Waarom zijn wij zo gek op Amerikaanse popcultuur?

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

In seizoen twee van De Verenigde Staten van Eva trekt Eva Jinek opnieuw door haar geliefde geboorteland. Hoeveel houden wíj eigenlijk van de VS?

In seizoen twee van De Verenigde Staten van Eva trekt Eva Jinek opnieuw door haar geliefde geboorteland. Hoeveel houden wíj eigenlijk van de VS?

Er bestaan woorden voor landenliefde. Officiële woorden die in de Van Dale staan. Francofiel is de bekendste. Anglofiel en germanomaan (alsof je gek moet zijn om van Duitsland te houden) komen minder vaak voor maar staan wel in het woordenboek. Amerikanofiel niet. Zegt dat iets? Francofiel zijn, is heel gebruikelijk. Net als vele lezers van deze gids heeft de schrijver van dit artikel talloze fijne zomers doorgebracht omsingeld door lavendel en stokbrood. Anglofiel is ook tamelijk doorsnee. Ook al komt u zelden in het Verenigd Koninkrijk, u zwelgt waarschijnlijk gaarne in de super-Britsheid van The Crown, Downton Abbey en Monty Python. En Amerikanofilie? Misschien is er geen veelgebruikt woord voor de liefde voor Amerika juist omdat de VS zo’n volslagen vanzelfsprekend onderdeel zijn van ons culturele en maatschappelijke leven. Best een groot onderdeel. Afhankelijk van uw leeftijd bent u mogelijk bevrijd door de Amerikanen, heeft u geprofiteerd van de Marshall-hulp, heeft u geprotesteerd tegen de Vietnam-oorlog en de kruisraketten, u verheugd over de maanlandingen en de twee termijnen van Obama en bent u in elk geval gemarineerd in de popculturele uitingen van de VS, te weten: muziek, Hollywood en televisie.

Op de middelbare school werd ik al hopeloos verliefd op de Verenigde Staten. Dat kwam bij mij en velen met mij uitsluitend door de televisie, de bioscoop en de bibliotheek, want de eerste stap die ik op Amerikaanse bodem zou zetten, lag ver in de toekomst. De kiem voor die liefde werd al eerder gezaaid, ook al via ons tv-toestel, toen nog zwart-wit. In de jaren 70 had ik daarop Amerikaanse tv-series leren kennen die ik als kind slechts half begreep, wat ze net als bij echte liefde alleen maar aantrekkelijker maakte. Hoogtepunten waren McCloud, De Man van Zes miljoen, McMillan & Wife en De Straten van San Francisco. Ik zocht ze op in onze VARAgids, toen nog met een fel haantje in het logo. Maar op de middelbare school werd, ook door een combinatie van groepsdruk en puberteit waarschijnlijk, de VS-liefde pas menens. Heel veel films en series heb ik verslonden. Met mijn klasgenoten keek ik obsessief naar The A-Team, in essentie een jeugdserie en daarmee het meest absurde kinderprogramma ooit gemaakt. De idiotie van de serie – een groepje Vietnam-veteranen rijdt wild om zich heen schietend door de VS om onrecht recht te zetten maar er vallen nooit gewonden – ontging ons niet maar prikkelde integendeel ons parmantige gevoel voor ironie. De avonturen van Hannibal en de zijnen speelden zich meestal af op het platteland der VS en dus in het ‘echte’ Amerika, buiten de veel verfilmde metropolen NY en LA. Het soort oersaaie zanderige stadjes dus waar Jinek ook doorheen reed in het vorige seizoen van De Verenigde Staten van Eva. We beseften als jonge kijkers wel degelijk dat de bloedvrije kogelregens in The A-team eigenlijk walgelijke revisionistische ongein waren. Hier werd de afschuwelijke militaire geschiedenis van de VS in Vietnam misbruikt als entertainment. De leden van het A-team waren helden van het volk, redders der verschoppelingen én op de vlucht voor de Amerikaanse regering, die Hannibal voortdurend achternazat in de persoon van kolonel Decker. The A-Team was daarmee een soort staalkaart van alles wat de VS allemaal vermag: entertainment, onzinnige buitenlandse oorlogen, verheerlijking én bagatellisering van geweld, verzet tegen de overheid en vooral fijne goedkope lol.
Op diezelfde middelbare school beleefde ik een geweldige jeugdliefde. Toen zij op het schoolplein voor de zoveelste keer in het openbaar vroeg hoeveel ik van haar hield en ik op die idiote vraag wederom geen gepaste reactie wist (‘oneindig veel’ vond zij een laffe uitvlucht), antwoordde onze goede vriend Paul ineens met grote stelligheid: ‘het antwoord is zes’. Zij ontstak in woede, terwijl hij met zijn exacte getal vooral wilde
illustreren dat de vraag gek was.
Die gekke vraag stellen de VS ook aan iedereen die hem maar wil aanhoren, keer op keer. Bij monde van het Pew Research Center in Washington, een onafhankelijke non-profit denktank die nationaal en internationaal heel grote opinie-voelsprieten heeft. Eerder dit jaar stelden ze de vraag opnieuw, deze keer ook aan ons, want wij worden door Pew niet ieder jaar bevraagd in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Fransen en Duitsers. Hoeveel houden wij van de VS en van de Amerikanen? Het percentage Nederlanders dat eerder dit jaar een overwegend positief gevoel had bij de Verenigde Staten van Amerika als natie is 37 procent. Ontzettend laag dus. Maar bij Amerikanen als volk, dus de Yankee als mens, heeft 71 procent een goed gevoel. Dat heeft ongetwijfeld veel te maken met onze houding tegenover Trump, want ook dat vroeg Pew. Slechts 17 procent van ons vindt Trump een fijne president, terwijl dezelfde vraag Obama vorig jaar nog een monsterscore van 92 procent opleverde. Toen werd ons niet gevraagd wat we van de VS als land vonden, maar ongetwijfeld heeft de huidige lage populariteit van het land alles met Trump te maken. In 2005 vond 45 procent de VS een fijn land, maar dat was onder Bush junior. 66 procent vond de Amerikanen toen fijne mensen, dus dat percentage is sindsdien gestegen. Als je kijkt naar de Amerikanofilie van ons omringende landen, levert het Pew onderzoek enkele onverwachte verschillen op. Dat Zweden met 80 procent positieve waardering voor het Amerikaanse volk bijna net zo hoog scoort als de VS zelf (86 procent van de Amerikanen heeft namelijk een goed gevoel bij Amerikanen, toch nog best laag misschien) is wel boeiend. Van de Fransen, die toch luidkeels klagen over de culinaire invloed van McDonalds en indertijd enorme herrie trapten rond de komst van Euro Disney (het woord culturele Holocaust viel) is 73 procent tevreden over de inwoners en 46 over het land. Bij de Duitsers is dat 64 en 35 procent. De Spanjaarden zijn van de ondervraagde Europeanen het meest kritisch met respectievelijk 56 en 31 procent. Tenzij je Turkije tot Europa rekent: 24 en 18 procent.

We mogen aannemen dat het cijfer voor de populariteit van het land vooral als een graadmeter voor de politieke waardering mag worden gezien, terwijl die voor de Amerikanen als mensensoort meer een culturele waardering uitdrukt. Maar dit soort cijfers verbleekt bij wat je om je heen ziet gebeuren in onze cultuur. Cijfers zijn niet voorhanden, maar we kijken nog veel meer Amerikaanse televisie dan vroeger en in het bioscoopaanbod is het land ook zwaar oververtegenwoordigd. De hoogleraar Amerikanistiek Rob Kroes liet in het boek Buffalo Bill in Bologna al zien dat de veramerikanisering van de wereld al begon halverwege de negentiende eeuw, toen rondreizende Amerikaanse circussen het eerste massa-entertainment waren dat overwaaide vanuit de VS. Zijn collega Jaap Kooijman constateerde in het boek Fabricating the absolute fake ook al de grote culturele invloed van de VS, die onze artiesten ertoe verleidt zichzelf voor te doen als Amerikaan. Rappers die zich het Amerikaanse gettoleven toe-eigenen bijvoorbeeld. De ultieme Nederlandse Amerikaan is volgens Kooijman de zanger Leen Huijzer, een ‘Nederlandse kruising tussen Frank Sinatra, Tony Bennett en Elvis Presley in zijn Las Vegas-dagen’ die zich ‘met zijn zwarte smoking en gouden microfoon als handelsmerk het imago van de Las Vegas-crooner eigen gemaakt heeft’. Wij kennen hem beter onder zijn Amerikaanse naam Lee Towers.
We hoeven dus niet lang te graven voordat we bij de Amerikaan in onszelf belanden. Doordat we al ons hele leven lang worden overspoeld door beelden en producten van Amerikaanse makelij en de taalbarrière voor velen maar een hobbeltje is, hoeven we er niet geboren te zijn, of überhaupt geweest, om ons behoorlijk Amerikaans te voelen. En hoewel velen de buitenlandse politiek van de VS verfoeien, de Amerikaanse cultuur schouderophalend afdoen als oppervlakkig en neerkijken op het massa-consumentisme aldaar, hebben we misschien niet door dat we allang zelf een soort Amerikanen zijn. We nemen hun gebruiken, gedrag en spullen al heel lang en heel graag over. Toch een vorm van liefde.

De Verenigde Stagen van Eva, donderdag 19 oktober, NPO 1, 22:15 uur

Lees ook