The Serpent

Wie is de echte Herman Knippenberg uit The Serpent?

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

In de thrillerserie over de Franse seriemoordenaar Charles Sobhraj (nu op Netflix) is een grote rol weggelegd voor de Nederlandse diplomaat Herman Knippenberg.

Toen Herman Knippenberg op 6 februari 1976 aan zijn werkdag begon, stond hem een levensveranderende gebeurtenis te wachten. De jonge diplomaat, 31 jaar oud, diende als derde secretaris op de Nederlandse ambassade in Bangkok. Het was zijn eerste standplaats. De Thaise hoofdstad was nog niet de toeristische – door wolkenkrabbers gedomineerde – metropool van tegenwoordig, maar wel het eindstation van de hippie trail: de reisroute van Europa naar India en verder. Soms raakte zo’n Westerse avonturier zoek, bevangen door drugs of het boeddhisme, en verzochten ongeruste ouders het ministerie van Buitenlandse Zaken om ze te op te sporen.

Precies zo’n verzoek belandde die dag op het bureau van Knippenberg. Familie van de Amsterdamse Cocky Hemker (25) vroeg zich af waarom het al zes weken stil bleef rond haar en haar vriend Henk Bintanja (29), die als rugzaktoeristen een rondreis door Azië maakten. Hemker had tot dusver elke twee weken een brief naar huis geschreven, en nu ontving haar moeder zelfs geen verjaardagskaart – heel vreemd.

Dat vond Knippenberg ook. In Hemkers laatste brief, geschreven in Hongkong, was ze heel specifiek geweest. Zij en Bintanja zouden op 10 december 1975 naar Bangkok vliegen om hun paspoorten te verlengen en visa aan te vragen voor de rest van hun reis. Brieven moest de familie maar naar Chiang Mai sturen, want die stad in het noorden van Thailand gold als hun volgende bestemming. Knippenberg liep de feiten na. Uit passagierslijsten bleek dat de twintigers inderdaad in Thailand waren aangekomen. Met hun paspoorten of visa was echter niets gebeurd. En op het postkantoor in Chiang Mai hadden ze nooit brieven opgehaald. Waar waren ze gebleven?

Het was in die periode dat de diplomaat een van zijn collega’s van de Belgische ambassade trof. Die vroeg of Knippenberg misschien een paar landgenoten kwijt was. Immers, het verhaal ging dat in de flat van een juwelenhandelaar in Bangkok recentelijk paspoorten waren aangetroffen, onder meer van twee Nederlanders. Knippenberg herinnerde zich een incident van een paar weken eerder. Langs de weg bij Ayutthaya, ten noorden van de Thaise hoofdstad, waren de lichamen van twee Australiërs aangetroffen. De man was gewurgd, van de vrouw was de schedel ingeslagen, daarna waren de lichamen verbrand. Eén detail was Knippenberg bijgebleven: de vrouw had een T-shirt gedragen met daarin het label ‘Made in Holland’. Hij belde met de Australische ambassade. Ging het inderdaad om Australiërs? Nee, kreeg hij te horen, er was een koppel vermist geweest, maar dat was elders toch opgedoken.

Knippenberg besloot de twee lichamen, opgeborgen in een mortuarium van de Thaise politie, te laten identificeren. Hij verzocht om toestemming van de autoriteiten, vroeg de tandartsgegevens op van Hemker en Bintanja en ging op pad, vergezeld door een Nederlandse arts uit Bangkok. Het mortuarium bleek een mokerslag. Kwam het niet door de overweldigende stank van ontsmettingsmiddel en ontbindende lichamen, dan toch door de aanblik van de twee lijken: half verkoold en voor autopsie opengesneden en dichtgenaaid. Knippenbergs chauffeur viel flauw. De arts boog zich over de gebitten. Ja, bevestigde ze even later: dit waren Cocky Hemker en Henk Bintanja. Jaren later, na dertig jaar diplomatieke dienst, zou Knippenberg zich dit bezoek aan het mortuarium herinneren als het schokkendste dat hij ooit in zijn carrière had meegemaakt. Wie deze gruweldaad op zijn geweten had, moest zo snel mogelijk voor de rechter komen.

De diplomaat nam de dag erna meteen contact op met zijn Belgische collega. Hij kwam erachter dat de flat waar de paspoorten waren gevonden werd bewoond door een Franse juwelenhandelaar en zijn vriendin.

Onze nieuwsbrief ontvangen? Iedere vrijdag de nieuwste series en films in je inbox! Meld je hier aan.

Knippenberg pakte de laatste brief van Hemker er nog eens bij. Warempel: de Nederlandse schreef dat ze in Hongkong een aardige Fransman had ontmoet die in juwelen handelde, en die Henk en haar had aangeboden in zijn appartement in Bangkok te komen logeren. Knippenberg waarschuwde de Thaise politie.

In de avond van 11 maart stormden agenten het appartement binnen. Vergeefs: ze vonden geen bijzonderheden en moesten de Fransman na verhoor laten gaan. De volgende ochtend vertrok hij met zijn vriendin naar Maleisië. Weggeglipt, als een slang.

Die Fransman, zo weten we nu, heette Charles Sobhraj, bijgenaamd Le Serpent. Hij is de centrale figuur in The Serpent (lees onze recensie), de nieuwe thrillerserie van de BBC en Netflix die eerder dit jaar in Groot-Brittannië veel kijkers trok. Een grote rol is weggelegd voor het personage van Knippenberg. De makers vroegen de nu 76-jarige, gepensioneerde diplomaat expliciet om goedkeuring, en die gaf hij – als het maar geen heldenepos rondom Sobhraj zou worden. ‘Ik heb meteen gezegd: ik stá erop dat er veel aandacht is voor de slachtoffers,’ zei Knippenberg vorige maand tegen De Telegraaf, vanuit zijn woning in Wellington, Nieuw-Zeeland.

De zaak heeft Knippenberg nooit losgelaten. Geen wonder: het verhaal van Sobhraj is veel groter dan de hierboven beschreven episode, waarmee ook The Serpent begint. Sobhraj werd geboren in 1944 in Vietnam, toen nog een Franse kolonie, als zoon van een Vietnamese moeder en een Indiase vader. Als tiener verhuisde hij naar Frankrijk, waar hij al snel zijn toevlucht zocht in de criminaliteit. Vanaf zijn eerste gevangenschap in 1963 in Parijs (wegens diefstal) leest zijn biografie als één lange reeks aan misdaden, arrestaties en ontsnappingen, zich allemaal voltrekkend op de hippie trail. Naar verluidt was Sobhraj een cynische, maar knappe jongeman die met zijn charisma een hele coterie aan medeplichtigen om zich heen verzamelde.

Zijn dodelijkste periode – voor zover bekend – beleefde hij in Bangkok. Vanaf het voorjaar van 1975 zocht hij daar naar buitenlandse toeristen, samen met zijn vriendin Marie-Andrée ‘Monique’ Leclerc, afkomstig uit Franstalig Canada. Sobhraj presenteerde zich aan hen, onder verschillende pseudoniemen, als een handelaar in edelstenen. Wanneer hij beet had, drogeerde hij zijn slachtoffers, beroofde ze en doodde ze. Het precieze aantal is onbekend, maar inmiddels staat vast dat Sobhraj tussen 1972 en 1976 minstens twaalf mensen heeft vermoord. De bijnaam ‘Bikini Killer’ verwierf hij met de moord op een vrouwelijke badgast op het strand van Pattaya, aan de zuidkust van Thailand.

Sindsdien belandde Sobhraj tweemaal voor langere tijd in de gevangenis, steeds door toedoen van Knippenberg. Na het vertrek naar Maleisië deelde de diplomaat zijn verhaal met de Thaise pers, waarop de autoriteiten Interpol inschakelden. Sobhraj, op de vlucht voor media-aan-dacht, nam de wijk naar India. Daar werd hij in 1976 opgepakt en veroordeeld. Wederom ontsnapte hij op spectaculaire wijze – door zijn verjaardagsfeestje te vieren, waarbij hij het gevangenispersoneel gebak voorschotelde met slaapmiddelen erin – maar werd alsnog gepakt. Toen Sobhraj in 1997 vrijkwam, was hij een superster. Hij verkaste naar Parijs, liet zich voor veel geld fotograferen en interviewen, er verschenen boeken en televisieproducties over hem en hij zou zelfs vijftien miljoen Franse francs gekregen hebben voor een filmdeal die nooit verwezenlijkt werd.

Knippenberg hoorde pas weer over hem op de laatste werkdag voor zijn pensioen, op 19 september 2003. Sobhraj was aangehouden in Nepal. Hij werd beschuldigd van de moord op een toerist in 1975, maar ontkende ooit in het land te zijn geweest. Knippenberg liep naar zijn garage van zijn woonhuis, waar hij zes dozen bewaarde vol documenten rond Sobhraj. Hij viste er een getuigenis uit van diens ex-vriendin, waarin zij de periode beschreef die ze samen hadden doorgebracht in Nepal, en faxte die naar de FBI. Sobhraj werd veroordeeld. Hij zit nog steeds vast.

Knippenberg schoof in 2004 aan in het RTL-programma Barend en Van Dorp om hierover te praten. Hij noemde Sobhraj een ‘psychopaat’ en ‘een soort Charles Manson’. Op de vraag waarom de persoon hem zo boeide, antwoordde Knippenberg: ‘Ik ben gefascineerd door Charles Sobhraj als door een koningscobra. Ik heb het weleens vergeleken met een tropische malaria: om de paar jaar gebeurt er weer wat.’

Naar aanleiding van The Serpent nam de Britse krant The Mirror afgelopen januari contact op met Knippenbergs eerste vrouw. Deze Angela Kane, een Duitse die hem in Thailand bijstond in zijn onderzoek en die later hoge functies bij de Verenigde Naties zou bekleden, noemde haar voormalige echtgenoot ‘totaal geobsedeerd’ door de zaak. ‘En eerlijk gezegd, dat is hij nog steeds. Het heeft zijn carrière beschadigd, dus ik ben heel blij dat hij deze late erkenning krijgt.’

The Serpent is nu te zien op Netflix

Lees ook