Bracha van Doesburg over haar Duitse tv-film

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Verliebt in Amsterdam is een Duitse tv-film met Bracha van Doesburgh in de hoofdrol. Zijn de Duitsers nog steeds zo dol op ons land? En hoe zit het met de cultuurverschillen op de set?

‘Max is een nette, serieuze Duitser met een goede baan die in Amsterdam Sophie tegen het lijf loopt – mijn rol. Sophie is de chaotische eigenares van een sandwichbar, die het leven neemt zoals het komt. Ze woont op een woonboot. En ik weet niet of ze denken dat het typisch Nederlands is, maar Sophie heeft een bootje waarmee ze overal naartoe vaart.’ Dan schiet actrice Bracha van Doesburgh (1981) nog iets te binnen. ‘O ja, het voetbaltrauma van 1974. De vader van Sophie zit constant af te geven op die schwalbe uit de WK-finale.’
1974, een woonboot, serieuze Duitsers en lichtzinnige Nederlanders: in de televisiefilm Verliebt in Amsterdam, met Van Doesburgh in de vrouwelijke hoofdrol, zijn de clichés nooit ver weg. De romantische komedie draait om de jonge jurist Max Baumann, een Duitser die een veeleisende baan in Amsterdam accepteert. Hij ontvlucht daarmee zijn ouders en het burgermansmilieu van het kleinsteedse Kassel, en trouwens ook zijn buurmeisje, dat hij voor het altaar in de steek heeft gelaten. Tegen zijn zin wordt hij verliefd op de Nederlandse Sophie de Jong, in alles zijn tegenpool, al was het maar omdat ze fietst zonder helm en op die woonboot ook nog haar zus resideert en een lesbische vriendin, tevens alleenstaande moeder. Als Max’ ouders hem voor zijn dertigste verjaardag een verrassingsbezoek brengen – lees: een poging doen om hem terug te halen – moet hij kiezen. Terwijl de Baumanns hun Mercedes langs de Amsterdamse grachten rijden, beducht voor een botsing met een fietser, en vader De Jong hen opwacht met een tirade over de fopduik van voetballer Bernd Hölzenbein van veertig jaar geleden, ontdekken de tortelduifjes Max en Sophie dat zij van elkaar kunnen leren: hij wat meer ontspannen, zij iets doelgerichter worden.

‘Dit clichématige beeld van Nederland overheerst niet meer in Duitsland, sinds Pim Fortuyn en Geert Wilders,’ zegt Ingo Schiweck (1974). ‘Het leeft nog wel, maar Nederland wordt tegenwoordig kritischer bekeken dan vijfentwintig jaar geleden. De politiek, de slavernijgeschiedenis, het gedrag van foute Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog – dat soort thema’s komen ook aan bod in de Duitse pers.’ Schiweck werd geboren in Duitsland, groeide op in Leusden, studeerde in Amsterdam en werkt nu als freelancejournalist met Düsseldorf als standplaats. Hij heeft verschillende publicaties over de Nederlands-Duitse betrekkingen op zijn naam staan, waaronder een boek over de moeizame voetbalrelatie tussen beide landen, een werk over Nederlandse entertainers in naoorlogs Duitsland en een studie naar de houding die Nederlandse politici aannamen ten opzichte van de Duitse hereniging van 1990. Ondanks het veranderde imago van ons land is de sympathiefactor nog altijd groot bij de oosterburen, stelt Schiweck. En dat zie je terug op de buis. ‘Om de paar jaar vraagt iemand bij ARD of ZDF zich af: moeten we niet iets met Amsterdam doen? Dan krijg je zo’n romantische tv-film. Ik heb het even uitgezocht, en in 2014 was op ZDF Ein Sommer in Amsterdam te zien. Oké, die film had een andere verhaallijn, maar draaide ook om Duitsers die naar Amsterdam gaan en verliefd worden op iemand uit Nederland. Het is elke keer een spel met oude clichés, wat een succesvol recept is voor de primetime-vrijdagavond.’
Daar heeft Schiweck ongetwijfeld gelijk in. Dat beide televisiefilms zich in Amsterdam afspelen, is echter bepaald geen toeval. Het blijkt om ‘een hartenwens’ te gaan van Duitser Thomas Kirdorf (1955), die allebei de scenario’s voor zijn rekening nam. ‘Amsterdam behoort tot mijn lievelingssteden,’ legt hij uit. ‘Ik heb er altijd een poos willen wonen, maar tot dusver is dat helaas niet gelukt. Nu stuur ik tenminste voor twee films mijn protagonisten die kant op.’ Kirdorf spreekt zich uit als een fervent aanhanger van het klassieke Nederland-beeld. Hij mikt dan ook op een vervolgproject. Ja, vanwege de locatie Amsterdam, ‘maar interessanter zijn de mensen, de mentaliteit: de Nederlandse gemoedelijkheid, de openheid, het ongecompliceerde. Clichés, ik weet het, maar altijd weer goed voor culturele botsinkjes en haaks staand op de heersende mening dat Nederlanders en Duitsers op elkaar lijken.’ Om daaraan toe te voegen: ‘Een belediging voor elke Nederlander!’

Acteur Reinout Bussemaker (1959) kan erover meepraten. Bussemaker speelt in de film de rol van Johan de Jong, Sophies vader, een voormalige hippie die het liefst aan elke Duitser zou vragen om hem zijn fiets terug te geven. Tijdens de opnamen van Verliebt in Amsterdam waren zeker verschillen te bespeuren, vertelt hij. ‘Op een Duitse set is iedereen supergefocust, op zo’n manier dat je een spanning voelt om geen fouten te maken. Ik had al eens in een paar Krimi’s gespeeld, en je merkt daaraan dat de hiërarchie sterker is. Als de opnameleider iets nodig heeft, begint meteen iemand te rennen en te vliegen.’ Ook in randzaken komt het cultuurverschil terug. ‘In Nederland wordt vaak goed gekookt op de set, maar in Duitsland komt het doorgaans neer op braadworsten en zo. En als de werkdag erop zit, gaat iedereen meteen naar huis. Bij ons sta je meestal nog even een halfuurtje na te kletsen met een hapje of een drankje.’ Toch gaat het daar niet om, benadrukt Bussemaker. Hij ziet vooral overeenkomsten met zijn Duitse collega’s. ‘Zij zijn precies zoals ik. Ze zijn serieus met hun vak bezig. Tussendoor kunnen ze een halfuur met je over politiek praten, inhoudelijk, zonder te relativeren. Nederlandse acteurs moeten altijd een biertje drinken en scheten laten om de boel te ontzenuwen, maar zij niet. En na dat halfuur stappen ze zomaar op: dag, ik ga naar huis, mijn tekst leren. Saai, zouden wij zeggen, maar ik vind dat niet saai, hoor.’ Ooit dacht hij net als de vader van Sophie, maar Bussemaker is bijgedraaid. ‘Duitsers zijn mijn favoriete volk.’
Voor Van Doesburgh had de filmset in Amsterdam net zo goed volledig Nederlands kunnen zijn. ‘Hiërarchie? Nee. Deze regisseur zorgde ervoor dat het stil was, zodat iedereen geconcentreerd kon werken. Dat is alleen maar fijn. Zo gaat het er in Nederland soms ook aan toe, dat is bij elke film weer anders. Als ik een verschil moet noemen, dan zouden het de draaitijden zijn. In Duitsland schijnt de regel te gelden dat je pas naar huis gaat als alles gefilmd is wat gepland stond. In Nederland loopt het ook wel eens uit, maar ze houden je ervan op de hoogte. Dat was dit keer wel lastig. Zeker als je drie kleine kinderen thuis hebt.’ Het grootste verschil noemt de actrice echter de taal. ‘Op de middelbare school heb ik Duits gehad in mijn vakkenpakket, en ik versta het goed. Toch merk je dat wanneer er even snel iets gezegd wordt, er kleine communicatieproblemen kunnen ontstaan. Wat spreken betreft, verlangden ze van mij geen perfectie – het was juist de bedoeling dat ik een hoorbaar Nederlands accent zou hebben.’ Van Doesburgh voelde zich comfortabel bij het Duits, maar helemaal vanzelf ging het nou ook weer niet. ‘Omdat het niet mijn moedertaal is, kon ik moeilijk toetsen hoe het klonk. Een regieassistent gaf aan als de klemtoon niet goed lag. En het woord voor riem, Gürtel, was een echte tongbreker. Héél anders ging ook het leren van teksten. Door alle naamvallen duurde dat veel langer. Natuurlijk mocht ik als Nederlandse fouten maken, maar mijn personage mocht ook niet dom lijken.’

Van Doesburgh en Bussemaker kregen de klus via hun management, Henneman Agency, dat onderdeel uitmaakt van een Europees netwerk van agentschappen. Het speelde de casting door, waarop ze elk een zogeheten self tape maakten: een eigen opname van een scène die hun was toegestuurd, plus een introductie van henzelf – in het Duits, uiteraard. Azen de twee acteurs nu op een carrière in Duitsland? ‘Het is een heel grote markt,’ erkent Van Doesburgh, ‘en lekker dichtbij. Leuk als ik daar nog eens iets kan doen. Maar ik ga er niet speciaal rekening mee houden. In Nederland kom ik ook veel aan het werk, en ik heb kinderen, dus mijn agenda zit best vol.’ Dan klinkt Bussemaker beslister: op de vraag of hij naar Duitsland wil, antwoordt hij volmondig ja. ‘Ik heb dertig jaar lang vooral toneel gedaan, maar nu wil ik meer filmen. Werken in het buitenland vind ik heel leuk en ik merk dat Duitsland bij mij aansluit. Ook is daar meer geld, waardoor je een hogere kwaliteit kunt neerzetten. In die zin zit ik stiekem te dromen, ja.’
Het Duitse entertainmentlandschap overziend, zouden we dat moeten toejuichen. Immers, met het aantal Nederlanders in de Duitse vermaaksindustrie is het treurig gesteld. Linda de Mol presenteerde in 2012 voor het laatst een programma: de talentenjacht The winner is… op de commerciële zender Sat.1. Tooske Ragas is gestopt. Sylvie Meis, voorheen Van der Vaart, is buiten de roddelbladen nog op een podium gesignaleerd in een Holiday on Ice-show, begin vorig jaar. Dat was het wel zo’n beetje, zegt Schiweck. ‘Er is nog een Nederlands-Duitse cabaretier, Philip Simon, die tot voor kort een eigen programma had. Hij woont in Keulen. Hij heeft zich een tijdje een Nederlands accent aangemeten, terwijl hij dat helemaal niet heeft. Verder ken ik echt geen namen. Het hoogtepunt hebben we achter ons gelaten, sinds de dood van Rudi Carrell in 2006. Die tijd komt nooit meer terug.’

Verliebt in Amsterdam, vrijdag 28 april, ARD, 20:15 uur

Lees ook