Ad Astra

Ad Astra: meditatieve sci-fi blockbuster à la Interstellar

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Astronaut Brad Pitt en zijn vader leggen 4,3 miljard kilometer af om te ontdekken dat je beter thuis bij je geliefden kunt blijven.

Ad Astra (‘naar de sterren’) is een met zeer veel talent gemaakte film die zo ambitieus van opzet maar tegelijk zo simpel van inhoud is, dat hij afwisselend ontzag inboezemt en een beetje potsierlijk is - soms tegelijkertijd. Net als recente sci-fi blockbusters als Interstellar, The Martian en Gravity gebruikt de film het onmetelijke en onmenselijke heelal als locatie om de mensen die er verzeild raken iets te laten voelen van en te leren over hun eigen menselijkheid. De conclusie is steeds: je moet nooit uit het oog verliezen dat het leven van een mens draait om alledaags intermenselijk contact en niet om glorieus en ambitieus interstellair gedoe. Dat heeft, ook door de waanzinnige vormgeving en visuele effecten in die films, iets heel poëtisch, maar ook iets heel plats, met een hoog ‘dûh!’-gehalte.

Brad Pitt speelt de ultra-geremde Roy McBride, een zeer geslaagde astronaut en zeer falende echtgenoot die sinds zijn vader hem lang geleden verliet om in een baan om Neptunes naar signalen van buitenaards leven te speuren zijn emoties zeer succesvol onderdrukt. Zo succesvol dat zijn hartslag nauwelijks versnelt als hij bij een explosie in het begin van de film van een ruimte-antenne richting aardoppervlak dondert. De explosie werd indirect veroorzaakt doordat Roy’s vader helemaal niet dood is, zoals iedereen denkt, maar bij Neptunes een kettingreactie heeft veroorzaakt die een bedreiging blijkt voor ons hele zonnestelsel. Toe maar.

Roy wordt door de hoogste regionen van de Amerikaanse regering op een ultra-geheime missie gestuurd om contact te leggen met zijn vader, die hardnekkig zwijgt daar bij Neptunes. Gaandeweg zijn intens mooi vormgegeven reis - via de maan, Mars en een bizar rendez-vous met een Zweeds ruimtestation - komt Roy erachter dat zowel de regering als zijn vader er een sinistere dubbele agenda op na houden. De reis is zó prachtig dat je bijna niet doorhebt hoe totaal onwaarschijnlijk hij is; de ongeloofwaardigheid van de avonturen van Pitt gaat hier en daar een tikje ver. Pitt de acteur viert hier zijn tweede triomf dit jaar (na Once upon a Time… in Hollywood) in een heel andere rol, de meest ingetogen uit zijn hele carrière. Ongetwijfeld loopt hij tegen een verdiende Oscar op voor één van beide films.

Het verhaal van Ad Astra is naast onwaarschijnlijk ook flinterdun, maar werkt toch. Misschien beter zelfs dan in Interstellar, waarin Matthew McConaughey door een wormgat en de tijd reist om achter de boekenkast van zijn dochter terecht te komen en daar te ontdekken dat hij thuis bij haar had moeten blijven (een nog aanzienlijk onwaarschijnlijkere premisse dus). Maar goed, als illustratie van de beroemde dichtregel 'We shall not cease from exploration, and the end of all our exploring will be to arrive where we started and know the place for the first time' van T.S. Eliot zijn beide films uiteindelijk intens indrukwekkend, zij het ook lichtelijk lachwekkend.

Op het eind van Ad Astra, als Pitt zich in voice-over - die de hele film voortduurt en te uitgesponnen is - voorneemt dat hij als hij terugkeert op aarde ‘zal leven, liefhebben en anderen zal helpen hun last in het leven te torsen’ raakt je dat dus, ook al dringt zich tegelijkertijd dat ‘dûh’-gevoel weer op. Als beleving is Ad Astra meer dan de som der delen en mag je hem niet missen als Interstellar, The Martian en Gravity je ook bevielen.

Dat liefhebben door Roy zal overigens in de eerste plaats echtgenote Eve (Liv Tyler uit The Leftovers) betreffen, die een zó kleine rol in Ad Astra heeft dat het bijna een belediging is. Ze heeft nauwelijks tekst en eigenlijk maar één belangrijk ding te doen: het kwaad voorbijlopen aan haar man en woedend haar sleutelbos op tafel flikkeren. Een schril contrast met Tylers volwaardige hoofdrol naast Patrick Wilson (Fargo S02) in Space Station 76 (trailer). Deze onterecht vergeten en nogal verguisde sci-fi film van vijf jaar geleden is een bizarre spoof op seventies sci-fi cinema die én heel grappig en merkwaardig is én eigenlijk en passant meer prangende dingen zegt over intermenselijke relaties dan Ad Astra en Interstellar gecombineerd. Leuk als contrast met Ad Astra, voorbestemd ooit geherwaardeerd te worden als cultfilm, en voor een paar euro op Google Play en iTunes.

Je cookie-instellingen zorgen ervoor dat je dit deel van de website niet kunt zien.

Wijzig hier je cookie-instellingen

Ad Astra draait vanaf 19 september in de bioscoop

Lees ook