Expeditie Robinson

Column: Ik ga op expeditie en ik neem mee...

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Survival, een onbewoond eiland en tactisch gekonkel: ik moet er niet aan denken. Toch kijk ik met een mix van verbazing en diep respect naar de vrijwillige deelnemers aan Expeditie Robinson.

Foto credit: RTL

Wanneer ik me mijn persoonlijke hel probeer voor te stellen, biedt deze toch opvallende overeenkomsten met Expeditie Robinson. Survivallen, hitte, weinig eten, doorwaakte nachten en uithoudingsproeven staan sowieso al niet hoog op mijn verlanglijstje (al is kou, zo blijkt nu in Kroatië, ook niet alles). Voeg daar nog het sociale spel en tactisch gekonkel aan toe en je beschrijft een van mijn grootste nachtmerries.

Dus kijk ik altijd met een mix van verbazing en diep respect naar de bonte verzameling bekende en minder bekende Nederlanders die zich vrijwillig en met verschillende gradaties van enthousiasme voor maximaal een maand laten afvoeren naar een onbewoond eiland om daar de strijd aan te gaan met de elementen, de ander, en zichzelf.

Door coronamaatregelen is er dit jaar noodgedwongen een extra twist: de deelnemers vertoeven niet op een tropisch eiland op de Filipijnen, maar op rotsachtige eilandjes voor de kust van Kroatië, waar de deelnemers geen kokosnoten en groene bananen hebben om op terug te vallen en het ’s nachts nog behoorlijk koud kan zijn. Dus is het wachten op de eerste blaasontsteking, en het eerste kannibalistische offer.

We zijn pas twee weken – en vijf afleveringen – verder, maar ook nu al laait de eeuwige discussie over wat een ‘echte’ Robinson is weer op. Want als er iets is dat wel duidelijk is geworden na 21 expedities, is dat ‘survival of the fittest’ hier niet altijd op gaat. Expeditie Robinson beloont niet automatisch de persoon met het beste uithoudingsvermogen, of de beste survival skills. Het is ook een populariteitswedstrijd. Wat dat betreft zit deze proevenstrijd toch duidelijk anders in elkaar dan bijvoorbeeld kookwedstrijden, waar kandidaten toch echt op hun eigen baksels worden afgerekend, en niet op het al dan niet hebben van een vlotte babbel. Ik begreep de zorgen van Sterrin Smalbrugge helemaal, toen ze huilend bekende dat ze zich op zichzelf meer op haar gemak voelde dan onder de mensen.  

John de Bever vormt in vergelijking met Sterrin een interessante tegenpool. Sterrin zou je prima ergens midden in de wildernis kunnen droppen, die redt zich wel. John hebben we nog geen vinger zien uitsteken (de montage helpt waarschijnlijk ook niet mee). Praatjes heeft hij wel. Wanneer John terechtkomt bij een groep tweedekansers – oud-expeditieleden die de vorige keer de finale niet haalden, maar nu de kans krijgen zich te revancheren -  zoomt hij feilloos in op het zwakste lid binnen de groep: Rob Geus, bij wie ook tijdens de herkansing niets goed lijkt te kunnen gaan. Vervolgens presenteert John zijn onaardige opmerkingen ('Stem Rob weg, die ligt er toch over een paar dagen uit') als brute eerlijkheid. Hij zegt het toch waar de ander bij zit? Zodat je bijna zou vergeten dat John een vijftigplusser en geen achtstegroeper tijdens de schoolpauze is.

Ik had te doen met Rob, die vast leek te zitten in zijn persoonlijke hel-lus. En ik maakte me toch ook even ernstige zorgen. De groep zou zich toch niet laten overtuigen door zulke klassieke schoolpleinpraktijken? De groep was genadeloos, en unaniem: John moest terug naar waar hij vandaan kwam: afvallerseiland, waar Eva van de Wijdeven net zo blij was dat ze het rijk voor zich alleen had. Voor Rob is het waarschijnlijk slechts uitstel van executie. Maar mijn vertrouwen in de mensheid houdt, voor nu, nog even stand.

Onze nieuwsbrief ontvangen? Iedere vrijdag de nieuwste series en films in je inbox! Meld je hier aan.

Lees ook