Bioscooppremière: Loro

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Welkom in de fotogenieke maar afzichtelijke wereld van Sylvio Berlusconi, bezien door de ogen van de regisseur van La grande bellezza en The New Pope.

Onder de oude Romeinen waren machtsmisbruik, hebzucht, geweld, corruptie, intriges en liederlijke seks geheel vanzelfsprekend. Het waren rare en vaak nare jongens, die Romeinen. Maar hun erfenis is óók de basis van een flink deel van onze cultuur, rechtspraak en wetenschap. Om nog maar te zwijgen van al die fijne brokkelende zuilen en gebouwen. In de film Loro, over het bewind van Sylvio Berlusconi, laat regisseur Paolo Sorrentino (La grande bellezza, The New Pope) zien hoe deze immorele en door seks geobsedeerde charismatische ijdeltuit het Italiaanse volk voor zich won en zich aan dezelfde zonden te buiten ging als zijn landgenoten van twintig eeuwen geleden. Maar zijn treurige erfenis bestaat slechts uit ranzige commerciële televisie, een hol en hedonistisch moreel vacuüm en een vieze nasmaak. Maar wat wordt hij glorieus goed gespeeld door Toni Servillo, die in Loro met een fake-grijns van oor tot oor alle registers opentrekt:

Je cookie-instellingen zorgen ervoor dat je dit deel van de website niet kunt zien.

Wijzig hier je cookie-instellingen

Ook Sorrentino en zijn camera- en ontwerpteam trekken alle registers open en dat leidt helaas tot afstomping en de verdenking dat de regisseur in dezelfde val is getrapt als zijn onderwerp: hij zwelgt net zo in de eindeloze scènes met partyende sexy leeghoofden als Berlusconi zelf naar het schijnt zo graag deed. De film speelt zich grotendeels af in waanzinnige designer-villa's en jachten en de hoeveelheid prachtig naakt en absurde luxe die we daar continu te zien krijgen, verveelt na een tijdje behoorlijk, net als in het echt. Ruim twee uur lang zien we eerst hoe een immorele playboy een harem van gewillige meisjes om zich heen verzamelt met als belofte dat ze als eye-candy mogen dienen op de luxe feesten van hun geliefde leider, die pas halverwege de film opduikt maar vanaf dan de show steelt en al die meisjes geserveerd krijgt - allemaal gewillig, op eentje na.

De lol van Loro bestaat vooral uit het kijken naar Toni Servillo, die twee fantastische monologen houdt; eentje waarin hij een huis verkoopt aan een uit het telefoonboek geplukte vrouw waarin al zijn sluwe charisma prachtig ligt besloten, en een andere tijdens een twistgesprek met zijn vrouw over de aanstaande scheiding waarin hij zich met verve verdedigt tegen haar beschuldiging dat hij een onmens is. Die verdediging bestaat eruit dat hij de mensen slechts geeft wat ze vragen en dat hijzelf tenminste heeft geleefd. Het is een beetje een mager excuus.

Wat aan Loro dan ook geheel ontbreekt is de bedachtzaamheid en het morele besef die opduiken in de loop van La grande bellezza, waarin dezelfde Toni Servillo ook een hedonistisch leeghoofd portretteerde, die evenwel tot een soort inkeer en zelfinzicht komt dat Sylvio Berlusconi in Loro geheel ontglipt. Ook al die fijne brokkelende zuilen en gebouwen uit La grande bellezza ontbreken en de geweldige klassieke muziek is ingeruild voor eindeloos stampende dansmuziek. Loro is derhalve te vaak mooifilmerij en is regelmatig net zo inhoudsloos als zijn onderwerp. Puur als biopic was Sorrentino's film Il Divo uit 2008, over de politicus Andreotti die na de oorlog zevenmaal de premier van Italië was, veel geslaagder. Ook die werd geweldig gespeeld door Toni Servillo trouwens. Maar de dreiging van rechtszaken, aangespannen door Berlusconi zelf, verhinderde dat Loro een één-op-één portret werd. De film is daardoor slechts een vage schets van een intrigerend en afstotelijk mens geworden. Maar aangezien de waarheid er voor de echte Berlusconi nooit toe heeft gedaan, is dat ook wel toepasselijk. Het acteren van Servillo en het bombardement aan over-gedesignde sets en scènes kunnen reden genoeg zijn om je 151 minuten lang te verlustigen aan Loro.

Loro draait vanaf 1 november in de bioscoop.

Lees ook