Buza S01

BuZa S01: In gesprek met Kees Prins

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Zelf heeft hij weinig met politiek, daarom moest hij het Haagse idioom echt uit zijn hoofd leren, ‘bijna als een liedje’. Kees Prins (65) over zijn rol in Buza.

Foto credits: BNNVARA

Pas zes jaar nadat hij voor het laatst te zien was als de louche vastgoedhandelaar Huub Couwenberg in dramaserie Overspel, zei Kees Prins weer ja tegen een prachtige tv-rol. In de vierdelige politieke BNNVARA-dramaserie Buza – net als Overspel en Klem bedacht door Frank Ketelaar –kruipt hij in de huid van Maarten Meinema.

Deze afgezwaaide beroepsdiplomaat krijgt in de herfst van zijn carrière nog een laatste kans op het pluche wanneer de minister van Buitenlandse Zaken plotseling overlijdt. Partijtijgers en lobbyisten drukken de benoeming van Meinema als opvolger erdoor, zeer tegen de zin van sommige topambtenaren die hem old school vinden. Hij is oud, wit en penisdragend, constateert zijn woordvoerder en assistent Monique (Sanne Samina Hanssen) ontstemd.

Kees Prins, behalve acteur ook regisseur en musicalmaker: ‘Ik heb gekeken wie er de afgelopen tijd ministers van Buitenlandse Zaken zijn geweest. Ik vroeg me af: is het een bepaald type? Ik zag geen grote gemene deler, het waren zoveel verschillende figuren. Sigrid Kaag, Halbe Zijlstra, Frans Timmermans, Maxime Verhagen. Hans van Mierlo komt misschien nog het meest in de buurt van Meinema. Maar ik kwam er niet uit door te kijken naar bestaande personen. Uiteindelijk stelde ik mijzelf de vraag: wat zou ik doen als ik minister was? Zo heb ik de rol gespeeld.’

In Buza wint Maarten Meinema zijn medewerkers en de publieke opinie in korte tijd voor zich door zijn informele en directe optreden. Hij moet snel aan de bak omdat een politieke rel dreigt wanneer vier Nederlandse vakantiegangers in een Midden-Amerikaans land mogelijk de doodstraf wacht vanwege drugssmokkel.

Naast dat conflict en confrontaties met Kamerleden kampt hij met zijn eigen demonen: de pijn om zijn overleden vrouw dempt hij met ongezonde hoeveelheden alcohol, merken zijn bezorgde medewerkers.

Buza – met onder anderen Jacob Derwig, Freek Bartels en Werner Kolf – is een stijlvolle serie die een fictief inkijkje biedt in de politieke snelkookpan aan het Binnenhof. We zien bewindslieden en topambtenaren die met elkaar in de clinch liggen vanwege tegenstrijdige belangen, journalisten die willen scoren en spindoctors die halve waarheden moeten recht breien. Met als decor bekende Haagse locaties: Mark Rutte’s favoriete Indische restaurant Poentjak, Nieuwspoort en de stamtafels van beslissers in de cafés rondom Het Plein.

Twee leegstaande villa’s werden omgetoverd tot het Catshuis en het ministerie van Buitenlandse Zaken, waar Prins liters thee en cola achteroversloeg die door moesten gaan voor whiskey.

De scènes in het denkbeeldige Midden-Amerikaanse Santa Luca werden gedraaid in de buurt van het Spaanse Almeria.

Waarom duurde het zolang na Overspel voordat je weer ja zei tegen een tv-rol?

Omdat ik ontzettend kieskeurig ben. Ik maak zelf dingen: ik regisseer en schrijf toneelstukken, werk aan musicals. Dus als ik ga spelen in een serie of verhaal van een ander moet het van heel goede kwaliteit zijn, wil ik daar tijd voor vrijmaken. Anders steek ik mijn energie liever in mijn eigen dingen.

Hoe vaak heb je sindsdien nee gezegd tegen een hoofdrol?

Zeker tien keer. Ik wil namelijk ook niet iets spelen wat 100 anderen net zo goed zouden kunnen.

Wat was er anders aan

Buza? Ten eerste dat Frank Ketelaar het geschreven heeft. Hij staat garant voor kwaliteit. Ik ken hem goed, ik heb met hem gewerkt bij Overspel. Daarnaast was het script voor Buza mooi, dus ik dacht: dat durf ik wel aan. Het leek me een uitdaging om een politicus te spelen, ook vanwege het taalgebruik dat ik normaal niet bezig. Ik wilde me daar extra op concentreren. Ik moest dat politieke idioom domweg uit mijn hoofd leren, bijna als een liedje, anders lukte het mij niet de teksten uit mijn mond te laten rollen. Verder vond ik Meinema uiteindelijk een oprechte politicus die zijn mening en overtuiging probeert over te brengen op zijn medewerkers. Hij volgt zijn hart, durft te improviseren. In die zin wijkt hij af van hoe ik denk dat de moderne politicus als Wopke Hoekstra of Sigrid Kaag in elkaar zit: ik zie hem of haar eerder als een soort manager die bewust afstand houdt, zich verschuilt achter wollige woorden en zich vastklampt aan mediatraining. Je ziet die houding tijdens de formatie: zorg dat jij niet de eerste bent die beweegt of een handreiking doet, wees de laatste, dan haal je het meeste binnen.

In Buza ziet Meinema het ministerschap als de kroon op zijn carrière. Maar is die functie eigenlijk wel zo aantrekkelijk? Je opereert in de frontlinie, zit opgescheept met ellenlange vergaderingen?

Ik zou het totaal niet ambiëren. Vooral omdat je constant te maken hebt met andere mensen die allemaal een mening hebben die ook moeten worden meegewogen bij plannen en besluiten. Dat staat zo ver af van hoe ik mijn werk doe. Ik maak wat ik wil en wat mij persoonlijk boeit en merk daarna wel of iemand het überhaupt leuk vindt. Ook bepaal ik het tempo. Dat hele gesoebat in de politiek, argumenten die heen en weer gaan waarna de mededeling volgt: over drie weken weten we meer. Of over twee maanden. Of vier maanden. Ik zou knettergek worden. Dat krijg je natuurlijk dat je altijd achter de feiten aanloopt. Dat zie je nu heel duidelijk in de coronacrisis: de besmettingen lopen al wekenlang op en dan pas wordt er nagedacht over het nemen van maatregelen en hoe om te gaan met al dan niet gevaccineerden. Verder hebben ministers meer en meer te maken met bedreigingen, respect is ver te zoeken. De beer is los door social media en fake news. Ik ben daar niet optimistisch over, heb geen idee hoe je zoiets stopt.

Waren jullie vroeger thuis veel met politiek bezig?

Nee, we discussieerden nooit over de grote problemen van de wereld. Dingen werden niet in een breder perspectief geplaatst, zoals ik wel bij sommige andere gezinnen zag waar meteen alles uit de kast werd gehaald en iedereen een mening had over partijprogramma’s of het al dan niet deugen van bewindslieden. Wij praatten over zaken die dicht bij ons lagen, over wat we meemaakten op school en op het werk, over discussies die plaatsvonden bij de bakker. Mijn ouders waren katholiek, ze stemden eerst KVP en later automatisch CDA. Ze waren christelijk, dus dan stemde je christelijk. Punt. Verder ging het niet. Het was geen issue. Ik heb ook niet zoveel met politiek.

Ook niet gekregen tijdens je studie? De Amsterdamse kleinkunstacademie was behoorlijk geëngageerd?

Nee. Op de opleiding zaten wel studenten die zich veel met politiek bezighielden, maar ik probeerde me voornamelijk het schrijven en spelen eigen te maken. Ik vind ook dat politiek en theater elkaar bijten. Ja, je kunt natuurlijk wel onderwerpen aankaarten die maatschappelijk verankerd zijn. Maar wil je echt iets politieks beweren dan moet je aan het Binnenhof gaan werken. Theater gaat voor mij over publiek vermaken, laten lachen of laten huilen. Ik stemde in die tijd Pvda en ben vervolgens weer geswitcht. Ik heb wel een mening: ik vind de bezuinigingen op jongerenwerk en ziekenhuizen slecht, net als het feit dat multinationals voor 1 procent hun belastinggeld hier kunnen stallen en ik maak me zorgen over het milieu. Veel meer kan ik er niet over zeggen, anders was ik wel de politiek ingegaan. Als ik naar beelden uit Den Haag kijk, zie ik ook geen politici staan, maar mensen. Gewone mannetjes en vrouwtjes zoals jij en ik die behoorlijk ingewikkelde beslissingen moeten nemen.

In Amerika worden al jaren de prachtigste series over politiek gemaakt: House of cards, The west wing, Veep. Hier zijn ze op een hand te tellen. Hoe komt dat? Ik weet het eigenlijk niet.

Geen idee. Frank Ketelaar maakte ook nog Mevrouw de minister. Misschien hebben Nederlandse makers het idee dat politiek saai is? Dat je er daarom geen drama van kunt maken? Amerikanen bewijzen al heel lang dat dit wel kan en Ketelaar ook.

Kees Prins brak met Herman Koch en Michiel Romeyn in 1990 door bij het grote publiek met Jiskefet, inmiddels een klassieker op het gebied van komedie en tvhumor. Liefst vijftien jaar maakte het trio furore en verrijkte het ons bestaan met jargon als multilul, goeiesmorgens, Lullo heb je nog geneukt! en met personages als Van Binsbergen en de bizarre dierenverkoper. Prins ‘heeft die periode helemaal afgesloten’ en ziet zijn collega’s ook niet meer omdat hij zich anders niet op andere dingen kon concentreren. Dus met het – gewonnen – kort geding van Koch en Romeyn tegen het Jiskefet-boek dat zonder hun medewerking werd gemaakt, deed hij niet mee.

Michiel Romeyn leverde onlangs kritiek: zit Prins bij Van den Ende van die suffe musicals te maken die we met Jiskefet altijd afzeken. Raakt zo’n uitspraak je?

Ach ja, dat is Michiel. Ik vind het prima dat hij dat zegt. Dat vindt hij. Nou goed. Ik lig daar echt niet dagen wakker van. Ik denk alleen: o ja, Michiel. We zeken inderdaad bij Jiskefet musicals af. Maar als je dan gestopt bent met Jiskefet en de vraag komt om mee te werken aan een musical over het leven van André Hazes ga ik niet zeggen: nee dat doe ik niet want bij Jiskefet vonden we dat allemaal maar niks. Ik dacht: laat ik eens kijken hoe dat gaat en hoe dat werkt. En dat werd een bijzondere en mooie musical.

Je maakte ook De tweeling en Tina, wat fascineert jou zo aan musicals?

Aanvankelijk heel weinig. Ik was bepaald niet mijn hele leven fan van het genre. Vond alleen West side story en My fair lady goed. Andere vond ik heel matig, te makkelijk en zoetsappig. Het script wordt vaak met een korrel zout genomen want er zitten toch al liedjes in, zal de redenering zijn. Dan krijg je ongeloofwaardig drama. Sunny afternoon over The Kinks is zo’n gemiste kans. In plaats van het emotionele verhaal te vertellen over twee broers die een band beginnen en die gebrouilleerd raken, werd er een soort luchtige docu met liedjes gepresenteerd. Jammer. Eigenlijk is musical net zo’n kunstvorm als alle andere. En net zoals bij film of toneel of schilderkunst gaat het erom dat je een goed idee hebt, een vorm of ingang vindt waardoor het bijzonder wordt en uitstijgt boven de rest van het aanbod. Dat is wat mij het meest interesseert.

Heb je Tina Turner ontmoet?

Ja dat was heel bijzonder, een soort jongensboek. Frank en ik zijn in Zürich geweest waar ze woont en hebben twee sessies met haar gehad over de musical. Zaten we daar op de bank in haar huis met een kopje thee. Veel vragen hoefden we niet te stellen want ze houdt wel van een babbeltje. En ze was open. Er zijn over haar en haar slechte relatie met Ike veel boeken geschreven, ook is er een film. Ik wist dat ze met een aantal dingen in die film niet blij was. Daarom wilde ik weten wat haar kant van het verhaal was en hoe ze daar op terug keek. Het was weer dat zoeken naar die bijzondere ingang, wat ik heel spannend vond.

Je bent dit jaar 65 geworden. Heeft dat cijfer nog een speciale betekenis voor je?

Nou dat ik nog een jaartje of 15 heb en als het meezit misschien 20. Dus de tijd die mij rest is wel wat minder. Dat maakt dat ik nog kieskeuriger ben in wat ik doe en dat ik nog vaker nee zeg. En dan interesseert het mij niet of ik het me al dan niet kan permitteren. Als ik een half jaar geen inkomen heb, dan is dat maar zo. Ik leen wat, betaal het later terug, ik heb me nooit erge zorgen om geld gemaakt. Ik ben niet aan het toneel gegaan om de huur te betalen. Ik zit nu in een periode dat ik me aan het bezinnen ben op die komende 15 jaar: hoe ga ik het indelen, wat wil ik per se doen? Sinds kort heb ik een huis in Spanje, onder Valencia. Daar wil ik veel zijn. Gewoon zijn. Met familie en vrienden en er ook werken. Ik ben nog aan voorstellingen aan het schrijven met Roel Bloemen. Maar de echt grote stappen, de hamvraag: wat wil ik nou nog doen voordat ik tussen zes plankjes lig… Ja, daar denk ik nu over na. En eigenlijk komt er nog steeds niks boven. Misschien is dat het wel: ik doe gewoon niks. Maar ja, ik moet altijd iets maken anders word ik onrustig. Er komt altijd wel iets op mijn pad.

BuZa S01, vanaf 19 november 2021 om 21.30 uur op NPO 1

Lees ook