TV

Wat maak je mee als je meedoet aan een quiz?

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Redacteur Paul de Bruin meldde zich aan bij De tv-kijker van het jaar, rook aan de finale maar kreeg last van koudwatervrees en gêne.

Kan je als zichzelf respecterende jongeman van begin 30 er nog openlijk voor uitkomen dat je regelmatig, en graag, tv kijkt? Onder leeftijdsgenoten, of jonger, is het onderuit hangen op een driezitsbank, kijkend naar – goedgemaakte – programma’s op NPO, RTL of SBS allesbehalve hip. Steevast antwoord, als je vraagt of ze iets op tv hebben gezien: ‘ik heb geen tv’ of ‘ik heb geen tijd om tv te kijken’. Wat eigenlijk bedoeld wordt: ik heb een interessant leven, daar past tv niet in. Daarom, met gepaste gêne: ik kijk regelmatig en graag lineaire tv! Zo, het staat er, zwart-op-wit. Als quizliefhebber en notoire tv-kijker besluit ik me op te geven voor het nieuwe tv-programma De tv-kijker van het jaar.

‘Gefeliciteerd, u bent geselecteerd voor show 2 van De tv-kijker van het jaar.’ Na deze boodschap in mijn mailbox probeer ik een aantal vrienden mee te krijgen naar de studio voor support. ‘Saai’, ‘Lijkt me niks’ en – ja hoor – ‘Ik kijk geen tv’ zijn de reacties. Ik moet dus alleen naar Hilversum, zoveel is duidelijk. Aangekomen bij Studio 33, ver weg van de glitter en glamour van het Mediapark, meld ik me aan en volg de paarse pijlen, gemaakt met een WordArt-stijl die me doet denken aan scripties uit mijn middelbareschooltijd. Ze leiden naar een opmerkelijk kleine kantine. Een vreemd soort ongemak maakt zich meester van me. Wat doe ik hier? Wil ik wel op tv? Wat als ik afga? En: moet ik me niet schamen omdat ik regelmatig televisiekijk? Na enig oponthoud gaan de deuren naar de studio gelukkig open, kandidaten mogen eerst. Tassen en jassen mogen niet mee, die moeten in een grote kist achterblijven in de kantine, zo vertelt de productieleider. Hij had buiten Joke gerekend. Joke, midden 70, steunend op haar rollator: ‘Mijn tas krijgen ze niet, daar zitten m’n medicijnen in.’

 

Een mevrouw van de productie vraagt met hoeveel mensen ik ben gekomen. ‘Alleen’. Ik word verwezen naar een zeer oncomfortabele stoel, tussen twee loungebanken in. De studio, eigenlijk een grote fabriekshal, is schitterend gedecoreerd en voorzien van een enorm scherm waar straks de filmpjes zullen worden afgespeeld. Mensen nemen selfies, want: op tv! Als iedereen zit, stelt diezelfde productieleider voor om even het applaus te oefenen. Eerst normaal, dan wat enthousiaster en vervolgens dolenthousiast. Inclusief joelen, dat laatste. Ik kan dat niet. Het handjevol mensen om mij heen kan dit heel goed, zo blijkt. Ik kijk met verbazing hoe mijn medekandidaten applaudisseren, joelen en later zelfs hevig gepassioneerd een neplach weten te produceren wanneer de productieleider ons vraagt de lachband te vullen. Mijn ongemak groeit. We zijn toch allemaal volwassen mensen?

Na wederom enig oponthoud – niet erg, dit kan allemaal gebeuren, natuurlijk – maakt presentator Harm Edens zijn opwachting in de studio. Gevat, soms flauw, maar ontegenzeggelijk energiek vermaakt hij het publiek wanneer de camera’s niet draaien. Er blijkt nog wat meer oponthoud te zijn – iets met een vastlopende geluidsband, volgens mij. De productieleider probeert de kandidaten in beweging te krijgen door een leuk muziekje op te zetten en aan te zetten tot een dansje. Ik weiger hieraan mee te doen. Pertinent. Dit gaat ook een aantal andere mannelijke kandidaten te ver. Gelukkig! De andere mensen die bij me in de buurt zitten niet. Er wordt zelfs een polonaise rond een klein salontafeltje ingezet. Nu is het contrast met mijn niet-meedoen nog groter. Ik voel me niet op m’n plek, schaam me voor mijn tv-kijken. Ik wil dit niet. Ik overweeg om even naar het toilet te gaan, en vervolgens de deur uit te lopen. De ‘grapjes’ van Harm over ‘tv-kijkers’ die ‘trieste levens hebben’ helpen niet mee. De presentator van een tv-show over tv-kijken doet net zo besmuikt over televisie als mijn vrienden vooraf deden.

Gedurende de quiz, een leuke quiz met originele vragen, dat moet gezegd, ontspan ik. Tot Harm mijn naam roept. ‘Paul de Bruin, waar zit je? Je gaat lekker, je staat derde.’ Derde?! Shit! Als ik bij de eerste vijf zit, dan moet ik dus op tv? Ik merk dat alles in mij in opstand komt: ik wil niet op tv. Niet in de belangstelling staan. Niet koketteren en wedijveren met zoiets banaals als kennis over televisie. Van de vier vragen die volgen, beantwoord ik er twee met opzet fout. Missie geslaagd, ik kom niet op tv. Ik ben opgelucht, maar dat verandert snel. Terwijl ik zie hoe de finale zich ontvouwt, merk ik dat ik spijt heb. Deze vragen had ik allemaal geweten! Had ik wel op tv gewild? En dan door willen gaan naar de grote finale om als hoofdprijs een tv – oh, ironie – te winnen? Ja, ik denk het wel. Maar mijn schaamte won het.

Een aantal dagen later krijg ik wederom een mail. Of ik het leuk vind om ook in show 4 mee te doen. Ik twijfel, maar besluit: dit gaan we rechtzetten. Niet voor die tv, natuurlijk niet voor een tv! Voor mezelf, als persoonlijke overwinning op mijn schaamte.

Gelukkig krijg ik de kans om het recht te zetten en gelukkig hoef ik deze keer ook niet alleen, want misschien ging het daar mis?! Was ik te onzeker en te vol van schaamte omdat ik alleen was? Hmm. Wie wil er mee? Ik kom uit bij m’n moeder (64) en m’n tante (68) – symptomatisch voor de lineaire tv. Alles loopt beter; de rij, de kantine, wachttijd, de geluidsband. Geen dansjes of lachbanden.

Ik ben erop gebrand om deze show te winnen. Nu echt! Voor mezelf dus. Groot is de schrik, vooral bij m’n moeder, als zij na zes vragen op de derde plek blijkt te staan. En zie hier: ook zij wil niet op tv en gaat hierna vragen expres fout beantwoorden. Wat is dit voor rare familiekwaal? Ik ben inmiddels genezen, blijf m’n best doen en na zo’n tien vragen blijk ik bij de top-5 te zitten. Kritiek punt, dit. Ik geef geen kick, adem in, adem uit en focus me op de volgende vraag. Na de laatste vraag blijk ik helemaal alleen aan top te staan. Slik. Daar gaan we. Make-up, zender om en dan de nationale tv op.

Al snel merk ik plezier, ik voel me op m’n gemak en heb zin in het finalespel. Harm probeert ons finalisten de maat te nemen, uit de tent te lokken, zoekend naar een leuke uitspraak. Ik ben ontspannen. Ik verbaas mezelf. Praat ronduit over een vechtpartijtje van verleden maand, hemel de VARAgids nog even op en probeer Harm uit de tent te lokken. Hoe het afloopt kan en mag ik niet verklappen, maar mijn gêne is in elk geval overwonnen.

TV-kijker van het jaar, zaterdag 1 december, NPO 1, 20:25 uur

Quiz waarbij kandidaten allerlei vragen krijgen over gekke, hilarische en opvallende tv-fragmenten van het jaar.

Lees ook