Amerika volgens Wouter Zwart en Erik Mouthaan

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

De een is NOS-correspondent in Washington, de ander RTL-correspondent in New York. Een ontmoeting tussen Wouter Zwart en Erik Mouthaan.

De een is NOS-correspondent in Washington, de ander RTL-correspondent in New York. Een ontmoeting tussen Wouter Zwart en Erik Mouthaan.
 

Wouter Zwart: ‘Voordat ik correspondent in Amerika werd, heb ik bijna zeven jaar in China gezeten. Ongeveer het tegenovergestelde van de Verenigde Staten. Het vereist een ander soort correspondent. Iedereen in Nederland heeft een duidelijk beeld van Amerika, want er wordt al decennialang over bericht. In China was ik een ontdekkingsreiziger. Ik was bovendien zestig tot zeventig procent van mijn tijd kwijt aan alles om de journalistiek heen. Zorgen dat mijn geinterviewden veilig waren, mensen smeken om me te woord te staan. In Amerika merkte ik dat iedereen geïnterviewd wil worden en van kleins af aan geïnstrueerd is om in twintig seconden de ideale quote af te leveren.’


Erik Mouthaan: ‘Ik werd in april 2006 gevraagd om Max Westerman op te volgen. Op 1 augustus zou mijn contract ingaan, werd me verteld. Ik had nauwelijks tijd om na te denken. Ja, ik volgde het Amerikaanse nieuws, las literatuur en had het land een paar keer bezocht, maar verder was ik amper voorbereid. Ik was vooral bezig met emigreren. Hoe ging ik dat aanpakken? Eenmaal in Amerika ben ik zo veel mogelijk op pad gegaan. Mensen spreken, verhalen maken. Zo heb ik het land leren kennen. Ik denk dat ik het rond de verkiezingen van 2008 pas echt in de vingers had. Je reist van de koude vlakten van Iowa tot de zompige hitte van Miami. Dan zie je de kracht van dit land. Inmiddels heb ik alle staten gehad.’


WZ: ‘Voor ik hier begon heb ik veel met collega’s gesproken. Kijken hoe zij verslag doen van deze enorme natie. Amerika is zo ontzettend groot. Joris Luyendijk beschreef in zijn boek Het zijn net mensen hoe zijn redactie in Hilversum soms beter dan hij wist wat er speelde in een land uit het gebied dat hij als correspondent versloeg. Dat heb je hier in mindere mate ook. Het enige dat je kan doen is zo veel mogelijk reizen. Zorgen dat je weet hoe mensen op verschillende plekken denken. Wat ze doen. Hoe het er ruikt.’


EM: ‘Ik vergelijk Amerika wel eens met Europa. Hoewel er hier een overkoepelende cultuur is – homoparen kunnen nu in elke conservatieve uithoek trouwen, bijvoorbeeld, in tegenstelling tot in sommige Europese staten -, bestaat Amerika eigenlijk uit een collectie van landen waar je verslag van doet. Louisiana is bijvoorbeeld het Albanië van de Verenigde Staten, met zijn conservatisme en corruptie. Overal waar je komt spelen andere belangen.’


AANDACHT


EM: ‘Het nieuwsaanbod is gigantisch hier, en in Nederland lijken we geen genoeg te kunnen krijgen van Amerikaans nieuws. Als ik zou willen, kan ik wel honderd items per week maken.’


WZ: ‘Je kunt niet ontkennen dat Nederland politiek en economisch gezien ontzettend gelieerd is aan de Verenigde Staten. Wat er hier op geopolitiek niveau gebeurt, heeft voor ons verregaande effecten. Dus ja, natuurlijk moeten we daar veel aandacht aan besteden. Dat gezegd hebbende: het kan geen kwaad als we wat meer om ons heen kijken. Ik heb als correspondent in China al eens een pleidooi gehouden voor het temperen van de trans-Atlantische blik. Die mag ook wel eens naar het oosten. Dat vind ik nog steeds.’


EM: ‘Soms moet ik Hilversum afremmen. Gaat het om een voordracht voor een nominatie voor het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten, dan vraag ik: is dit nou écht belangrijk? Laten we gaan kijken als er daadwerkelijk wat gebeurt. De grote hoeveelheid nieuws uit Amerika heeft ook te maken met timing. Dit land draait nog door als Nederland slaapt. ’s Nachts heeft Obama wat gezegd, dus is dat waar de ochtendbulletins mee komen. We zijn in Nederland ook gefascineerd door de entertainmentcultuur van de VS. Voelen ons op een of andere manier verwant met dit land. Als hier iets gebeurt, voelt dat dichterbij dan iets dat zich in Polen afspeelt. Vreemd, maar zo werkt het.’


WZ: ‘Ik vind het totale waanzin dat wij in Nederland – ook de NOS – zo veel aandacht besteden aan zaken als de sneeuwstorm die hier begin dit jaar aan de oostkust was. In Nederland is het wereldnieuws, maar gebeurt het in Rusland, dan hoor je er niets over. Het is precies die trans-Atlantische blik die ik te extreem vind. Daar discussiëren we bij de NOS elk jaar over. Als het gaat om de verkiezingen hebben we een duidelijke richtlijn: we berichten als het moet, niet omdat het kan. Op een overkill zit ik niet te wachten, en de kijker al helemaal niet. We gaan voor de belangrijke ontwikkelingen en trends.’


EM: ‘Ik sta wel versteld van hoeveel mensen de publieke omroep hier tijdens de voorverkiezingen naartoe stuurt om programma’s te maken.’


WZ: ‘Iedereen heeft zijn eigen rubrieken en kijkers, ik vind het niet zo’n probleem. Ik vind dat de collega’s die worden overgevlogen knappe dingen maken, zeker voor mensen die hier niet permanent wonen.’


EM: ‘Iedereen is welkom, begrijp me niet verkeerd. Mensen als Tom Kleijn en Eelco Bosch van Rosenthal hebben hier gewerkt, dus weten hoe het in elkaar steekt, maar ik vraag me wel af hoeveel programma’s over Amerika de kijker van de publieke omroep aankan.’


WZ: ‘Ik weet wel waar mensen zich aan storen. Elk programma of elke rubriek kiest zijn momenten om over de verkiezingen te berichten, van EenVandaag tot DWDD en Pauw. Alles bij elkaar lijkt het of er elke dag aandacht voor is. En misschien is dat ook wel zo. Daar kan ik als correspondent weinig aan doen. We gaan niet onze momenten overslaan omdat er een Amerika-deskundige bijDWDD zit.’


EM: ‘Ik vind dat er soms te veel aandacht is voor dingen die nog geen nieuws zijn. Komt er een orkaan? Maak maar een verhaal. En dan blijkt het achteraf mee te vallen. Nederland wil soms op het nieuws vooruitlopen. Dat vind ik een vermoeiende trend. Tom Kleijn heeft een serie gemaakt waarin hij terugblikt op het presidentschap van Obama. Ehm, die man heeft nog tien maanden te gaan.’


MEERWAARDE


WZ: ‘Net als bij het voetbal zijn er in Nederland 17 miljoen deskundigen als het om Amerika gaat.’


EM: ‘Van sommige mensen die in Nederland als Amerika-kenner worden aangedragen, denk ik: hoe vaak zijn zij eigenlijk hier? En wat is hun actuele kennis?’


WZ: ‘Ik word hier absoluut meer op de vingers gekeken dan in China. Mensen die daar drie keer op vakantie zijn geweest, noemen zich nog geen deskundige. Ik vind het goed dat we kritisch worden gevolgd, maar dat wil niet zeggen dat iedereen het correct ziet.’


EM: ‘Er is in Nederland een hypergeïnformeerde elite die vindt dat correspondenten nergens voor nodig zijn.’


WZ: ‘Maar ook mijn oma, bij wijze van spreken, wil worden bijgepraat.’


EM: ‘Mensen die gewoon een leven hebben, die niet de hele dag nieuws kunnen consumeren en toch willen weten wat er gebeurt, willen ook duiding krijgen. Soms het liefst in het Nederlands. Daar ben ik voor. We worden tegenwoordig overspoeld met nieuwsfeiten, maar waar is de samenhang? Wat is de rode draad? Dat zie ik als mijn taak: het belangrijke nieuws selecteren en instant duiding geven.’


WZ: ‘Veel mensen in Nederland zitten goed in het Amerikaanse nieuws. We moeten niet de illusie hebben dat wij eerder dan een student in Utrecht weten wat er in Amerika gebeurt. Door sociale media is onze taak de laatste tien jaar fundamenteel veranderd. We moeten niet vertellen wat er gebeurt, maar juist waarom het gebeurt. Iedereen weet dat er een bomaanslag is in Boston, maar waarom? Wie zitten erachter? We moeten ter plaatse uitleggen hoe het echt zit. Fact-checken. In die stortvloed aan informatie die de gebruiker van sociale media over zich heen krijgt, zit veel ruis. Die moeten wij wegnemen.’


HOUDBAARHEID


EM: ‘Ik ben een andere correspondent dan tien jaar geleden. Een betere, mag ik hopen. Door mijn ervaring kan ik beter duiden, dat merk ik nu bij de verkiezingen. Ik weet wat belangrijk is.’


WZ: ‘Bij de NOS heeft men een roulatiesysteem, dat overigens lang niet meer zo strikt is als een aantal jaar geleden. Het gaat nu organischer. Wat mij betreft kun je doorgaan zo lang je het gevoel met de Nederlandse kijker – je consument – niet kwijtraakt.’


EM: ‘Het is aan mijn bazen om te bepalen of ik nog fris en enthousiast ben. Ik denk van wel. Ik probeer altijd de Nederlandse blik te houden, bijvoorbeeld door het nieuws te volgen. Om de vier maanden heb ik een nieuwe stagiair. Die vraag ik altijd: vertel het me als je dingen raar of opvallend vindt. Zie ik die nog? Of kijk ik er doorheen? Ik merk dat ik mijn verwondering nog niet kwijt ben.’


WZ: ‘Amerika is een land waar veel correspondenten in het verleden verknocht aan zijn geraakt. Ik durf te zeggen dat ik de eerste NOS-correspondent ben die niet verliefd is op de Verenigde Staten. Voor mij is het nooit een ultiem doel geweest om hier te werken.’


EM: ‘Bij Nieuwsuur zitten oud-correspondenten die elkaar de ogen uitkrabben om hier verhalen te mogen maken. Om terug te kunnen keren naar hun gloriejaren – ik bedoel daarmee niet dat ze passé zijn, maar iedereen die hier gewerkt heeft, kijkt er toch op terug als een soort hoogtepunt. Max (Westerman, red.) is verliefd op dit land. Charles Groenhuijsen ook. Ik vind het fijn om hier te wonen, ik heb een Amerikaanse vriend en zie veel positieve dingen, maar weet ook dat er heel veel mis is in dit land. Een kritische blik is een groot goed, vind ik. Idolaat ben ik nooit geweest.’


WZ: ‘Ik vind het leuk om als tv-maker uit te leggen hoe landen in elkaar zitten. Vandaag is dat Amerika, maar overmorgen kan het Duitsland of het Midden-Oosten zijn.’


EM: ‘Ik weet niet wat er voor mij na Amerika komt. Mijn contract loopt deze zomer af, maar ik wil graag door. Hoe lang? Geen idee. Ik weet niet of je mij tot mijn vijftigste op tv wil zien. Misschien gooi ik het ook wel over een andere boeg en ga ik hier voor YouTube of Google werken of zo. Wie weet word ik Amerikaan.’