Zomerbio: Robert De Niro (Raging Bull)

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

De hele zomer leest De Lagarde de beste en opmerkelijkste filmbiografieën. Aflevering 3: Robert De Niro ten tijde van Raging Bull.

De hele zomer leest De Lagarde de beste en opmerkelijkste filmbiografieën. Aflevering 3: Robert De Niro ten tijde van Raging Bull.
 

Vanaf het moment dat Robert De Niro op de set van The Godfather II de biografie van Jake LaMotta had gelezen, was hij geobsedeerd door het leven van de bokskampioen. Hij moest en zou een film over hem maken. De Niro drong net zo lang aan bij zijn gezworen filmmaat Martin Scorsese, met wie hij al had samengewerkt in Mean Streets, Taxi Driver en de musical New York, New York, tot Marty toezegde om Bobby’s boksbiopic te regisseren. Het was ook een filmische goudmijn natuurlijk, het bont en blauwe levensverhaal van Jake LaMotta, de wilde stier, die als geen ander wist hoe je klappen moest incasseren. ‘No man can take this kind of punishment,’ zei de commentator met ingehouden adem tijdens de fatale partij tegen Sugar Ray Robinson in 1951. Maar LaMotta wel. Hij ging niet neer. Jake LaMotta, Italiaans-Amerikaans jongetje uit de Bronx, moest van zijn vader tegen andere kinderen vechten om een centje voor de huur bij te verdienen. Hij werd middengewicht wereldkampioen in 1949, maar glibberde na zijn carrière op het modderige pad van de vergane glorie. Hij raakte te innig met de maffia, en belandde in de gevangenis omdat hij prostitutie had toegestaan in zijn club in Miami. De opkomst en ondergang van een straatvechter.

‘Ik was geïnteresseerd in boksers,’ zei De Niro, ‘de manier waarop ze lopen, dat gedoe met hun gewicht, en er was gewoon iets aan Jake wat me greep. Ik wilde een bokser spelen, zoals een kind iemand anders wil zijn.’

Iemand anders willen zijn. Het wezen van acteur Robert De Niro. Dat had alles te maken met zijn intensieve scholing als Method acting-acteur in de jaren 60. Method acting is niet alleen doen alsof, maar een rol ten diepste van binnen voelen en begrijpen. Geen karakter spelen, maar een karakter worden. Zoals De Niro het zelf zegt: ‘Ik kan niet doen alsof. Ik wil de ervaring. Ik wil alle facetten van een karakter doorgronden.’

Hij had gestudeerd bij een van Method acting-goeroes: Stella Adler. Een soort Morticia Addams met zwarte jurken en smokey eyes, die de gewoonte had om voor haar toneelklasje op een leren troon plaats te nemen, waarna twee bodyguards zich aan weerszijden van haar opstelden. Ze sprak haar leerlingen drillend en fanatiek toe, alsof ze trainden bij een speciale legereenheid. De Niro moet bij het voorbereiden van een rol nog vaak de kritische ogen van de acteerhogepriesteres in zijn rug hebben gevoeld. Net als andere acteurs van zijn generatie was hij ervan overtuigd dat je een rol met elke vezel in je lijf moest prepareren, laag voor laag, met haast religieuze toewijding. Dat serieuze, dat heilige, daarin vonden hij en Martin Scorsese elkaar. ‘Bob en ik vertrouwen elkaar,’ zei Scorsese over zijn filmsoulmate, ‘wij worden boos om dezelfde dingen. Bijvoorbeeld als mensen te veel roezemoezen op de set – dan schrijven we hun namen op en hoeven ze niet meer terug te komen. Een filmset is een kerk, niet-gelovigen komen er niet in.’

De Niro’s leermeester Stella Adler had haar eigen stokpaardjes binnen het Method acting. Ze geloofde meer in actie dan in je tekst goed brengen, en vond dat een acteur zijn rol het beste gestalte kon geven met behulp van externe props, rekwisieten. ‘Acteren is actie, acteren is doen,’ zei ze. ‘Vind manieren om het te doen, niet om het te zeggen.’ In de rol van Jake LaMotta kwamen voor De Niro alle Adleriaanse principes samen. Actie genoeg. Zie Robert De Niro aan het werk tussen de touwen in Raging Bull. Een gewelddadige tango van harde klappen, zweet, huid, verende touwen, bloedfonteintjes. En Robert De Niro testte voor Raging Bull de beste externe rekwisiet uit die hij kon bedenken: zijn eigen lichaam.

Twee enorme transformaties onderging hij. De eerste van lichtgewicht naar spierbundel, de tweede van spierbundel naar pafferige middelbare man. De Niro wilde niet zo’n amateur worden waarvan je op het filmdoek maar nauwelijks kon geloven dat-ie echt z’n knokkels durfde gebruiken. Hij zocht de echte Jake LaMotta op in de club waar hij uitsmijter was en huurde hem in als coach. Het eerste wat LaMotta hem leerde was het accent uit de Bronx, heel wat anders dan het Greenwich Village-New Yorks dat De Niro van zijn kunstzinnige ouders had meegekregen. Het tweede wat LaMotta hem leerde was boksen. Een halfjaar trainden ze dagelijks samen in de Gramercy Gym. Tot ze beiden diverse blauwe ogen hadden opgelopen en De Niro LaMotta’s voortanden stuksloeg. 4000 dollar kostte het om die weer op te lappen. ‘Netjes door United Artists betaald,’ herinnerde LaMotta zich later. Toen had De Niro al een nek als een stier, en was hij zo goed dat zijn mentor hem tot de beste twintig boksers van Amerika rekende, en drie anonieme partijen voor zijn pupil regelde, waarvan De Niro er twee won.

Toen leek hij zo op de bokser LaMotta, dat LaMotta’s ex Vicki – De Niro bezocht haar in Florida om beter te begrijpen hoe de bokser als echtgenoot was geweest – achteraf aan Playboy prijsgaf dat het haar niet meer dan logisch had geleken om met Robert De Niro naar bed te gaan. Ze was echter te verlegen geweest om hem te verleiden.

Nu was het tijd voor de tweede transformatie. De ultragespierde Robert De Niro reisde naar Italië (hij kende het goed van de opnames voor Novecento), en later naar Frankrijk, voor een La Grande bouffe-trip. Donald Sutherland had al eens in de pers verteld dat Bob een groot pastakenner was. Man wat had die jongen een neus voor goede restaurants. Er was niets moeilijks aan, zei De Niro zelf. Je moest alleen vroeg genoeg rijkelijk ontbijten, zodat je tegen lunchtijd genoeg ruimte had voor een rijkelijke lunch. En daar moest dan laat in de avond een copieus diner achteraan uiteraard. ‘Pannekoeken, bier, melk, veel pasta,’ De Niro’s Method om te transformeren in de dikkige LaMotta. Hij at zich letterlijk een weg door Europa. Eerst was het allemaal nog wel grappig. Maar na vier maanden was hij 30 kilo aangekomen, en kon hij met moeite zijn veters strikken. Supersize me in de seventies. De Niro: ‘Ik pufte en kreunde en mijn ademhaling klonk vreemd.’ Maar toen was hij klaar om de scène op te nemen waarin Jake LaMotta na zijn bokscarièrre wat bijverdient met een soort stand-up act in een nachtclub. In werkelijkheid citeerde LaMotta Shakespeare- en Tennessee Williams-teksten op het podium, maar in Raging Bull citeert hij – vast niet toevallig – Marlon Brando, die als ex-bokser Terry in Elia Kazans film On the waterfront met spijt zijn leven overziet: I coulda been a contender. I coulda been somebody, instead of a bum. Which is what I am.’ (Ik had iemand kunnen zijn, iemand om te respecteren, maar ik ben een lul geworden.) De Niro doet LaMotta die Brando doet. Al met al een donders staaltje Adleriaanse Method acting, Robert de Niro in Raging Bull. Hij won er in 1981 (de film kwam uit in 1980) zijn tweede Oscar mee, de eerste als Beste Acteur. Of zoals zijn vriend, regisseur Brian De Palma zei: ‘Bob is een kameleon. Hij heeft de geheimzinnige gave om zichzelf letterlijk te veranderen in het karakter dat hij speelt. Hij is waarlijk een acteur.’

Deze tekst is een eigen bewerking van de De Niro-biografieën:
De Niro, John Parker (Vista, 1995)
Robert De Niro; The man the myth and the movie, Patrick Agan (Hale, 2000)

Lees ook