Zomerbio: Anthony Hopkins (The Silence of the Lambs)

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

De hele zomer leest De Lagarde de beste en opmerkelijkste filmbiografieën. Aflevering 8: Anthony Hopkins ten tijde van The Silence of the Lambs.

De hele zomer leest De Lagarde de beste en opmerkelijkste filmbiografieën. Aflevering 8: Anthony Hopkins ten tijde van The Silence of the Lambs.
 

Toen Anthony Hopkins het script van The Silence of the Lambs (1991) onder ogen kreeg, had hij iets gevoeld. ‘Een derde persoon’, zo omschreef hij het later zelf. En de magie die later ontstond bij het spelen van de rol van seriemoordenaar Hannibal Lecter werd getriggerd door exact dátgene. Het was iets verborgens, iets duisters. Iets pijnlijks en mysterieus. En toen Hopkins vlak voor de repetities – eenmaal gemuilkorfd – in zijn trailer in zijn eigen spiegelbeeldogen keek, keek hij recht in een angstaanjagend ‘vacuüm van waarheid’. Hier stond Lecter, een monster dat lachte achter een masker. Voor Hopkins was het het moment van de waarheid; een moment dat zich bevond ergens tussen drank en de dood.

Het was 1975 toen Hopkins na een zes dagen durende binge definitief stopte met drinken. Hij was 15 jaar zwaar verslaafd geweest. Hij blowde en dronk zich bijkans dood. Van het jaar 1975 herinnert hij zich nauwelijks nog iets, terwijl hij toen als acteur in het theater en op tv behoorlijk succesvol was. Vaak wist hij niet eens welke dag het was. Hij was agressief, meestal fysiek onwel. In gezelschap was hij luidruchtig en onbetrouwbaar. Hij ontstak voortdurend in woede, beledigde vrienden en collega’s. In een zeldzaam interview vertelt hij: ‘Ik stond op de rand van de hel. Ik scheurde straalbezopen door heuvels en canyons, blacking out, ik had geen flauw idee waar ik was of waar ik heen ging. ‘s Ochtends vroeg ik me af: heb ik iemand doodgereden? En controleerde ik de voorkant van de auto op sporen.’ Op 29 december 1975 belde hij huilend naar zijn toenmalige geliefde Jenni: hij was wakker geworden ergens in een motel in Arizona. Er lagen uitwerpselen op de grond en er zat bloed aan de muur. Hopkins herinnerde zich niets. De volgende dag sloot hij zich aan bij de AA. Het mentale gevecht om koning alcohol definitief uit zijn systeem te verdrijven duurde nog eens 15 jaar en sindsdien laat de acteur het onderwerp tijdens interviews liever met rust. Het meest openlijk over de oorzaak van zijn alcoholisme was hij in het voorwoord van het boek Freedom from the bottle van Liz Cutland: ‘Hoewel ik ben opgegroeid in een doodnormaal gezin, met veel liefde, heb ik van meet af aan een allesverslindende angst gevoeld dat mij iets afgenomen zou worden dat mij wél toebehoorde. Dat ‘iets’ is moeilijk te definiëren, maar angst werd de drijvende kracht in mijn leven in de 30 jaar die volgden. (…). Ik was een eekhoorn in een kooi, die zijn eigen staart probeerde te vangen.’

[blendlebutton]
1988 werd een belangrijk jaar voor de acteur. Inmiddels 13 jaar nuchter werkte hij in het toneelstuk M. Butterfly van theaterregisseur John Dexter, een moeilijke, dwingende figuur die Hopkins tijdens eerdere samenwerking ‘een monster, een bittere, gevaarlijke man’ noemde. Maar Dexter haalde op het toneel het beste bij Hopkins naar boven: M. Butterfly werd een doorslaand succes. De pers stelde: ‘Het is slechts een kwestie van tijd tot er een doorbraak komt in Hopkins’ filmcarrière.’ Ook de acteur zelf had dat idee. In datzelfde jaar zag hij Mississippi Burning, met in de hoofdrol Gene Hackman, een acteur die hij zeer bewonderde. Bij het zien van die film kreeg Hopkins, zoals hij het zelf zegt, ‘echt zin in een grote Amerikaanse film’.

Dat moment kwam een jaar later: hij kreeg één aanbod voor een hoofdrol in misdaadthriller Desperate Hours (1990) van regisseur Michael Cimino en tegelijkertijd nóg een aanbod van Jonathan Demme – voor een psychologische thriller, waarin hij een psychopaat moest spelen. Hopkins had vooral interesse in de film van Cimino. Ze kenden elkaar en Hopkins wilde dolgraag met hem werken. Demme was onbekender en maakte een boekverfilming van Thomas Harris’ The Silence of The Lambs. Het was de sequel op het in 1986 reeds verfilmde Red Dragon (uitgekomen onder de titel Manhunter) door Miami Vice bedenker Michael Mann. Manhunter werd geen kaskraker, maar de film stond onder critici goed aangeschreven. Hoofdpersoon Hannibal Lecter – een doodenge seriemoordenaar/kanibaal – werd gespeeld door Brian Cox.

Aanvankelijk had Gene Hackman de rechten voor The Silence of the Lambs weten te bemachtigen, maar na zijn optreden in Mississippi Burning – een film over de gruwelijke praktijken van de Ku Klux Klan – deed hij er afstand van: hij had zijn buik vol van duistere films. De rechten kwamen terecht bij Orion Pictures die op hun beurt regisseur Jonathan Demme benaderden. De vrouwelijke hoofdrol van FBI-agente Clarice Starling, die op weergaloze wijze het vertrouwen wint van de doodenge Hannibal Lecter zou gespeeld worden door Michelle Pfeiffer. Lecter zou worden vertolkt door Robert Duvall.

Jonathan Demme had andere ideeën en een ervan was dat Anthony Hopkins de rol van Lecter moest spelen. De producers van Orion zeiden: ‘Kom op, Jon. Hij is Bríts! Het is geschreven voor een Amerikaan. En we hebben een écht sinistere figuur nodig. Zoals Boris Karloff (Son of Frankenstein) of Anthony Perkins (Psycho). Donker en lijdend, met een intens griezelige onderstroom.’

Demme argumenteerde dat Hopkins’ vertolking van Frederick Treves in The Elephant Man (David Lynch, 1980) zijn potentieel als Lecter toonde. Nog los van het monsterlijke aspect, want dat moest er volgens Demme niet teveel bovenop liggen, maar eerder geïnternaliseerd zijn in de rol – wat er écht toe deed, was de kunst om Lecter ook menselijkheid mee te geven, en intelligentie niet te vergeten. ‘Lecter, aldus Demme, ‘is sluw en verraderlijk. Hij gebruikt zijn intelligentie en medemenselijkheid en vervormt het tot iets onbeschrijflijk gruwelijks.’

Demme zette door en vloog naar Londen om te lunchen met Hopkins. Hij had het script gelezen, maar alleen vluchtig, uit angst dat het project toch nog zou afketsen. Zijn vrouw Jenni had het ook proberen te lezen maar vond het zo gruwelijk dat ze het weg had moeten leggen. Demme was overtuigd en nodigde Hopkins uit in New York om te komen scriptlezen met de nieuwe hoofdrolspeelster: Jodie Foster. Michelle Pfeiffer was afgehaakt: ze vond het verhaal te afstotelijk.

De ochtend voor Hopkins Foster zou ontmoeten, ging hij joggen. Zijn goede vriend Ed Lauter had toen hij hoorde over Hopkins’ eventuele rol in The Silence of The Lambs gezegd: ‘Je moet deze Lecter zien te nailen, Tony. Dit wordt je Oscar.’ Die ochtend, vanuit Central Park, belde Hopkins Lauter, die hem vroeg: ‘En Tony? Weet je al hoe je hem gaat spelen?’ Het bleef even stil, toen vervolgde Hopkins: ‘Hello, Clareeeece.’

Lauter herinnert zich: ‘Ik zweer het je, hij had de rol tot kunst verheven. Hij bespeelde elke nuance – hij wist exáct wat hij met Lecter wilde doen en ik wist zeker, vraag me niet hoe, dat het zijn definitieve doorbraak in Hollywood zou betekenen. Hij zette Lecter neer als een bloedzuiger in schaapskleren die zich voedt aan medemenselijkheid, pervers en onwaarschijnlijk slim.’ En de stem? ‘Een makkie,’ recapituleert Hopkins. ‘Hij moest onmenselijk zijn, los van ieder gevoel. Dus ik nam de stem van computer HAL uit Stanley Kubrick’s 2001: A Space Odyssee als voorbeeld – koud, mechanisch, absoluut angstaanjagend.’

Toen Demme het voor eerst hoorde, schreeuwde hij: ‘Mijn god, ja dat is het, dat ís het!’.

Intussen speelde Hopkins ook nog in misdaadthriller Desperate Hours, de Cimino-film. De combinatie van het gewelddadige karakter van die film en de zes weekse onderdrukking van emoties (Hopkins clashte enorm met tegenspeler Micky Rourke) hielp ongetwijfeld mee aan sfeer die Hopkins enkele maanden later meebracht naar de set van The Silence of the Lambs. Ter voorbereiding op zijn rol zonderde hij zich helemaal af. Tijdens de opnames van Desperate Hours stapte hij vaak in zijn Pontiac om door Montana en Wyoming te rijden. Dwars door woestijnen, stoppend bij Motels, AA-groepen bezoekend. Nu klom hij weer in de Pontiac en reed op z’n dooie akker door Oklahoma, Texas en Louisiana terwijl hij naar Händel, Mozart en Philip Glass luisterde (muziek waar Hannibal Lecter graag naar luistert). Het was een ‘langzame, 6000 km lange reis door de zintuigen, rustig bewegend door het verleden, die mij onvermijdelijk in de richting van mijn grootste carrièrekans ooit duwde.’ vertelde Hopkins later.

Eenmaal op de set in Pittsburgh transformeerde Hopkins in Lecter – Demme was stupéfait. Hij wist dat Hopkins tot veel in staat was maar dít had hij niet verwacht. Vanaf dag 1, scène 1, had Hopkins het ultieme monster totaal bij de kladden. Demme vertelde later in een interview met Reader’s Digest: ‘Het was ronduit griezelig. Tony verschéén gewoon als Lecter.’ Op Hopkins’ script stonden talloze tekeningen en notities. Hoe Lecter eruit zag. Wat voor kleren hij droeg. Hoe hij liep. Glimlachte. Sprak. Een tekening van reptielenogen. En eentje van Lecter in een gevangenisoverall met daarnaast de tekst: ‘Zo fit en scherp als een gekooide panter.’ Aan Reader’s Digest vertelde hij dat hij pas op z’n gemak was met het script toen hij het zo’n 250 keer gelezen had. ‘Pas dan kan ik beginnen met improviseren.’ Maar het was voor iedereen duidelijk dat er nog iets anders meespeelde in zijn vertolking van Lecter, iets ongrijpbaars, dat uit een andere dimensie leek te komen. Jodie Foster gaf publiekelijk toe dat zijn aanwezigheid op de set ‘griezelig’ was. En mensen op de set gingen hem uit de weg als hij in kostuum was. Hopkins zelf vond dit hoogst amusant, kroop vaak in vol ornaat, met naar achter gekamd haar en met muilkorf op, in zijn kooi en lispelde dan als de cameramensen nietsvermoedend binnenkwamen: ’Hello Boooys!’

Het echte filmen was, aldus Demme, ‘een van de meest leuke, fijne ervaringen waarop een regisseur kan hopen. Geen stress of ruzies, oeverloze discussies over het script, een goede sfeer all over. Hopkins’ aandeel in de film ging ook verder dan alleen het spelen van de rol. Zo vroeg Demme hem mee te denken over hoe ze Hannibal Lecter in zijn cruciale eerste scène zouden tonen op het scherm. Close-cut montage, waarbij we alleen zijn ogen zien? Van bovenaf filmen? Snel snijden? Eerst Foster filmen, dan Lecter en dat almaar afwisselen? Hopkins’ antwoord was bescheiden. ‘Laat de camera de cel van Lecter gewoon vinden, doe het in een natuurlijke beweging, gezien vanuit Clarice.’ Lecter zou haar ‘ruiken’ en zij zou naar de cel lopen, meer niet. En daar zou hij dan staan. Rechtop. Ingehouden, maar helemaal klaar om vrij gelaten te worden. ‘Ik wist: dat is ontzettend eng, iemand die daar gewoon staat,’ verklaarde Hopkins later in een tv-interview.

Maar wat triggerde nou eerdergenoemde magie die loskwam bij het spelen van Lecter? Hopkins: ‘Geen idee. Wanneer je een in en in slecht, duister karakter moet spelen, dan moet je hem zo aantrekkelijk mogelijk spelen. Ik denk dat ik me aangetrokken voel tot monsters. Ik hou niet van wreedheid maar het is misschien beter om de donkere kant van jezelf te accepteren dan die de kop in te drukken.’

We zullen het nooit exact weten. En dat draagt ook weer bij aan de spanning. Silence of The The Lambs werd een megasucces en won vijf Oscars (waaronder die van Beste Film) en Hopkins won zijn eerste Oscar voor Beste Mannelijke Hoofdrol. Er was veel concurrentie dat jaar (Nick Nolte, Robert de Niro, Robin Williams en Warren Beatty waren eveneens genomineerd) maar toen Cathy Bates het podium besteeg en de enveloppe opende, wist hij het. Hopkins: ‘Ik weet niet hoe, maar het was als een déjà vu. Ik wíst het gewoon. Die Oscar is voor mij.’ Tot groot verdriet van fans weigerde hij, net als Jodie Foster, een rol in het vervolg, dat Harris nog aan het schrijven was. ‘Er komen zoveel gruwelijk enge films uit dat ik denk dat het tijd is om te zeggen: genoeg is genoeg. Ik wil niet dat geweld verheerlijkt wordt. Ik heb enige verantwoordelijkheid als acteur.’ Hij kwam ervan terug. Uiteindelijk speelde hij in 2001 en 2002 hij toch nog tweemaal Hannibal Lecter – in Hannibal (naast Jullianne Moore als Clarice) en Red Dragon, een remake van Michael Mann’s Manhunter uit 1986.

Dit artikel is een bewerking van Anthony Hopkins: in darkness and light (1993) van Michael Feeney Callan

[/blendlebutton]

Lees ook