreemde gewaarwording: nooit heb ik beseft dat Europa officieel grenst aan Afrika! Ik sta op Europees grondgebied – al beweren de Marokkanen dat het bezet is – en enkele meters bij me vandaan strekt zich het Afrikaanse continent uit met woestijnen en medina’s, oases en kamelen, oorlog en armoede en een rijkdom aan culturen.

Aan beide zijden van hek ontmoet ik bijzondere personages. Zoals Balifuna, een aardige vent uit Kameroen die in de vluchtelingenopvang in Ceuta woont. Samen met zijn vriend is het hem, na een lange reis door Noord-Afrika, gelukt om over de verdedigingswal te komen. Met mij gaan zij voor het eerst terug naar de plek waar ze hun levensgevaarlijke actie hebben ondernomen.

Wekenlang leefde hij in de bossen aan Marokkaanse zijde, verstopt voor de politie. Illegalen die daar gepakt worden, lopen de kans om honderden kilometers verderop gedropt te worden in de woestijn. Samen met vele anderen bereidde hij zich voor op een ‘muur-poging’. Die voorbereiding bestaat gewoonlijk uit eten bij elkaar scharrelen, krachtoefeningen, elkaar moed inpraten en lange ladders bouwen om over het hek te komen. De jongens die kunnen zwemmen proberen drijvend op autobanden om de muur heen te peddelen. De muur eindigt namelijk in het water van de Middellandse Zee, waar ook zwaar gepatrouilleerd wordt.

Vaak worden deze belegeringen door kapitein Cruzado en zijn mannen afgeslagen, maar regelmatig lukt het enkele tientallen jongens om over de hekken te komen en het cordon van politieagenten te doorbreken. Als ze dan de hulpverleners bereiken die met hun warme dekens achter de agenten opgesteld staan, zijn ze voorlopig veilig.
’s Nachts beklim ik met Cruzado een wachttoren vanwaar zijn mannen, uitgerust met nachtkijkers tot diep in Marokko de heuvels afspeuren op zoek naar illegale immigranten. Ze krijgen een paar schimmen in de smiezen die kilometers verderop door een donker dorpje trekken, op weg naar het hek. Ze wanen zich onbespied. Maar zodra de politieagenten vanuit hun toren een laserstraal door de straten laten schieten, schrikken de gelukszoekers zich een ongeluk en trekken zich terug in de bergen. Als lichtgevende vlekjes zien we ze verdwijnen, om het morgen opnieuw te proberen. Misschien zijn het wel de jongens die ik een paar dagen later, in Marokko zal ontmoeten.
De mannen van de Guardia Civil doen er niet te ingewikkeld over. Ze hebben niets tegen de Afrikaanse knullen op weg naar een beter leven, geef ze eens ongelijk. De agenten voeren simpelweg het beleid uit. Europees beleid. Ons beleid…

Aan de grensovergang van Ceuta naar Marokko ontmoet ik om half vier ’s nachts de jonge moeder Fatiha. Zij dankt haar inkomen aan de strengbewaakte grens, hoe schamel ook. Zij werkt als menselijke pakezel. Dat klinkt wreed, maar mooier kan ik het niet maken. In het donker verzamelen zich honderden Marokkaanse vrouwen aan het hek bij de grensovergang. We filmen een lange rij schreeuwende en duwende vrouwen die om het beste plekje vechten voor als de grens opengaat. Het is een kabaal van jewelste. Zodra de douanier ’s morgens zijn poort opent, rennen de vrouwen naar een pakhuis, krijgen daar met tape een reusachtige baal Europese en Chinese goederen op hun rug geplakt en strompelen zo verder, Marokko in. De wet zegt namelijk dat alles wat je lopend over de grens tilt, vrij is van invoerrechten. Voor het sjouwen van 70 kilo verdient Fatiha een paar tientjes, nauwelijks genoeg om haar gezin te onderhouden.

Allemaal verhalen langs het hek dat in onze naam wordt verdedigd. Op dagtocht-afstand van het Europese vasteland.

NPO 2, 4 december, 20:15 uur.

[/blendlebutton]

Lees ook