De waardige verfilming van Tonio

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Het boek Tonio van A.F. th. Van der Heijden, over zijn verongelukte zoon, was al moeilijk te recenseren – voor de (voor een Oscar-genomineerde) film geldt eigenlijk hetzelfde.

Het boek Tonio van A.F. th. Van der Heijden, over zijn verongelukte zoon, was al moeilijk te recenseren – voor de (voor een Oscar-genomineerde) film geldt eigenlijk hetzelfde.
 

Voor critici was het niet eenvoudig, vijf jaar geleden toen ze Tonio, het nieuwe boek van A.F.Th. van der Heijden onder ogen kregen. Het boek over en voor zijn overleden zoon, Tonio die in 2010 stierf aan de gevolgen van een verkeersongeluk. Zo schreef Arjen Fortuin in NRC: ‘Een boek als Tonio onttrekt zich aan de gewone literaire kritiek (…) omdat het van weinig compassie zou getuigen om de waarheid van een gestorven kind langs een koude literaire meetlat te leggen.’ Niet dat het boek niet goed werd bevonden, integendeel. Maar het was vooral een boek zo anders dan andere boeken, niet alleen in het oeuvre van de schrijver zelf, maar ook in literaire zin. Het was hors concours.

Met de film naar het boek en dus naar de gebeurtenis die het leven van Adri van der Heijden en Mirjam Rotenstreich overhoop gooide, is misschien wel iets soortgelijks aan de hand. Voor je ontrolt zich stap voor stap een verhaal waarvan je weet dat het waargebeurd is, waarvan je de gezichten kent, waarover je in de kranten hebt gelezen, de rouwadvertentie hebt gezien en daarbovenop mogelijk het boek las, dat een jaar later uitkwam. Je kunt niet anders dan het continu aan die waarheid toetsen. En ook denk je steeds: hoe zou dat voor Van der Heijden en Rotenstreich zijn om hun vertolkers te zien en de jongen (Chris Peters) die hun zoon speelt? Het antwoord op dat laatste stond toevallig twee weken geleden in NRC Handelsblad, waarin Rotenstreich werd geïnterviewd naar aanleiding van haar nieuwe roman. Ze vond het ‘een prachtige film, aangrijpend ook.’ Maar, zei ze: ‘Het blijft een film. Het echte verdriet zit in mij, in mijn lichaam, mijn hart.’

Het is een waardige film geworden, die Paula van der Oest heeft gemaakt. Zwaar, loodzwaar soms, ontroerend inderdaad, maar geen tearjerker. Misschien omdat-ie zo vol zit met een soort onbeduidende dingen, die hier tegen wil en dank betekenis krijgen: de slippers waarop Mirjam (Rifka Lodeizen) het ziekenhuis inkleppert, nadat de politie aan de deur is geweest met de onheilstijding; de haastig aangetrokken blouse van Adri (Pierre Bokma). Mirjam die op de wc van het ziekenhuis – Adri in de deuropening – haar broek niet dicht geritst krijgt en paniekerig roept: ‘Niet weggaan’ en hij haar onhandig helpt, terwijl er drie medici hun richting op lopen. Het bericht dat ze dan krijgen, het ineenzakken van Mirjam: zo is het gegaan, zo schreef A.F. th van der Heijden het in zijn boek.

Het is compact verfilmd, de 626 pagina’s. Het scenario werd geschreven door Hugo Heinen. Waar in het boek het verleden wat meer is uitgekristalliseerd en Van der Heijden bijvoorbeeld ook de crisissen in hun huwelijk beschrijft en meer bespiegelend is, gaat het in de film meer over de gebeurtenis, en zien we de dagen, uren, minuten, voor en na Tonio’s ongeluk en diens overlijden, met een enkele flashback. Daarnaast is het de zoektocht naar de precieze toedracht, zoals dat ook in het boek zit. Wat wel prachtig mooi in de film is gekomen, is hoezeer een gezin ook een gegeven is. Want hoewel iedereen in zijn diepste angst, achter hoog opgetrokken muren in de ziel, zich wel eens het ergste voorstelt – de dood van je kind – is een gezin hebben ook niet altijd opkijken als je zoon binnenkomt, hem soms kritisch toespreken. Beloftes doen die je toch niet na bent gekomen. Schuldgevoelens achteraf, niet reëel misschien, maar ze zijn er. Dat zat in het boek en is ook heel goed verwerkt in de film.

‘Niets rust zacht’, zegt Adri/Bokma in de proloog, waarin we hem als een bezetene zien tikken, in een donkere kamer. ‘Jouw halve etmaal pijn is door ons overgenomen, levenslang.’

De film begint upbeat, met Tonio die zijn sleutel is vergeten van het grote Amsterdam-Zuid huis waarin hij is opgegroeid. Zijn moeder doet open. ‘Jullie zijn toch mijn sleutels’, roept hij jolig, terwijl hij de werkkamer van zijn vader binnen banjert, een biertje pakt en in een stoel ploft. 21 is hij en hij heeft zijn weg nog niet helemaal gevonden. Iets met fotografie, of toch film? Voor school moeten ze iets doen met Oscar Wilde en hij vraagt zijn vader of hij een boek heeft van hem. ‘Ga je eindelijk lezen,’ schampert deze zonder op te kijken van zijn typemachine. Tonio woont niet meer thuis, tot onbegrip, leren we, van zijn vader, die pas na de dood van zijn zoon voor het eerst in diens studentenhuis komt en toch wel duidelijk zijn neus ophaalt voor alles buiten de grachtengordel en Oud-Zuid. Zijn zoon is zijn zoon, en soms een vreemde, zoals misschien wel vaker met jongvolwassen kinderen die nog zo bezig zijn hun eigen weg te zoeken.

Zoals al gezegd, is er in de film een belangrijke rol voor de zoektocht naar de precieze toedracht; Adri’s verbeten queeste naar alles erom heen: wat deed Tonio in zijn laatste uren? Waarom fietste hij die nacht juist deze route? Wie was het meisje Jenny, van wie hij vlak voor zijn dood foto’s had gemaakt in zijn ouderlijk huis? En het is het verslag van een rouwperiode, die hier gepaard gaat met destructief alcoholgebruik en de verschillende copings-stylen van de man en de vrouw, van een vader en een moeder, van Adri en Mirjam.

De drie hoofdrolspelers, Chris Peters, Pierre Bokma en Rifka Lodeizen zijn fenomenaal, waarbij Bokma een bijna bovenmenselijke prestatie levert. Alles, elke zin, elk woord, elk gebaar, elke handeling is zó goed. Nergens een valse noot, geen valse pathetiek. Zijn geïmplodeerde verdriet. Maar ook Lodeizen als Rotenstreich, de moeder die als verbinder fungeert. Dat kleine knipoogje dat ze haar zoon geeft, op een avond dat ze met z’n drieën uit eten zijn – en dat hun laatste gezamenlijke maaltijd zou blijken – en Adri een beetje geïrriteerd raakt, omdat Tonio weer met een ander studieplan op de proppen komt. Het is zo lief en herkenbaar. Maar ook de manier waarop haar verdriet naar buiten komt. Hoe ze zichzelf bijeen raapt, door van zijn kamer een kabinet te maken.

Enige smet (je, klein) is de casting van het mysterieuze meisje Jenny (Stefanie van Leersum) hoewel dat waarschijnlijk bewust is gedaan: ze is zo cool and collected, en ze heeft iets ongemakkelijks. Al kun je ook denken dat ze daardoor juist bijzonder goed gecast is: ze wordt door Adri in een rol gedwongen (de toekomstige vriendin van zijn zoon?) terwijl ze zichzelf niet bewust was van die rol. ‘Ik kan er toch niets aan doen dat hij dood is?’ zegt ze. Het klinkt zo hard, maar het klopt.

Vorige week werd bekend dat Tonio is geselecteerd als Nederlandse inzender voor de Oscars. Het is de derde keer dat er een film van Paula van der Oest wordt ingezonden. Op 24 januari wordt bekendgemaakt of de film ook daadwerkelijk wordt genomineerd in de categorie Beste Buitenlandse Film. Het is dus nog even afwachten hoe de film ontvangen worden. En of die hetzelfde werkt als je de schrijver niet kent, en de achtergrond. Op puur cinematografische gronden beoordeeld wordt dus.

Tonio, vanaf 13 oktober in de bioscoop

Lees ook