Twee kinderen en een ex-vrouw bij IS

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Enkele reis naar het kalifaat (vanavond, NPO1) volgt onder meer het onwaarschijnlijke verhaal van een Nederlandse vader wiens dochter, zoon én ex-vrouw naar IS-gebied afreisde.

Enkele reis naar het kalifaat (vanavond, NPO1) volgt onder meer het onwaarschijnlijke verhaal van een Nederlandse vader wiens dochter, zoon én ex-vrouw naar IS-gebied afreisde.

De nachtmerrie van de Nederlandse Hoessein begint zo: na zijn scheiding ziet Hoessein (we noemen alleen zijn voornaam) zijn dochter Meryem zich meer en meer verdiepen in de islam – en dat gaat steeds radicaler, ze bijt zich erin vast op een manier waarin Hoessein zich niet herkent. Meryem reist af naar Egypte om Arabisch te studeren. Althans, dat is het verhaal; in werkelijkheid reist ze naar IS-gebied om te strijden voor de jihad. Hoessein zal z’n dochter nooit meer zien.


Deze rampspoed was nog maar het begin, zo blijkt later.


Want Meryem haalt haar moeder, Hoesseins ex-vrouw, over om óók naar Syrië te komen. Dat doet de moeder, samen met haar vijftienjarige zoon Ilyas – ook Hoesseins kind. En zo is Hoessein twéé kinderen kwijt aan IS, plus zijn ex-vrouw.


Ook dan is de nachtmerrie nog steeds niet voorbij.


Op een avond, kwart over negen, staat de AIVD op de stoep. Hoessein maakt zich net op voor zijn ploegendienst die over twee uur zal beginnen. De twee mannen hebben een mapje bij zich. Ze komen binnen en laten een foto uit het mapje zien. ‘Is dit uw zoon?’ vragen ze. ‘Ja,’ zegt Hoessein, die zijn kind herkent. ‘Dan moeten wij u condoleren.’ Ilyas blijkt als IS-strijder omgekomen. Na vier minuten staan de heren van de AIVD weer buiten. ‘Je moet niet treuren,’ zeiden Hoesseins ex-vrouw en dochter later vanuit IS-gebied. ‘Hij is als martelaar gestorven.’


Het verhaal van Hoessein staat natuurlijk niet op zich. Zo’n 230 Nederlanders zijn als jihadist vertrokken naar Syrië, 150 zitten daar nog steeds. Dat het voor de achtergebleven familie in Nederland vaak een raadsel is hoe de radicalisering van hun zoon of dochter tot zo’n grote stap – afreizen naar het kalifaat – heeft kunnen leiden, blijkt ook wel uit de documentaire Enkele reis naar het kalifaat, dat een aantal van de achterblijvers volgt – onder hen ook Hoessein.


‘Ik denk de hele dag aan mijn familie in Syrië. Het beheerst mijn gedachten en mijn leven,’ zegt hij nu. ‘Ik heb zoveel verdriet en boosheid.’ Het verdriet is er vanwege het verlies van zijn zoon. En vanwege het feit dat zijn kleinkinderen in IS-gebied opgroeien – Meryem trouwde en kreeg twee dochters. De boosheid is er omdat hij gedesillusioneerd is door de overheidsinstanties die zich met de zaak zouden moeten bemoeien – daarom werkte hij ook mee met de documentaire. Om dáár eens verandering in te brengen. ‘Het begon ermee dat mijn zoontje zich drie weken niet gemeld had op school. Er ging na een tijdje alleen een brief van de school naar mijn ex-vrouw, dat was alles. Die brief is nooit aangekomen natuurlijk, mijn ex-vrouw was immers óók vertrokken. Niemand trok aan de bel. Ik heb de directeur van de school nog steeds nooit kunnen spreken, hij weigert mij te woord te staan. Ook na de opnames van de documentaire.’


De achterblijvers verenigden zich in een groep. Er is veel onderling contact, bijvoorbeeld via WhatsApp. Daarin uiten ze hun verdriet. Of hun verbazing over bijvoorbeeld de inlichtingendiensten die veelal niet thuisgeven, zo ervaren ze. ‘Een moeder ging aangifte doen bij de politie; haar zoon stond op het punt om af te reizen naar Syrië. Zij wilde dat hem het paspoort werd afgenomen. De agent zei haar: “Mevrouw, de computers zijn allemaal net uitgeschakeld, komt u later terug. En is uw zoon meerderjarig? Dan mag hij toch reizen waar hij wil?”’


Het is een wrang lot: een of meer kinderen in IS-gebied, onbereikbaar voor de ouders. Maar op televisie ondertussen steeds beelden van de oorlog in Syrië en propagandafilmpjes van IS – filmpjes waarin ook de zonen en dochters van de achterblijvers kunnen figureren. ‘Ik denk wel eens: ben ik de vader van een monster? Ik kom regelmatig op het Centraal Station van Amsterdam, de plek waar vorig jaar de pleger van de mislukte aanslag op de Thalys instapte. Daar denk ik wel eens: het had mijn dochter kunnen zijn, in die trein. Mijn dochter die die aanslag had willen plegen. Als ik mijn omgeving vertel hoe mijn zoon is omgekomen, zie ik mensen vaak letterlijk achteruit deinzen. Ze vragen zich af: wat voor man staat er tegenover mij?’


Niet iedereen in zijn directe omgeving is op de hoogte van de familiegeschiedenis – wat dat betreft is de uitzending extra spannend voor de achterblijvers die erin voorkomen. Toch wilde Hoessein niet onherkenbaar in beeld. ‘Omdat ik niet gevraagd heb om deze situatie. Het is mij overkomen. Het heeft niets te maken met opvoeding of de gezinssituatie, dat merk ik ook als ik praat met de lotgenoten in de groep. Ik zelf had wel eerder aan de bel moeten trekken, dat neem ik mezelf kwalijk.’


Natuurlijk, soms denkt Hoessein aan zijn dochter met weemoed. Maar het is vooral de giftige kant die de boventoon voert, continu eigenlijk. ‘Het laatste contact met mijn dochter was op 2 februari, via WhatsApp. Ik zei dat ik er niet aan moest denken dat mijn dochter met een Kalasjnikov rondliep. “Maar papa,” schreef ze, “Vrouwen moeten zich toch ook beschermen?” Dat ontaardde in ruzie, sindsdien heb ik geen bericht meer van haar ontvangen. Voor mijn kleinkinderen is het erger; zij hebben nergens voor gekozen. Ze zijn gewoon op de verkeerde plek op het verkeerde moment geboren. Soms denk ik wel eens dat alleen Robert ten Brink mij met mijn kleinkinderen kan herenigen.’


‘Ik denk zoveel aan mijn kinderen en kleinkinderen, ik praat er thuis zoveel over, dat de rest van mijn familie wel eens zegt: “Hee, wij zijn er ook nog!” Het is ook vervelend om het er de hele tijd over te hebben. Maar zodra je denkt dat je een niet te dragen last met je meezeult, blijkt je toch je grenzen weer te kunnen verleggen.’


Aan het einde van Enkele reis naar het kalifaat reist Hoessein af naar het Beursplein Brussel, om mee te rouwen over wat er in de stad en op het vliegveld Zaventem is gebeurd. ‘Als de mensen die daarbij stonden eens wisten wie ik was. Ik had de vader kunnen zijn van degene die hen al die ellende heeft aangedaan.’


Enkele reis naar het kalifaat, NPO 1, 21:25 uur