The Other Side of the Wind: waanzinnig film-experiment

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

De camerahoeken zijn bijkans surreëel, de jazzy soundtrack is zinderend en de rijke dialoog is overrompelend in Orson Welles’ laatste huzarenstuk.

Zelden gaat een film in première zonder de aanwezigheid van de regisseur. The Other Side of the Wind werd echter vijf decennia geleden gefilmd (en nooit afgemaakt) en vrijwel alle betrokkenen zijn overleden, onder wie de maker, Orson Welles. Bezoekers van de eerste vertoning van het laatste huzarenstuk van de meestercineast, op het filmfestival van Venetië, afgelopen augustus, moesten het doen met producent Filip Jan Rymsza en editor Bob Murawski. De laatstgenoemde – die de laatste jaren honderd uur aan beeldmateriaal heeft omgevormd tot een coherente speelfilm - werd geboren in 1964, en was slechts zes jaar oud toen Welles begon te filmen. Dat deed hij van 1970 tot 1976, zonder het project af te ronden.

https://www.youtube.com/watch?v=lTtpX7WTH9U

De film, die bijzonder biografisch oogt, hoewel dit altijd werd ontkend door Welles, draait ook om een regisseur (regisseur John Huston, bekend van klassiekers als The Maltese Falcon, speelt regisseur Jake Hannaford) wiens laatste film nog niet vervolmaakt is – er is meer geld nodig. Het verhaal speelt zich af op Hannafords zeventigste verjaardag, de dag waarop de filmmaker na een auto-ongeluk het leven zal laten. Dat zien we al in de openingsscène: een verbogen en verbrijzeld autowrak. Net als in zijn meesterwerk Citizen Kane (1941) laat Welles eerst op fatalistische wijze het einde zien, waar hij vervolgens naartoe werkt via een keur aan stilistische middelen.

The Other Side of the Wind is een bijzonder eclectisch en dynamisch film-experiment. Er wordt voortdurend gewisseld tussen zwart-wit en kleur, de camerahoeken zijn bijkans surreëel, de jazzy soundtrack is zinderend en de rijke dialoog is overrompelend. En dan is er Hannafords laatste film, die in de tweede akte deels wordt vertoond: een film-in-een-film. Dat maakt Welles’ zwanenzang tot een werk met drie, of eigenlijk vier waarheden, bestaande uit zijn gefictionaliseerde portret van Hannaford (naar eigen zeggen gemodelleerd naar schrijver Ernest Hemingway; geen Old Man and the Sea maar Oude Man en zijn Film); Hannafords psychedelische, sensuele film met Welles' muze en maîtresse, en tevens co-scenarist, Oja Kodar in de hoofdrol; de ziel van de jaren zeventig; en de blik van nu.

The Other Side of the Wind is bezien vanuit het heden ook een ons-versus-hen-film. De commerciële filmmakers (regisseur en acteur Peter Bogdanovic speelt Hannafords bijzonder succesvolle protegé) versus de avantgardisten; de pretentieuzen versus de pretentielozen. Dat het drama derhalve gelardeerd is met vakjargon, en daardoor bijzonder navelstaarderig en kritisch ten opzichte van Hollywood, komt niet als een verrassing. Dat krijg je als je films over films maakt, die weer gaan over het maken van een film – en dan verscheen op Netflix ook nog tegelijkertijd de fascinerende documentaire They’ll Love Me When I’m Dead, over de grilligheden voor, tijdens en na de opnames van The Other Side of the Wind.

Het is overigens curieus waarom uitgerekend Netflix zich bekommerde om dit project: ja, de film is nu een gepreserveerd historisch artefact en dus filmgeschiedenis, maar is te zien bij een VOD-aanbieder die nauwelijks interesse toont in films ouder dan tien, twintig jaar. Op Twitter beklaagden filmfanaten zich erover dat nadat ze inschakelden op Netflix, Welles’ film niet op de voorpagina als aanrader verscheen. Mankeert er iets aan het algoritme waarmee de streamingdienst zich graag op de borst klopt? Of is The Other Side of the Wind weggestopt achter grotere, belangwekkendere titels?

Het is een paradox: Welles’ nooit vertoonde (omdat het simpelweg niet af was) meesterwerk hoort niet thuis bij Netflix, maar zal daar evenwel tot in de eeuwigheid kunnen worden bekeken, zeker nu afgelopen week bekend werd dat de Amerikaanse streamingdienst Filmstruck (bekend van filmklassiekers en arthouse-films) ermee stopt. Het is ironisch: The Other Side of the Wind gaat ook over een befaamde kunstenaar (Hannaford) die ondanks zijn faam moet bedelen voor budget, net zoals Welles dat deed bij zijn eigen passieprojecten. Bijna vijftig jaar later had Netflix er naar verluidt zo’n vijf miljoen dollar voor over, inclusief de documentaire – geld speelt ineens geen rol meer.

En over documentaires gesproken: filmmaker Marc Cousins, bekend van the Story of Film, waagde zich ook aan Orson Welles’ roemruchte leven, en maakte het schitterende The Eyes of Orson Welles, deze maand te zien op IDFA in Amsterdam. Orson Welles is prompt springlevend.

The Other Side of the Wind (en They’ll Love Me When I’m Dead), vanaf 2 november bij Netflix

Lees ook

Dogs S01E01-02: warme en ontwapenende documentairereeks

The Princess Switch: voorspelbaar, maar wel vermakelijk

Risky Business DE LAGARDE+

Risky Business is de ultieme jaren 80-trip

Braqueurs: onopgesmukt Frans misdaaddrama

The Kominsky Method S01E01-02: fijne humor