The Wretched: beter goed gejat dan slecht bedacht

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Effectieve, luchtige horrorfilm leunt zwaar op eerdere films uit het genre maar is erg vermakelijk

In deze corona-tijden beleeft een typisch Amerikaanse manier om films te zien een grote opleving: de drive-in bioscoop. The Wretched is daar een onverwachte zomerhit, net als oude successen als Jurassic Park (1993) en Jaws (1977). Dat laatste is geestig want de setting van The Wretched, een zonovergoten toeristisch kustplaatsje, doet in alles denken aan die van Jaws. De gebroeders Brett en Drew Pierce, regisseurs van The Wretched, spelen er zelfs mee, want het dreigende haaienthema uit de soundtrack van Jaws komt ook nog even voorbij. Veel in The Wretched is een ode aan een lange stoet eerdere horrorfilms en thrillers en dat is zo overduidelijk dat het eigenlijk niet stoort; dit is niet zozeer plagiaat maar het kundig lenen en recombineren van een hele hoop bekende elementen, tot een levendig nieuw geheel dat geen originaliteitsprijs gaat winnen maar ontegenzeggelijk met talent en plezier is gemaakt.

De zeventienjarige Ben, type knappe maar net te opstandige en nonchalante puber met een gouden hartje, probeert de scheiding van zijn ouders te verwerken terwijl hij werkt in de jachthaven van pa. Moeder is ineens uit zijn leven verdwenen en Ben moet toezien hoe zijn vader Liam het aanlegt met een andere vrouw. Ben is in de war en vraagt zich af of hij zijn ouders eigenlijk wel ooit goed gekend heeft. Dat is meteen het thema van de film: kennen en herkennen we onze naasten eigenlijk wel, zijn het niet heimelijk onbetrouwbare monsters?

Als Ben 's nachts steeds vaker wakker wordt van gescharrel rond hun huis en dat van de buren, ontdekt hij langzaam dat er een monsterlijke aanwezigheid ronddoolt die mensen doet vergeten wie ze zijn en hun beoordelingsvermogen vernietigt. Zo kan een vader vergeten dat hij kinderen heeft en niet zien dat zijn vrouw zijn vrouw helemaal niet meer is, maar een door een heks bezeten rottend levend lijk. Ben heeft alles op den duur wél door, als er al diverse mensen in zijn buurt zijn verdwenen of onherkenbaar veranderd, maar als een moderne Cassandra wordt hij door niemand geloofd. Behalve door Mallory, het meisje waarmee hij in de jachthaven werkt - en dat hij eerst niet ziet staan - en als een blok voor hem valt. Samen gaan ze op onderzoek uit en trekken ze een beerput open van horror-elementen die we al eerder zagen in andere films. Waaronder:

  • Rear Window en Disturbia: het met verrekijkers begluren van sinistere buren en vervolgens - heel erg onverstandig - bij ze inbreken.
  • Stranger Things en It: kleine kinderen die onder de grond worden getrokken door een monster en die eeuwige jaren tachtig-fietsen met een mandje voorop, plus andere onmisbare 'eighties' parafernalia als de lavalamp, Rubiks kubus, Etch A Sketch en Vier op 'n rij.
  • Pet Sematary: uit de dood herrezen maar stinkende en rottende familieleden.
  • The Thing: monsters die uit mensen barsten.
  • Get Out: gehypnotiseerde en verzombificeerde mensen die niet meer weten wie ze zelf zijn.
  • Paranormal Activity: beveiligingscamera's met nachtzicht die een bed filmen waarin 's nachts iets heel ergs gebeurd.
  • A Quiet Place: door monsters verscheurde peuters en kleuters.

En dat is nog maar een greep. Verder de gebruikelijke ingrediënten van horrorfilms over tieners: zuipen en kotsen op feestjes, 'skinny dipping', 'truth or dare' en puberjongens die ten onrechte eerst vallen op de hautaine hotties van het type supermodel in badpak, maar later ontdekken dat de toffe 'girl next door' honderd keer leuker is. Plus lugubere collage's van familiefoto's waarop de ogen van de geportretteerden zijn doorgekrast.

Maar verrassenderwijs tevens: verheugend weinig 'jumpscares', geen seksueel uitdagende meisjes die dat moeten bekopen met gedoe met kettingzagen, onverwacht goede acteurs die sympathieke personages neerzetten en prachtig camerawerk van debuterend director of photography Conor Murphy, die ons met kalme maar perfect gecomponeerde shots het verhaal in trekt.

The Wretched is daardoor een soort goed gelukte Frankenstein die uit brokstukken van andere films is samengesteld, maar in bepaalde opzichten toch weer onverwacht afwijkt van dat bronmateriaal. Het verhaal is onderhoudend en spannend, de praktische make-up en andere effecten aangenaam grotesk; de vader van de Pierce-broers maakte deel uit van het effecten-team van de horrorklassieker The Evil Dead (1981), dus dat laatste is erfelijk.

Een probleem voor sommigen is wellicht wel het heksenthema; je moet tegen een dosis folkloristische hocus-pocus kunnen en als je behoort tot degenen die dat aspect het enige minpuntje van bijvoorbeeld The Outsider vonden, heb je wel een klein maar overkomelijk probleem. The Wretched - in het Nederlands betekent dat zoveel als de vervloekten, miserabelen of ermbarmelijken - wrijft al dat geheks niet nodeloos in. Wat vooral beklijft is de lol van de makers en de effectieve spanning. Oscars gaan de broers niet winnen, maar The Wretched is prettig zomers popcorn-escapisme en maakt benieuwd naar toekomstig werk van de regisseurs.

Je cookie-instellingen zorgen ervoor dat je dit deel van de website niet kunt zien.

Wijzig hier je cookie-instellingen

The Wretched draait vanaf 25 juni 2020 in de bioscoop

Lees ook