Vliegende Hollanders

Vliegende Hollanders S01E01-06: luchtvaartcowboys en houten kisten

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Sfeervol historisch drama belicht een interessante passage uit de Nederlandse luchtvaartgeschiedenis.

Foto credits: Mark van Aller

Het is 1919 en de eerste oorlog waarin gevechtsvliegtuigen een prominente rol speelden is ten einde. Vliegtuigbouwer en beroepsavonturier Anthony Fokker (Bram Suijker) en toekomstig KLM-bestuurder Albert Plesman (Steef de Bot) hebben eenieder plannen om in tijden van vrede de burgerluchtvaart te ontwikkelen, met nieuwbakken 'taxi’s in de lucht'. Maar Fokker zoekt afnemers – zijn reputatie als fabrikant van Duitse jachtvliegtuigen helpt niet mee – en de onervaren zakenman Plesman zoekt lotgenoten die in zijn dromen geloven. Buiten kijf staat dat beide mannen onvervalste opportunisten zijn; pioniers die de gouden bergen voorzien die de luchtvaart zal opleveren.

https://www.youtube.com/watch?v=NlDJrNku-NE

Dat is overigens wel een ironische gewaarwording: hadden de twee haantjes – want briesende mannetjesputters zijn het, Fokker en Plesman – ooit kunnen bevroeden dat hun passie in zo’n kwaad daglicht zou komen te staan? Waarschijnlijk niet. In 1919 spreekt Plesman nog over 'het tonen dat vliegtuigen niet uitsluitend oorlogsmachines zijn' zodat ze gebruikt kunnen worden voor 'goede zaken'. Er moet een nationaal luchtvaartbedrijf worden opgericht, zodat er frequent gevlogen kan worden op de Oost. Dan zijn alle Nederlandse kolonisten eindelijk af van die lange, geestdodende tocht over zee. Plesman, een bluffer extraordinaire, belooft dit binnen twee jaar te kunnen realiseren.

De visionairs Plesman en Fokker (later in het drama gespeeld door Daan Schuurmans en Fedja van Huêt) moeten in de gehaaide zakenwereld waarin ze zich bewegen wel voortdurend hoog van de toren blazen, zodat hun tegenstanders geïntimideerd raken. Mede dankzij het feit dat de luchtvaartindustrie – Vliegende Hollanders bestrijkt een aantal decennia – razendsnel verandert, en daarmee ook de kennis. Die ontwikkeling is trouwens heel goed te zien in het drama. Van krakkemikkige houten kisten in 1919 tot grootse stalen vliegmachines nog geen 15 jaar later. Regisseur Joram Lürsen (Judas, Bankier van het Verzet) heeft in die zin een interessante passage uit de Nederlandse ondernemersgeschiedenis bij de lurven.

Het helpt vast mee dat Lürsen in Bankier van het Verzet (2018) en Publieke Werken (2015) al zijn oog voor historisch detail heeft geëtaleerd. Hoewel Vliegende Hollanders niet uitsluitend een sfeervolle historische hervertelling is. De scenaristen hebben de geschiedenis ook geactualiseerd, door bijvoorbeeld af en toe de nadruk te leggen op de rol van de vrouwen, die soms achter de schermen aan de touwtjes zitten waar zo hevig aan wordt getrokken. En alle passie voor het vliegen begint natuurlijk in de lucht, waar Fokker de grenzen van het technologisch betamelijke opzoekt.

Wat dat betreft is Vliegende Hollanders een Nederlandse western, met twee cowboys in de hoofdrol. Het zijn gunslingers, die misschien een tikkeltje worden geromantiseerd, en praten als commentatoren uit Polygoonjournaals. Het drama is niettemin een must voor wie wil weten waar de KLM ooit is ontsproten en hoe de burgerluchtvaart in Nederland ontstond.

Vliegende Hollanders, vanaf 18 oktober 2020 in zijn geheel op NPO Plus, en tevens wekelijks op NPO 1 en op NPO Start.

Lees ook