Twan Huys blikt terug op zijn eerste ontmoeting met CNN-anchor Christian

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Twan Huys blikt terug op zijn eerste ontmoeting met CNN-anchor Christiane Amanpour – deze week te gast in College Tour – in een kapotgeschoten televisiegebouw in Sarajevo.

Twan Huys blikt terug op zijn eerste ontmoeting met CNN-anchor Christiane Amanpour – deze week te gast in College Tour –  in een kapotgeschoten televisiegebouw in Sarajevo.

Geen ruit is heel, muren zijn verkruimeld en een groot deel van het dak is weggeslagen. Overal zie ik sporen van de verwoestende inslag. Het televisiegebouw in Sarajevo is een paar maanden eerder getroffen door een 300 kilo zware bom, afgeschoten vanuit de bergen door de Bosnische Serviërs. Er valt een dode en 38 gewonden. Niet alleen de lokale pers, ook wij, de internationale media maken gebruik van de faciliteiten in het zwaar gehavende televisiegebouw, een geliefd doelwit van Bosnisch Servische sluipschutters.
Het is 20 november 1995. Als verslaggever voor Nova, de voorloper van Nieuwsuur, heb ik de afgelopen jaren talloze keren bericht over de Balkanoorlog, vanuit een van de gevaarlijkste steden ter wereld, Sarajevo. Ons hotel in de stad, het Holiday Inn, staat pal op de frontlinie. Vlak boven de rand van mijn bed heeft een gast de kogelgaten omcirkeld en voorzien van een datum met een zwarte stift. Het is het jaar van de val van Srebrenica waar duizenden moslimmannen over de kling zijn gejaagd. Een bloedbad en de grootste genocide na de Tweede Wereldoorlog. Wereldleiders als Bill Clinton, Jacques Chirac en John Major komen eindelijk uit de startblokken en dwingen de warlords uit het voormalige Joegoslavië tot vredesonderhandelingen.

Vanuit het Holiday Inn rijd ik over de gevaarlijkste weg ter wereld, Sniper Alley, richting het vliegveld. Hier loeren sluipschutters vanuit de omringende bergen op auto’s en passanten. De weg ligt bezaaid met autowrakken.

Terwijl ik op zoek ben naar de live camera in het kapot geschoten televisiegebouw, wordt 8000 kilometer verder onderhandeld op een Amerikaanse luchtmachtbasis in Dayton, Ohio. Hier zijn de strijdende partijen letterlijk bijeen gedreven door de Amerikaanse topdiplomaat Richard Holbrooke. Ze mogen de treurige kantoorgebouwen op de luchtmachtbasis pas verlaten als ze een handtekening hebben gezet onder een vredesakkoord. Buren hebben elkaar in koelen bloede vermoord, vrouwen zijn verkracht en hele families gebombardeerd. Na vier jaar oorlog en de dood van 200.000 burgers, heeft niemand hoop op een klinkend resultaat met Champagne.

Toevallig heeft mijn tolk Hassan een vriend in het Bosnische onderhandelingsteam. ‘Er is groot nieuws uit Dayton,’ vertelt Hassan. ‘Ze zijn er uit. Het vredesakkoord is zo goed als rond.’
Opgewonden bel ik met mijn primeur naar de eindredacteur van dienst in Hilversum.
‘Eerst zien, dan geloven,’ reageert hij lauw, ‘die oorlog duurt al zo lang. Dit komt niet op een dag. Bovendien zijn we hier nu even druk met prinses Diana.’
Prinses Diana?
Panorama, de documentaire rubriek van de BBC, heeft die avond een exclusief gesprek met de prinses over haar treurige huwelijk met prins Charles en zijn affaire met Camilla. Niet alleen de Britten, ook Nederland is in de ban van Diana. Ze vertelt uitputtend over het feit dat ze haar man ontrouw was, maar pas nadat hij zich vergreep aan zijn jeugdliefde Camilla.
‘Mijn huwelijk was nogal druk,’ meldt Diana. ‘There were three of us in this marriage, so it was a bit crowded.’
Gefrustreerd doe ik verslag aan mijn tolk over deze gotspe. ‘De revelaties van prinses Diana zijn kennelijk belangrijker dan het vredesakkoord in Ohio.’
‘Welk vredesakkoord?’

Achter me staat plotseling de meest besproken journalist van de Balkanoor­log. Als zij opduikt in Sarajevo weet iedereen dat er onheil op til is. Christiane Amanpour is in de jaren 90 hét gezicht van CNN tijdens de Balkanoorlog. Naam maakt ze tijdens de eerste Golfoorlog en sinds die tijd reist ze onverschrokken van revoluties naar oorlogsgebied. Ze is moedig, altijd in de frontlinie en doet gedetailleerd verslag van dit waanzinnige conflict op de Balkan. Natuurlijk is er ook kritiek. Amanpour is op de hand van de moslims, ze is niet objectief, vinden sommigen. Onzin vindt ze zelf. ‘Ik sta er op eerlijk te zijn, niet neutraal.’
Amanpour is onder journalisten dan al een icoon. Oprah Winfrey noemt haar ‘ons nationale geweten’. Geboren in Iran vlucht ze met haar ouders in 1979, na de komst van ayatollah Khomeini, naar Londen. Het verlies van haar vaderland en de dood van vrienden en familie zetten Amanpour op het spoor van de journalistiek. Ze studeert journalistiek aan de ­University of Rhode Island in de Verenigde Staten en gaat in 1983 aan de slag op de buitenlandredactie CNN. Het nog kakelverse televisiestation is drie jaar eerder opgericht door Ted Turner en wordt dan nog door collega’s meesmuilend Chicken Noodle Network genoemd. Maar daar komt snel verandering in. Turner maakt van CNN een 24 uurs-nieuwszender met correspondenten over de hele wereld. Iedere hotelgast ziet Amanpour verslag doen van de Golfoorlog. Plotseling bereikt ze internationale sterrenstatus.
Hoewel ik logeer in hetzelfde Holiday Inn hotel en ik haar op straat aan het werk zie, hebben we elkaar tot die tijd nog nooit gesproken.
Christiane Amanpour vertegenwoordigt de absolute top van de journalistiek. Tijdens een live uitzending vanuit Sarajevo confronteert ze president Bill Clinton met zijn zwabberende Bosnië-beleid.

‘Bent u niet bang dat mensen u niet meer serieus nemen?’
Clinton reageert woedend op de beschuldiging van Amanpour, maar komt uiteindelijk militair in actie na de val van Srebrenica. Voor het eerst bombarderen de Amerikanen met F-16’s Servische doelen. Binnen een paar weken zijn de Bosnische Serviërs militair verslagenen. Vriend en vijand zijn het er over eens dat onder andere de snerpende vraag van Christiane Amanpour president Clinton in beweging heeft gebracht. Eindelijk is het stil op Sniper Alley.
En nu staat ze plotseling achter me in het televisiegebouw en vraagt me dwingend: ‘Wie is je bron voor het nieuws over het vredesakkoord?’
Ik vertel haar over Hassan, zijn vriend in het hart van het onderhandelingsteam en het telefoontje uit Dayton, Ohio.

Ze stormt naar het aanpalende CNN-kantoor in het televisiegebouw. Ik hoor haar op bozige toon een producer toespreken. ‘Waarom weet ik dit niet, ga onmiddellijk na of het bericht van die Nederlandse journalist klopt.’
Er wordt gebeld naar een Amerikaanse diplomaat in het gevolg van toponderhandelaar Richard Holbrooke. Vijftien minuten later gaat Amanpour live op zender en bevestigt ons verhaal. De volgende dag tekenen de strijdende partijen in de Verenigde Staten het akkoord en is de weg naar vrede geopend. In Sarajevo kijken burgers elkaar ongelovig aan, alleen medewerkers van de Verenigde Naties heffen in een lokale bar het glas.
Oorlogscorrespondenten trekken na de vrede op de Balkan door naar Afghanistan, Zaïre en Sierra Leone op zoek naar brandhaarden en adrenaline. Zo ook Amanpour. Ik volg haar reportagereizen en zie hoe ze opduikt op het Tahrirplein in Caïro tijdens de revolutie in Egypte. Belaagd door een groep woedende mannen die het voorzien hebben op journalisten reist ze naar het presidentieel paleis van Mubarak. Vanzelfsprekend heeft ze met de president een exclusief interview dat met veel drama wordt aangekondigd door de presentator. ‘Met gevaar voor eigen leven baande Christiane zich een weg door de relschoppers naar het paleis van de man die eerder al zeven aanslagen op zijn leven overleefde. Nu zit hij opgesloten in zijn paleis.’
Keer op keer wordt haar sterrenstatus onderstreept en krijgt ze als gevolg daarvan toegang tot de groten der aarde. Het interview met de dan nog president van Brazilië Dilma Russef, begint ze vorig jaar met de opmerking: ‘U wordt gezien als een van de slechtste leiders ter wereld.’

Het is haar handelsmerk, messcherpe vragen aan de machtigen der aarde. En daarmee volgt ze het voetspoor van haar grote voorbeeld, de Italiaanse journaliste Oriana Fallaci.
Fallaci maakte in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw furore met haar dodelijke vragen aan Henry Kissinger, ayatollah Khomeini en Yasser Ararfat.
Het is precies wat deze twee vrouwen gemeen hebben: moed, passie en grenzeloze nieuwsgierigheid. Een lichtend voorbeeld voor generaties journalisten.
Het bracht Fallaci vaak in problemen, bijvoorbeeld na haar publicatie van het boek De woede en de trots. Ze schreef het direct na de terreuraanslagen van 11 september 2001, en meldde dat Europa ten onder ging aan de instroom van moslims. In de ogen van Fallaci was ‘Eurabia’ een feit.

Ook Amanpour is niet bang voor de controverse. Ze viel president Obama aan op zijn inerte Syrië-beleid.
Nu heeft ze een nieuw doelwit. Witheet is ze op de man die journalisten voor de loop heeft. De komst van president Donald Trump en de opmars van ‘fake nieuws’ op social media hebben geleid tot een existentiële crisis in de journalistiek.
‘Trump verschilt nauwelijks van autocraten als Erdogan, Poetin, de ayatollahs en Duterte,’ zei Amanpour in een toespraak tijdens de uitreiking van een prijs van het Comité ter bescherming van Journalisten. Luid en duidelijk was haar boodschap aan journalisten wereldwijd: ‘We moeten vechten tegen de normalisering van dat wat onacceptabel is.’

College Tour, 21 april, NPO 2, 21:10 uur.

Lees ook