Cleaner

Verplicht kijken naar kinderporno

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Bedrijven als Facebook en Google laten hun internetpagina’s ontsmetten door duizenden digitale schoonmakers op de Filipijnen. Regisseur Hans Block over zijn spraakmakende documentaire.

De ‘cleaners’ uit de titel van de film, die je samen met regisseur Moritz Riesewieck hebt gemaakt, zijn mannen en vrouwen die foto’s en video’s met een schokkende of verboden inhoud van internet verwijderen. Pakweg twee jaar geleden wisten we niet eens dat dit soort schoonmakers bestonden. Hoe kwamen jullie ze op het spoor?
Regisseur Hans Block: Wij hadden ook nog nooit van hun bestaan gehoord. Het begon in 2013, toen we lazen over een Facebook-filmpje met kindermisbruik dat in de VS heel snel populair was geworden. Het debat ging over de vraag wat mensen ertoe bracht om zoiets te delen en te liken. Moritz en ik vroegen ons vooral af waarom je dergelijke filmpjes zo zelden tegenkomt op Facebook. We weten dat ze ergens op het web te vinden zijn, maar op de sociale netwerken zie je ze niet terug. Wie filtert die ­dingen? Wie zorgt er voor de schoonmaak? Algoritmes, geloofden we. We vroegen het na bij een Amerikaanse die erop gepromoveerd is, hoogleraar Sarah T. Roberts. Zij vertelde ons dat het werk is dat voornamelijk door mensen wordt gedaan. Het is een soort geheim – de technologie­bedrijven spreken er niet over. Het werk is uitbesteed aan derde ­partijen, die er arbeiders voor inhuren in lagelonenlanden. Manilla, de hoofdstad van de Filipijnen, is het wereldwijde centrum van deze digitale schoonmaakindustrie.

Hoe hebben jullie de schoonmakers voor de camera gekregen?
We begonnen in onze woonplaats Berlijn met het verzamelen van informatie. Het was een heel gedoe om de weg vinden in een wirwar van bedrijven die de aard van hun werk proberen te verhullen. Ze gebruiken verschillende, weinig zeggende functieomschrijvingen, zoals community operations manager of data analist. Twee jaar geleden zijn we naar de Filipijnen afgereisd om onderzoek te doen en contact te zoeken met de schoonmakers. Met name dat laatste bleek lastig. Ze zijn bang, hebben een geheimhoudingsverklaring ondertekend, en op schending van de afspraken staan hoge geldboetes – bij één bedrijf zelfs gevangenisstraf. We pasten alle strategieën toe om bij hen in de buurt te komen, maar dat lukte niet. Toen werkgevers doorkregen dat we in Manilla waren en contact zochten, hebben ze zelfs een foto van onze tussenpersonen verspreid op de werkvloer met het dringende verzoek: praat niet met deze mensen. De grote doorbraak kwam toen we ontdekten dat de branche het codewoord honey badger, ‘honingdas’, gebruikt om Facebook aan te duiden. Voor elke schoonmaker luidt regel nummer één dat hij niet mag zeggen voor welke techgigant hij rommel opruimt. Met honey badger konden we gericht gaan zoeken. Daarna gingen we mensen benaderen, met wie we eerst een vriendschappelijke relatie opbouwden voordat we het gevoel kregen dat we lastige vragen konden stellen over hun werk.

Welk inzicht heeft het onderzoek je opgeleverd?
Het grootste schandaal vind ik het contrast tussen de invloed die de cleaners hebben en hun omstandigheden. Ten eerste gaat het om jonge mensen met beperkte mogelijkheden. Ze zijn rond 20 jaar, hebben Manilla doorgaans nog nooit verlaten, ze zijn beperkt geschoold, lezen niet per se elke dag de krant en koesteren opvattingen die soms helemaal niet overeenkomen met die van ­bijvoorbeeld Europeanen of Amerikanen.

https://www.youtube.com/watch?v=KpDIvukymWM

Wat heet. In de film toetst een ex-schoonmaker bij wijze van demonstratie een spotprent van de Nederlandse cartoonist Ruben Oppenheimer, waarin de Turkse president Erdogan het blauwe Twitter-vogeltje van achteren neemt. De schoonmaker volgt de instructies die hij heeft gekregen en oordeelt: seksuele handeling, bestialiteit, dus verwijderen. Hoe kun je een jongen aan de andere kant van de wereld politieke satire over Turkije laten beoordelen?
Precies. Dat is bizar. Bovendien, en dat is mijn tweede punt, heeft hij daar extreem weinig tijd voor. Binnen vijf of zes seconden moeten de cleaners de beslissing nemen om inhoud te verwijderen of te negeren, want alleen dan halen ze hun productie – soms wel 25.000 beelden in een nachtdienst van tien uur. Het is voor een westerling niet lastig zich er schuldig over te voelen. Ooit dumpten we ons analoge vuilnis in een land als de Filipijnen, nu ook onze digitale drek.

Hoe zit het met training en ondersteuning van de schoonmakers? Ze moeten niet alleen lastige beslissingen nemen, maar ook kijken naar bijvoorbeeld IS-onthoofdingen of kinderporno.
Inderdaad. Die beelden hakken erin bij sommige schoonmakers. De aanpak wisselt per bedrijf. Dan komt bijvoorbeeld eens per kwartaal een psycholoog langs voor een groepssessie met algemene vragen, zoals: hoe gaat het? Het is geen goede omgeving om op individuele klachten in te gaan. Alleen al omdat psychologische aandoeningen op de Filipijnen met een stigma te kampen hebben: ze worden gezien als luxeproblemen. Niet gek voor een land waar armoede heerst, de gezondheidszorg gebrekkig is en velen al moeite hebben met simpelweg overleven.

In Berlijn staat ook een schoonmaakfabriek van Facebook. Zijn de omstandigheden daar beter?
Niet echt. De training vooraf bestaat uit een opleiding van drie tot vijf dagen. Die omvat een uitleg van de richtlijnen, oefeningen, een afsluitende test en dan: aan de slag. Ik heb het idee dat Facebook die Berlijnse dependance vooral gebruikt als model voor de buitenwacht, om te laten zien dat ze hun zaken echt wel op orde hebben. De bulk van het werk – ook van YouTube, Twitter en Google overigens – vindt plaats in Manilla.

Heeft u sinds de première van de film in januari al een officiële reactie ontvangen van de grote technologiebedrijven?
Nee. Dat is de treurige kant van de medaille: hoewel ze transparantie prediken, geven ze zelf maar weinig openheid van zaken. Dat is hun mediastrategie. We hebben ze voortdurend om hun mening gevraagd, maar ze hebben nooit gereageerd op onze verzoeken.

Gaat het ooit veranderen?
Daar moeten we op hopen. De documentaire kaart een eigentijds dilemma aan. Aan de ene kant hechten we aan vrijheid van meningsuiting, aan de andere kant willen we kwalijke zaken van internet weren. Dat is een complex probleem. De grote technologiebedrijven zouden zich dat op zijn minst moeten realiseren – maar dat doen ze niet. Facebook ziet zichzelf nog steeds als een platform voor gebruikers. Kijk je echter naar een land als Myanmar, dan zie je dat facebooken er de dominante manier van communiceren is geworden. Het medium heeft zich ontwikkeld tot een soort elektronische krant, met een onwaarschijnlijke monopoliepositie. Facebook bepaalt wat de waarheid is.

2doc: The Cleaners, dinsdag 10 september, NPO 2, 22:55 uur

Documentaire over ‘content moderatoren’ op de Filipijnen die onze social media schoon-houden.

Lees ook