Bowie

50 jaar Paradiso: radiodj's blikken terug

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Paradiso bestaat vijftig jaar; hoe belangrijk is het poppodium geweest voor de muziekcultuur in Nederland? Vier (oud-)dj’s zien om.

Het is maart 1987 als David Bowie naar Paradiso komt om de promotie te doen voor Never Let Me Down, zijn zeventiende studioalbum. De Britse zanger, op dat moment al een legende dankzij hits als ‘Space oddity’ en ‘Heroes’, geeft geen volledig optreden maar een persconferentie met wat nummers er achteraan. Een van de aanwezigen die middag (want Bowie strijkt overdag neer in het poppodium) is Marc Stakenburg. ‘Er waren niet genoeg mensen’, herinnert de radiomaker en journalist zich. ‘Dus toen zijn er bij het gymnasium aan de overkant snel een stuk of tweehonderd scholieren gehaald om de zaal mee vol te krijgen.’
Acht jaar later komen The Rolling Stones voor twee optredens naar het Amsterdamse poppodium. Het zijn de hoogtijdagen van MTV Unplugged: grote artiesten als Nirvana en Eric Clapton geven ineens intieme, akoestische optredens. En zo ook The Stones, in Amsterdam. Iedereen wil erbij zijn. Speciaal voor die optredens wordt Paradiso uitgebreid met een tweede balkon. In eerste instantie op steigers, in 2004 wordt het er definitief bij gebouwd. Stakenburg is er bij die avond: ‘Ik ben niet eens de allergrootste fan van The Stones, maar het is geweldig om op een paar meter afstand van zulke bands te kunnen staan.’

Zo’n zestigduizend fans die naast een kaartje grijpen, moeten echter genoegen nemen met de beelden van het concert die live op een megascherm op het Museumplein worden vertoond. Tot afgrijzen van de Amsterdamse politie overigens. Een paar dagen eerder won Ajax de Champions League en moesten er 1.300 agenten opdraven om de alles in goede banen te leiden. En nu is het nog een keer raak.


Het is moeilijk te geloven, een artiest van het kaliber van David Bowie in een zaal waar vijftienhonderd mensen in passen – en dat het dan moeilijk is om die vijftienhonderd mensen daadwerkelijk bij elkaar te krijgen. Of The Stones, die optredens in de grootste voetbalstadions gewend zijn. ’Iedereen wil in Paradiso spelen, maakt niet uit of het Nederlandse of internationale artiesten zijn’, verklaart dj en Top 2000-professor Leo Blokhuis. ‘Als je dan Paradiso binnenkomt, sta je al met 1-0 voor. Dat prachtige kerkgebouw, met die glas-in-loodramen die oplichten achter het podium. Je voelt de historie. En dan ook nog eens middenin het centrum van Amsterdam. Wie wil daar nou niet spelen?’

Terwijl Paradiso, het podium dat zijn vijftigste verjaardag viert, technisch gezien geen perfecte zaal is, legt Stakenburg uit. ‘Paradiso is oorspronkelijk een kerk, dus als je het geluidstechnisch naast een 013 of een Ziggo Dome zet, dan kan je daar niet tegenop. Maar het blijft een ontzettend prettige zaal om een concert te zien, op een perfecte locatie. Inmiddels heeft-ie ook een prachtige geschiedenis.’ Ook Blokhuis geeft het aan: Paradiso worstelde in de jaren 90 met de akoestiek. ‘Ik ben een keer echt kruipend naar buiten gegaan na een concert van The Chemical Brothers. Dat was zo snoei- en snoeihard, je oren begonnen er bijna van te bloeden.’ En zo zit de geschiedenis van Paradiso vol met optredens – zowel goed als slecht – van zowel de groten der aarde tot de meest obscure rammelbandjes.

Grootheden als Prince, die er meerdere malen op het podium stond. De in 2016 overleden legende gaf dan een optreden in een grote concertzaal, maar trok dan midden in de nacht naar Paradiso voor nog een concert. Fans stonden uren voor de deur te wachten, terwijl ze geen idee hadden of er überhaupt nog een show kwam.
‘Die shows van Prince zijn toch wel dingen waarvan ik achteraf dacht: was ik daar nou maar bij geweest,’ blikt Roosmarijn Reijmer terug. De voormalige diskjockey was jarenlang van maandag- tot en met donderdagavond de stem van 3voor12, waarna ze in het weekend regelmatig in Paradiso te vinden was. En soms bij grote namen – de schade van het gemiste concert van Prince haalde ze in met shows van artiesten als Adele en Major Lazer – andere keren weer bij opkomende artiesten. ‘Ik heb een stampvol Paradiso los zien gaan op Kanye West,’ geeft Reijmer aan. ‘Het was een van mijn eerste hiphopconcerten en het was onvergetelijk. Hij stond met vijftien man op het podium, waarvan er zeker elf niks muzikaals aan het doen waren. Maar ik heb ook een bandje als Vondelpark voor een stuk of zes man zien spelen in de bovenzaal. Allebei geweldig.’


Toch zijn die allergrootste optredens een zeldzaamheid; vaak staan er artiesten op het podium van Paradiso die zich op het punt van die grote doorbraak bevinden. ‘De Arctic Monkeys bijvoorbeeld,’ vervolgt Reijmer. ‘Ze stonden in de kleine zaal, wat ook wel een gevalletje van hype creëren was door een platenlabel. Iedereen wilde daarbij zijn. En daar maakten ze het helemaal waar.’ Leo Blokhuis haalt zich een show van Lenny Kravitz uit 1989 voor de geest. ‘Zijn eerste Nederlandse optreden, hij had nog maar één album in die tijd. Het was dus ook zo voorbij, ik geloof dat hij er nog een Jimi Hendrix-cover tussendoor gooide. Dat was het eerste echt legendarische concert dat ik in Paradiso zag.’ En ook voor Kravitz zelf blijkt het een memorabele avond: wanneer hij na zijn hit ‘Let love rule’ het podium afstapt, blijft het publiek het refrein minutenlang door zingen. Een traditie is geboren.


Ook de eerste herinnering die Marc Stakenburg aan het poppodium heeft, is een bijzonder verhaal. In 1977 staat hij te wachten voor een concert van de Britse punkband The Stranglers. ‘Er hing een gespannen sfeertje’, geeft de presentator van Theater van het sentiment en Met het oog op morgen aan. ‘Ze stonden bekend als een gevaarlijke band, die af en toe van het podium afliepen om iemand op z’n bek te slaan. Een paar minuten voor het concert begon vlogen de nooddeuren open. Hells Angels. Ze liepen zo de zaal in.’

Muzikale hoogtepunten zijn er ook genoeg voor Stakenburg. Hij noemt de shows die Nirvana en Pearl Jam gaven in de jaren 90. Het favoriete optreden van Leo Blokhuis komt uit datzelfde decennium: Radiohead op 4 december 1995. ‘Een van de beste shows die ik ooit gezien heb. Ik behoorde tot het publiek dat iets te vaak in Paradiso was. Aan het eind van het optreden van Radiohead stond ik met een warm, doodgeslagen biertje en zeiden degene naast me en ik hetzelfde: “Wat wás dit?” Soms valt alles samen, dan heeft een band een aardige plaat uit, en dan krijg je live een soort sleutel om die plaat pas écht te begrijpen. Na die avond wist iedereen die daar was dat Radiohead het verschil zou gaan maken.’
En het zijn niet alleen de gitaarbands die het meeste indruk hebben gemaakt, vindt Jan Douwe Kroeske. ‘Wat mij betreft is de zaal juist groots gebleken voor soulzangers- en zangeressen en reggae-artiesten.’ De presentator omschrijft het optreden van de Jamaicaanse reggaegroep Toots and the Maytals begin jaren 90 als het beste concert. ‘Het is altijd al een beetje mijn band geweest. En dan heb je weleens van die momenten dat de avond voor jou uniek is, dat jij goed in je jas zit. Ik stond achterin, zoals altijd met mijn twee meter, en het was een prachtige avond, waarover dat concert als een pot met honing heen gleed.’


Reijmer, Blokhuis, Kroeske en Stakenburg zijn niet alleen maar als fanatiek toeschouwer in de zaal aanwezig geweest. Ze namen er ook zelf programma’s op. Zo zijn er jarenlang artiesten voor de intieme 2 meter sessies, waaraan Kroeske en Blokhuis werkten, naar Amsterdam gekomen. ‘Dan stond je ineens een paar meter bij Aerosmith vandaan in een zo goed als leeg Paradiso,’ vertelt Kroeske. ‘Dan is het ook een beetje alsof Paradiso een beetje van jou geworden is, en jij van Paradiso.’ En zo heeft de presentator meer artiesten mogen interviewen, van T.C. Matic en Counting Crows tot David Bowie.

Ook de song van het jaar-verkiezing van 3voor12 vond twee keer plaats in Paradiso. Reijmer presenteerde die avonden, en zag daarbij een nieuwe kant van het poppodium. ‘Je ontdekt ineens allerlei gangetjes, backstage. En de grootste verrassing was een derde balkon, bovenin, achter de lichten. Je kan het amper zien vanuit de zaal, maar als je er staat kan je het podium prima zien.’

En ook Stakenburg was vaak bovenin Paradiso te vinden. Vanuit de bovenzaal presenteert hij Leidsekade live!, waarin hij eens per maand bands liveoptredens op de radio uitzendt. ‘We deden het eerst altijd in een studio in Hilversum’, vertelt de presentator. ‘Maar dat liep toch een beetje dood na een tijd. Dus ik dacht: we moeten naar Amsterdam.’
Tijdens die jaren Leidsekade live! ziet Stakenburg Nederlands talent in het programma optreden. ‘Ik herinner me vooral Daniel Lohues, met Skik. Ik dacht meteen: dit gaat groot worden. Krezip was ook zo’n bandje, die waren allemaal een jaar of zestien toen ze langskwamen. Anouk was ook nog heel groen.’ Daarnaast ontvangt Stakenburg de grotere Nederlandse namen, zoals De Dijk en The Golden Earring.

Het is die combinatie van gevestigd en opkomend, van gearriveerd en hard onderweg, die Paradiso al vijftig jaar centraal in het poplandschap zetten, vindt Stakenburg. ‘Ze zijn slim met programmeren. In het verleden hebben ze vaak oog voor nieuw talent gehad, dat dan op het goede moment in Paradiso programmeren. Het helpt dat ze in Amsterdam zitten, maar er zit ook een geweldige organisatie achter.’ Kroeske is het met hem eens: ‘Ze zijn geweldig georganiseerd, daarom kunnen ze het volhouden. Er heerst een zelfstandig redactiebeleid, en ze zijn streng op de kwaliteit. Zo is er geen totale uitkoop om artiesten binnen te halen waarbij kids strak van de cola staan te bonken. Op deze manier kunnen ze er zo nog vijftig jaar aan vastplakken. Daar kunnen ze op de radio en tv nog wat van leren.’ Blokhuis: ‘Een zaal om trots op te zijn.’ 



Paradiso 50 jaar zaterdag 31 maart, NPO 2, 20:25 uur

Terugblik met Winfried Baijens. Aansluitend (vanaf 22.35) een bloemlezing van de beste optredens.

Lees ook