Tim Hofman over zijn campagne De Stembus

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

‘Achteraf hoor je vaak: “Hé man, stemmen is toch wel heel belangrijk”.’

Tim Hofman probeert met zijn campagne De Stembus jongeren politiek bewuster te maken. ‘Achteraf hoor je vaak: “Hé man, stemmen is toch wel heel belangrijk”.’

Tim, de ruim 800.000 nieuwe kiesgerechtigden moeten zich op 15 maart ‘helemaal de moeder stemmen’, zei je, toen je met je campagne De Stembus begon. Waarom? Nou, moeten… Als iemand tegen mij zegt móeten, heb ik ook zoiets van: ‘Ja, doei’. We zouden het fijn vinden als jongeren, dankzij onze campagne, de weg naar de stembus vinden. Gewoon omdat bij die groep veel winst te behalen valt. Mensen tussen 18 en 35 jaar hebben het hoogste percentage van niet-stemmers. Driekwart van degenen met een migratie-achtergrond stemt niet. Dus, let’s go! Ik hoop dat veel nieuwe kiesgerechtigden gaan stemmen, het liefst allemaal.

Hoe gaan jullie daarin slagen? We zijn druk op sociale media. Online gaan we steeds meer dingen uitrollen. We rijden met een campagnebus langs mbo’s, hbo’s en universiteiten. Kortom, we bereiken de jongeren. Kijk, jongeren zeggen vaak: ‘Ik bemoei me niet met politiek.’ Dan zeggen wij: ‘Maar de politiek bemoeit zich wél met jou.’ We willen ze meer onderdeel laten worden van die politiek. En andersom geldt hetzelfde: in hun taalgebruik staan politici vaak ver af van jongeren. Ze vergeten daarbij één ding: dat ze ook politiek bedrijven voor hén. We hopen die kloof kleiner te maken.

Merk je effect? Ja! We krijgen toffe reacties. Als we met onze bus op zo’n school aankomen, merk je aanvankelijk wat scepsis bij studenten. Zo van: ‘Flikker op, wat komen jullie doen?’ Maar als we dan al die klassen leeg hebben getrokken en met elkaar in zo’n aula zitten, ontstaan er heel leuke discussies over alle thema’s die jeugd bezig houdt. Dan hoor je achteraf: ‘Hé man, stemmen is toch wel heel belangrijk.’ Nóg een effect: de PvdA heeft zijn verkiezingsprogramma nu in Spotify gezet om zo makkelijker jongeren te bereiken. En ook bij de VVD merk je dat ze kiezen voor begrijpelijkere campagnetaal.

Over begrijpelijk taalgebruik gesproken: in DWDD zei je onlangs dat Geert Wilders juist daarom zo aanspreekt bij jongeren. Klopt. Voorbeeldje: GroenLinks heeft het in haar campagne over marktwerking. Dat is toch een kreet die niemand begrijpt?! Wat Wilders zegt, wordt wél begrepen. Hij koppelt politieke standpunten heel goed aan primaire emoties. Het is geen toeval dat de PVV onder mensen tussen 18 en 25 jaar de populairste partij is. Jongeren begrijpen Geert.

En ze begrijpen jullie ook, kijkend naar de populariteit van de campagne. Wat kunnen we nog meer van De Stembus verwachten? Veel. Een van de leuke dingen is dat we met een ­Kieskompas-app komen in de stijl van Boos (het internetprogramma dat Tim Hofman presenteert, red.). Door statistieken te verzamelen krijgen we zo een beeld van wie de D66- of CDA-stemmer is. Naar welke muziek luistert hij of zij? Welke interesses heeft diegene? Interessant, ook voor de partijen zelf. Zo zien zij in hoeverre ze hun doelgroep bereiken en waar ze steken laten vallen.”

Al enig idee op welke partij jij gaat stemmen? Wel een idee, maar ook ik moet me nog goed verdiepen. En trouwens, deze campagne draait niet om mij. Het gaat om de jongeren die anders niet zouden gaan stemmen. Zij moeten zichzelf een schop onder hun hol geven en, hup, naar die stembus.

#BOOS, YouTube en www.bnn.nl
Internetprogramma van Tim Hofman, met elke donderdag een nieuwe aflevering. En tot aan de verkiezingen om de week op dinsdag een nieuwe aflevering van #BOOS polertiek.