The Lighthouse

The Lighthouse: volstrekt unieke archaïsche horror

· Door

Google+ Facebook Twitter WhatsApp

Twee mannen, een vuurtoren, een kolonie meeuwen. De tweede film van Robert Eggers (The Witch) is compleet gestoord, onvergetelijk eng en zeer grappig.

De ingrediënten van The Lighthouse klinken op voorhand misschien niet al te smakelijk. Een zwart-wit film met slechts twee acteurs (drie als je de zeemeermin meerekent) die absurd ouderwets Amerikaans-Engels spreken, gefilmd in een voor moderne begrippen eveneens absurd smal beeldformaat, bijna vierkant. Op het verlaten, door de zeewind gegeselde eiland waar Willem Dafoe als oude vuurtorenwachter en Robert Pattinson als zijn jongere assistent gedurende vier weken het licht draaiende houden, gebeurt bovendien aanvankelijk geen mallemoer: het enige dat er is, is werk. Eentonig en zwaar, daarom worden ze na vier weken alweer afgelost. Want een vuurtoren draaiende houden op een onbewoond eiland ergens tijdens de negentiende eeuw blijkt gedoe en bovendien is de afzondering en eenzaamheid gekmakend.

Juist die toenemende gekte en de demonen die door de afzondering en de onderlinge ruzies tussen de mannen worden opgeroepen, zijn de reden dat deze rücksichtslos originele film een heerlijke, louterende kijkervaring kan zijn. Het begint allemaal nadrukkelijk saai, met slopende dagelijkse routine. Van meet af aan is duidelijk dat de vuurtorenwachter een arrogante tiran is en de assistent een beetje een enge binnenvetter. Maar terwijl de zee beukt, de meeuwen krijsen en de mannen bekvechten, weet de regisseur langzamerhand een intens spannende en drukkende atmosfeer te creëren, die in de tweede helft van de film uitmondt in een orgie van horror van het niveau van The Shining, afgewisseld met hilariteit en absurdisme van het niveau van David Lynch.

De horror zit hem, net als in The Shining, in de adembenemende vormgeving en de isolatie van de plaats van handeling, gecombineerd met slaande waanzin en gezwaai met bijlen van de hoofdpersonen. De humor zit hem in de bizarre hoogten waartoe vooral Willem Dafoe het poëtische, archaïsche gezwets en geschreeuw van de vuurtorenwachter opzweept, tot hij een soort gevaarlijk gestoorde Kapitein Iglo is. Dat gestoorde gekrijs ligt ook aan het onbekrompen zuipen waar de mannen toe overgaan als het voedsel opraakt, en de boot met de aflossing niet kan komen omdat door het almaar gekkere gedrag van de assistent de meeuwen, de zee, de wind en de meermin steeds meer kwaad in de zin krijgen. Hun hele kleine wereld keert zich tegen de twee mannen, en de mannen keren zich tegen elkaar in een prachtige afwisseling van haat en kortstondige verbroedering waartoe ze soms, als er moet worden samengewerkt, zijn gedwongen. Ze zijn aan elkaar en aan de vijandige elementen overgeleverd en de bovennatuurlijke natuur van het eiland krijgt steeds meer de overhand naarmate de finale nadert. The Lighthouse eindigt schokkend en gewelddadig, op een bloederige en zieke manier, maar wel passend: dit is het enige einde dat er voor dat deze twee mannen in zat.

‘Wat een maffe film’, denk je na afloop geheid, maar het is verfrissend om zo ontzettend verrast te worden in de bioscoop. The Lighthouse is net als Eggers' debuut The Witch een zwart pareltje. Voor zijn derde film The Northman, die een stuk groter en epischer wordt, gaat hij terug naar de tiende eeuw (!) op IJsland, alwaar Vikingen onbarmhartig en bloederig wraak op elkaar zullen nemen. Wij houden, na de gekte van The Lighthouse, ons hart vast maar verheugen ons enorm. Eggers is een unieke regisseur, wat zowel goed als slecht kan vallen, al naar gelang je smaak. Een goede test, naast de trailer, is het bekijken van een paar scènes (hier en hier) of dit interview met de hoofdrolspelers.

Je cookie-instellingen zorgen ervoor dat je dit deel van de website niet kunt zien.

Wijzig hier je cookie-instellingen

The Lighthouse, vanaf 15 november 2020 te zien op Amazon Prime Video.

Deze recensie werd eerder geplaatst naar aanleiding van de bioscooprelease.

Lees ook