The Spectacular

The Spectacular: in gesprek met producent Pieter Kuijpers

· Door

Facebook Twitter WhatsApp

Hoe Pieter Kuijpers zich voorbereidde op het maken van The spectacular – een serie over IRA-aanslagen in Limburg.

1989 was niet alleen het jaar dat de Berlijnse muur viel, maar ook de tijd dat er vredesonderhandelingen liepen tussen Groot-Brittannië en Noord-Ierland. Het leek erop dat er eindelijk een einde zou komen aan ‘The Troubles’, het Noord-Ierse conflict. Maar terwijl de hoge heren in het diepste geheim vergaderden, gingen op de ‘vloer’ de aanslagen gewoon door. Ook buiten Ierland: zo werd het zuiden van Nederland in die tijd opgeschrikt door een reeks gruwelijke IRA-aanslagen. Ze waren gericht tegen Britse soldaten, die, gelegerd in bases in Duitsland, veel uitgingen in Roermond.

Producent en regisseur Pieter Kuijpers, geboren en getogen in Tegelen in de buurt van Venlo, herinnert zich de aanslagen nog goed. ‘Het verbazingwekkende’, zegt hij, ‘is dat het heel grote aanslagen waren, maar dat er relatief weinig aandacht voor was.’

Het eerste slachtoffer viel in 1988 in Roermond: een Britse militair die na een avond stappen in koelen bloede werd vermoord.

Het is deze aanslag waarmee de vierdelige door Kuijpers en Willem Bosch gemaakte serie The Spectacular begint. Of tenminste: eerst is er een exposé, waarmee aan de hand van archiefmateriaal de Ierse kwestie kort wordt uitgelegd en in zekere zin ook een verantwoording wordt gegeven voor de dramatische keuzes die zijn gemaakt. Dat is nodig, want het is geen eenvoudige materie die de serie aansnijdt en het was, zegt Kuijpers, een van de grotere uitdagingen ‘om het niet te ingewikkeld maar ook niet te simpel te maken’. ‘Je hoeft niet alles te snappen, de strijd tussen de IRA en Groot-Brittannië is heel complex, maar de grote lijn moest kloppen.’ Tegelijkertijd is The Spectacular een thriller, fictie en kan dus niet alles kloppend zijn.

Voor de research had Kuijpers veel contact met Cees Verhaegen, de man die eind jaren 80 aan het hoofd stond van het team dat belast was met het onderzoek naar de aanslagen in Limburg.

Verhaegen is ook een van de adviseurs geweest van het nonfictie boek dat journalist Paul Gageldonk in 2015 schreef over de zaak. We hebben de rechten van het boek gekocht en er dankbaar gebruik van gemaakt.’

Maar hoe belangrijk de feiten zijn, de serie is fictie. ‘Tegen Verhaegen, die echt heeft meegedacht over de inhoud zei ik: denk in fictietermen, condenseer, de dilemma’s moeten op scherp. Dat vond hij leuk om te doen, vooral omdat hij zelf allerlei theorieën had ontwikkeld en waarover hij nu verder kon fantaseren, zoals de hypothese dat er in de IRA-cel een informant zat (en misschien zelf wel twee). Dat verklaart ook waarom er zoveel ‘fouten’ zijn gemaakt. Zo werd er bij een aanslag in Duitsland een baby doodgeschoten, werd bij een andere aanslag iemand voor de ogen van zijn kinderen vermoord, en bij de tweede aanslag in Roermond, in 1990, kwamen twee Australische toeristen om het leven die nergens iets mee te maken hadden. Terroristen kunnen wel een keer een fout maken, maar hier ging wel heel veel mis. Het was heel interessant om daar vrijelijk mee aan de slag te gaan en scenario’s te bedenken die best weleens waar kunnen zijn.’

Een van de zichtbaarste aanpassingen ten opzichte van de feiten was om van de rechercheur (Verhaegen dus) een vrouw te maken. Kuijpers: ‘Daar kwam Willem mee, hij was er stellig van overtuigd dat een vrouw de hoofdrol moest spelen. Verhaegen vond dat gelijk leuk, bij mij duurde het wat langer, maar uiteindelijk was ik om. Ook omdat het dramatisch spannend is – in de IRA-cel wordt de belangrijkste rol door een vrouw gespeeld – zo konden we die twee tegenover elkaar zetten. En het gaf meer vrijheid, omdat we op deze manier wat afstand konden nemen van de werkelijkheid.’

Neem Hadewych Minis, die de rol van rechercheur genaamd Jeanine Maes met zoveel verve speelt dat je denkt dat er een echte Jeanine Maes heeft bestaan. ‘Ik wilde al heel lang iets met Hadewych doen,’ zegt Kuijpers. ‘En dit zagen we gelijk voor ons: ze is oorspronkelijk Limburgs, ze kent de cultuur en net als de fictieve Maes is ze op een gegeven moment weggegaan uit Limburg. Maar dat gevoel van diaspora kent ze heel goed.’

Door van een man een vrouw te maken, konden de makers bovendien iets van de huidige tijd naar het verleden brengen. Want dat er eind jaren 80 een vrouw aan het hoofd zou staan van de politie en al helemaal van de Limburgse politie is niet iets dat erg voor de hand zou hebben gelegen, daar is Kuijpers zich terdege van bewust. ‘Mijn ouders werkten allebei op een basisschool, allebei als onderwijzer. Op een gegeven moment werd mijn vader hoofd van de school. Mijn moeder, die beslist dezelfde kwaliteiten had en het zeker had gekund en had gewild, bleef onderwijzeres. In Limburg waren nonnen de enige vrouwelijke schoolhoofden. Voor een getrouwde vrouw was zoiets onmogelijk. Dus nee, een Jeanine Maes heeft niet bestaan. Maar het leuke aan fictie is dat het ook iets kan zeggen over het heden.’

Niet alleen Minis speelt haar rol buitengewoon, ook de rest van de cast is zeer capabel. Minis’ ‘opponent’, Fiona Hughes (Aoibhinn Mcginnity) die een koelbloedige IRA-strijdster speelt, is intrigerend evenals Kerr Logan, in een eerste grote rol, die de door de Britten onderdrukte Patrick Lynch speelt. De Ierse rollen worden ook echt door Ieren gespeeld. Kuijpers vertelt dat zelfs het zoeken naar geschikte namen geen sinecure was: ‘Je hoort aan een naam meteen of iemand van katholieke of protestantse afkomst is, of hij of zij Engels of Iers is.’

Maar ook de Nederlandse acteurs zijn goed, tot in de bijrollen. Zo speelt Michel Sluysmans de Limburgse directe collega van Minis. Getooid met een zware baard en een vet Limburgs accent, waarmee hij ook op een steenkolen manier Engels praat, lijkt hij niet alleen direct weggelopen uit die tijd, maar brengt hij ook authenticiteit aan. Want Minis mag dan een beetje glamour brengen: Limburg was in de jaren 80 nu eenmaal nog meer dan de rest van Nederland ouderwets, traditioneel en hiërarchisch. Eigenlijk is het ook nauwelijks voor te stellen dat een Limburgs politiecorps een zaak als deze op kon lossen. Kuijpers: ‘Niemand had verwacht dat ze dat zouden kunnen. Maar dat gebeurde dus wel.’

Ere verder nog wie ere toekomt: allereerst de artdirector (Hiske de Goeje) en de costume-designers (Ingrid Schagen en Lynn van Eck), die een knap staaltje werk hebben afgeleverd. De schoudergevulde jasjes van Minis, de spijkerbroeken, de wat smoezelige jassen en truien van de mannen bij de politie, het is allemaal zo goed getroffen. Maar ook de aankleding van de set: de interieurs van de verschillende locaties, van de huizen tot het politiebureau. Kuijpers: ‘Het was erg leuk om die tijd neer te zetten en het zo te doen dat het geen modeshow werd. Mijn opa en oma hadden al veertig jaar dezelfde inrichting; een ‘jaren tachtig’ was er niet echt in Limburg. Het is er heel traditioneel: als ze iets nieuws doen is het innovatie, maar het jaar erop is het traditie.’ Wat ook mooi is, is dat alles nog zo fysiek was destijds: je hoort de telexen ratelen, het getik op typemachines, telefoons rinkelen. Het heeft een soort echtheid en die is ook te vinden in het camerawerk, dat beslist niet glimmend is, maar groezelig, perfect in lijn met het archiefmateriaal dat er af en toe tussen zit. Kuijpers: ‘De grootste uitdaging is geweest dat we zouden gaan draaien, we hadden alles opgetuigd: we zouden naar Engeland gaan, naar Ierland, Duitsland. Toen kwam de pandemie en konden we niet meer in het buitenland draaien. We besloten om alles in de studio of op Nederlandse locaties te draaien.

Zo hebben we een scène die in Belfast zou worden opgenomen, in IJmuiden gedraaid en hebben we er digitaal de Black Mountain achter gezet. Het was echt omdenken. We hebben er veel van geleerd. En het geeft veel mogelijkheden. Je kunt de wereld nog meer naar je handzetten. Er zijn nog wel een paar shots op locatie gedraaid, daarvoor is cameraman Bert Pot samen met zijn zoon die hem assisteerde op pad gegaan. Uiteindelijk heeft Kuijpers anders dan het plan niet zelf geregisseerd. ‘Ik zou twee afleveringen doen en Willem twee. Toen kwam corona. We spraken af dat een van ons als achterwacht zou ­dienen voor als de ander ziek zou worden. Willem begon. Geen van ons beiden kreeg corona, maar uiteindelijk heeft Willem alle vier de afleveringen geregisseerd: hij deed het zo goed en had ook een heel goede klik met de acteurs, ook de Ierse. Ik wilde daar, ook omdat het een miniserie is, niet tussen komen. Willem is twintig jaar jonger dan ik, hij heeft een fijne energie. Ik ben me gaandeweg steeds meer op gaan stellen als een grote broer die meedenkt. En verder heb ik me op de ­productionele kant gericht.’

Sinds oktober staat The Spectacular op de internationale tv-markt. ‘Er is interesse,’ zegt Kuijpers. ‘Maar het is ook een heikel onderwerp, de IRA. Bovendien komen de Britten er in de serie niet zo goed vanaf – de IRA zelf ook niet trouwens – ik ben heel benieuwd of de BBC het aandurft om hem aan te kopen.’

Onze nieuwsbrief ontvangen? Iedere vrijdag de nieuwste series en films in je inbox! Meld je hier aan.

Bijna aan het einde komt er een titelrol met daarin een uitleg wat er sindsdien gebeurd is en daar wordt ook Theo van Gogh genoemd. Kuijpers: ‘Als we een ding hebben geleerd van het maken van The Spectacular is het dat Nederland totaal niet was voorbereid op een terreuraanslag. Er was ook geen wetgeving voor. Daarom viel deze zaak onder moordzaken en kon het ook gebeuren dat de opgepakte IRA-leden heel snel werden vrijgelaten, tot frustratie van het Limburgse corps. Het heeft nog tot aan de moord op Theo van Gogh in 2004 geduurd voordat dat veranderde en er wel wetgeving kwam. Vanaf dat moment kreeg de politie andere bevoegdheden en werd het makkelijker om terroristen te berechten. Daarnaast is altijd goed om Theo te blijven benoemen. Hij was een groot man en filmmaker.’

Lees ook: Podcast van de week: Bloody Sunday in Roermond

The Spectacular, vanaf 23 december 2021 in zijn geheel op NPO Plus, en vanaf 2 januari 2022 wekelijks op NPO 3 en NPO Start

Lees ook