Horror

Waarom kijken we naar horrorfilms?

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Ooit bijna net zo verguisd als porno, nu een kritisch en commercieel succes: horrorfilms zijn hip en salonfähig. Met dank aan Trump en onze angstige tijdgeest?

Filmmaker Martin Koolhoven (lees ook ons interview met de regisseur) signaleert in de derde aflevering van zijn onmisbare cinefiele televisieserie De kijk van Koolhoven, die gaat over Europese horrorfilms, dat het onderscheid tussen de chique en artistieke arthouse-film en de ordinaire genrefilm aan het vervagen is. Met horror als meest opvallende winnaar. Niet lang geleden werd dit genre nog alom weggezet als pulp en slechts een tikje hoger aangeslagen dan porno, waarmee het inderdaad een paar aspecten deelt: horror is net als porno extreem fysiek, de lichaamsvochten stromen rijkelijk en de basale driften en emoties van de mens worden onverbloemd geëtaleerd en geëxploiteerd. Maar hoewel er in de loop van de filmgeschiedenis wagonladingen afgrijselijk slechte horror zijn geproduceerd - jongeren zijn altijd bereid geweest om vrolijke rotzooi als Friday the 13th te ondergaan en aan elkaar te friemelen terwijl hun leeftijdgenoten op het doek met bijlen en kettingzagen worden afgeslacht – is horror sinds kort ineens een gerespecteerd genre. Niet altijd tot tevredenheid van voornoemde jongeren en traditionele horrorfans, die bedenkingen hebben bij de nieuwe respectabiliteit van hun genre. Want wat moderne horror zo goed maakt, is dat het hartverscheurend drama plus maatschappelijke malheur plus angst verenigt, terwijl voorheen louter angst en liters bloed vaak volstonden. Die nieuwe diepgang wordt door liefhebbers van het betere hak- en slachtwerk niet per se gewaardeerd maar is goed nieuws voor de intellectuele elite die altijd haar nuffige neusje ophaalde voor ‘griezelfilms’. Tegenwoordig gaan die – veelal impliciet, met een subtiliteit die je niet verwacht bij zo’n extreem genre – over uw hoogstpersoonlijke bezorgdheid over politieke, maatschappelijke, klimatologische, technologische maar vooral existentiële en persoonlijke doodsangsten.

Iedereen die denkt een gezonde minachting voor en hekel aan horror te hebben, doet er goed aan om nieuwe films als Get Out, Hereditary, The Babadook, Don’t Breathe en It comes at night te zien en daarna de klassiekers in te halen. Zoals het door Koolhoven terecht bejubelde Suspiria (1977) van de Italiaanse horrormeester Dario Argento, over een hallucinerend bloedbad dat door heksen wordt aangericht op een Duitse balletacademie. Een nieuwe versie van die film gaat in november draaien in een arthouse-bioscoop bij u in de buurt, gemaakt door de gevierde Italiaanse regisseur Luca Guadagnino die we kennen van het gevoelige en hoogst verantwoorde liefdes-epos Call Me By Your Name, waarvan menig cinefiel begin dit jaar in katzwijm viel. Hoe is horror ineens zo bedenkelijk respectabel geworden?

Get Out

Het antwoord, volgens vele analyses van mediavorsers, filmcritici en sociologen die in de pers verschenen sinds horror vorig jaar aan zijn opmars begon, is eenvoudig: de westerse wereld staat op zijn kop en filmmakers en -kijkers zoeken in de bioscoop naar een uitweg voor hun angsten daarover. De verkiezing van Donald Trump wordt vaak genoemd door regisseurs en scriptschrijvers als inspiratiebron en reden voor het succes van het genre. Vorig jaar was de film It, naar het gelijknamige boek van Stephen King uit 1986, een gigantische hit in de bioscoop en meteen de lucratiefste horrorfilm uit de geschiedenis. It gaat over de doodenge clown Pennywise die een clubje verloren tieners – uitgesproken losers in de ogen van hun leeftijdgenoten – terroriseert. ‘We hebben Pennywise zojuist tot president gekozen’, zei Stephen King na de verkiezing van Trump, die hem prompt blokkeerde op Twitter. King heeft een punt, want Pennywise opereert als Trump: hij voedt en gedijt bij haat, angst en wantrouwen, veracht de zwakken en buitenbeentjes, koeioneert iedereen en was ooit, net als Trump in zijn tv-shows, een entertainer maar nu een brute nachtmerrie. It doet sterk denken aan de op Kings oeuvre geïnspireerde en eveneens zeer populaire Netflix-serie Stranger Things, ook over een groepje uitgekotste outcasts in de jaren 80 die het tegen een monster moeten opnemen. Ook andere horrorfilms en series die sinds het presidentschap van Trump verschenen, echoën zorgen over waar Trump voor staat. De film Get Out gaat over een zwarte jongen met een witte vriendin die te maken krijgt met haar familie die intens racistisch blijkt en een boeiende vorm van moderne slavernij beoefent. Get Out was na It de best bezochte horrorfilm van 2017. Don’t Breathe (een aanrader en nu op Netflix) gaat over het lot van wanhopige flexwerkende millennials in het door economische neergang geteisterde Detroit die besluiten een uitgerangeerde en door de overheid verneukte blinde oorlogsveteraan te beroven maar door hem ongenadig worden afgestraft. Twee groepen economische losers die elkaar te lijf gaan en aldus een product zijn van het neo-liberale verdeel-en-heers-model. It Comes At Night (ook op Netflix) is een horrorvisioen van een toekomst waarin door een pandemische ziekte bijna iedereen dood is en een familie zich staande moet houden in een wereld waarin alle overlevenden potentiële besmettelijke vijanden zijn, inclusief de eigen familie. Ook hier is het verleidelijk om Trumpiaanse achterdocht, haat en paranoia als inspiratiebron te zien. De extreem beklemmende film The Witch (ook al op Netflix) gaat over verstikkende christelijke orthodoxie op het Amerikaanse platteland. De televisieserie The Handmaid's Tale is een nachtmerrie waarin vruchtbare vrouwen door een conservatieve minderheid tot seksuele en huishoudelijke slavernij worden gedwongen nadat een onbenoemde milieuramp een groot deel van de wereldbevolking steriel heeft gemaakt. Weer Trump-gerelateerde thema’s, gezien zijn wankele waardering voor vrouwen en het milieu. De films uit de Purge-reeks en het laatste seizoen van de televisieserie American Horror Story verwijzen zelfs expliciet naar de horreurs van het bewind van Trump, dus het is al met al verleidelijk om onzekerheid over en walging van de koers die Amerika nu vaart als inspiratie voor al die moderne horror te zien.

Maar wie de beste en afschuwelijkste – hier uiteraard bedoeld als compliment – horrorfilms van de laatste jaren bekijkt, valt op dat het niet zo eenvoudig ligt. Ten eerste zijn veel van de hierboven genoemde films en series al vóór de onverwachte triomf van Trump in gang gezet; de makers van The Handmaids Tale bijvoorbeeld geven grif toe dat het toeval is dat hun serie over geknechte vrouwen zo verbluffend goed past bij een president die een zelfverklaarde pussy-grabber is. Het is wel zo dat er nu veel horrorfilms worden gemaakt over vrouwen die het niet meer pikken, door briljante vrouwelijke regisseurs – Europese horrofilms als Raw en Revenge zijn de beste voorbeelden – die zeker raken aan Trumpiaanse vrouwenhaat en #metoo-praktijken. Maar veel moderne horror blijkt bij nadere beschouwing niet alleen over moderne ellende te gaan, maar over de oudste: de dood.

Stranger Things

Deze zomer ging Hereditary in première, de naarste Amerikaanse horrorfilm sinds klassiekers als The Shining en The Exorcist. Geen spoor van Trump eigenlijk. Dit botten-verkillende verslag van de rouw van een gezin over de dood van een dochter en de waanzin waartoe die rouw leidt, is zo ontzettend – dat laatste letterlijk – goed dat het pijn doet aan je ziel. Alles aan Hereditary is alarmerend en drukt op knopjes waarvan je veel liever zou hebben dat iedereen eraf bleef: schuldgevoel, bevreemding, angst voor gek worden, angst voor verlies. Ook A Quiet Place, de andere horrorhit van dit jaar, neemt de dood van een kindje als uitgangspunt. The Babadook van een paar jaar geleden is een meesterlijk verslag van de tot een zwart monster verworden rouw van een vrouw over haar man, die bijna haar kind verliest aan dat monster. A Ghost Story is misschien de meest existentiële recente horrorfilm, over een gestorven man die een spook wordt en blijft rondhangen bij zijn weduwe. Al deze nieuwe en ‘verantwoorde’ horrorfilms zijn zo onrustbarend omdat ze de onaanvaardbare dood van anderen zo vreselijk goed voelbaar maken. Waarbij de paradox is dat dood vroeger toch ook niet bepaald een onbekende was in dit genre. Zoals Martin Koolhoven in De kijk van Koolhoven zegt, is de attractie van horrorfilms dat ze een surrogaatbeleving zijn, waarbij we ‘gratis’ iets engs kunnen meemaken, zonder directe gevolgen. De meest succesvolle moderne horror slaagt daar angstwekkend goed in. 

Hereditary

De kijk van Koolhoven, vrijdag 19 oktober, NPO 3, 21:15 uur

Filmmaker ­Martin Koolhoven beschouwt in de derde aflevering van zijn zesluik eurohorror.

Lees ook